Installatiebranche: Innovatie als basis voor succes

door: Petran van Heel

De installatiebranche groeit in 2018 en 2019 naar verwachting met zo’n 5%. Dat komt niet alleen door de economische groei, maar ook door een aantal maatschappelijke en technologische trends. Denk aan de toenemende transformatie van gebouwen, de enorme verduurzamingsslag die gemaakt moet worden en de wens naar meer comfort en veiligheid. De rol van installatiebedrijven hierin wordt belangrijker en veel complexer. Installatiebedrijven moeten zich daarom veel sterker richten op kennis en innovatie.

Revolutie in de branche

Installaties in gebouwen worden steeds complexer en bepalender door de vraag naar meer comfort, meer veiligheid en het permanent monitoren van prestaties. Deze complexiteit en afhankelijkheid  zal nog verder toenemen door het Internet of things.  De verwachting is dat in 2020 meer dan 50 miljard apparaten aangesloten zijn op het  Internet of things. Deze ontwikkeling zal ook een enorme impact op de installatiebranche hebben.

Tegelijkertijd  leven we in een tijd waarin de maatschappelijke focus verschuift van bezit naar gebruik. Mensen en bedrijven hebben steeds vaker abonnementen in plaats van eigendom, steeds vaker service in plaats van een product (denk aan Spotify, Netflix, Uber etc). Ze zijn vanwege de toenemende complexiteit en verbondenheid met die systemen, meer afhankelijk van service. Ook voor installatiebedrijven komt hierdoor meer en meer bij service, advies en onderhoud te liggen. Dit is zowel een kans, als een risico.

Ook de energietransitie en de bijbehorende verduurzaming van gebouwen hebben een enorme impact op de installatiebranche. En die impact gaat nog veel groter worden. Om aan die verduurzamingsopgave te kunnen voldoen zullen gebouwen vaker installatietechnisch dan bouwkundig aangepast worden. Het vraagt namelijk om betere, zuinigere en vaak complexere installaties. In de bestaande bouw zijn dat ook nog eens allemaal maatwerkoplossingen. En maatwerk is meestal duurder dan confectie.

Al met al voltrekt zich  komende jaren een revolutie in de installatiebranche. Het vak verandert in rap tempo én de markt zal stevig groeien. Voor installatiebedrijven betekent dat kennis hebben van de actuele ontwikkelingen, meer en beter opgeleid personeel en een focus op permanente innovatie.  Van installatiebedrijf, naar technisch dienstverlener.

‘Zonder innovatie geen toekomst’

Nog te weinig installatiebedrijven spelen voldoende in op die aanstaande ommekeer. Circa 60% van de installateurs zegt zich bezig te houden met innovatie, blijkt uit een enquête van het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB 2017). Gemiddeld investeren Installatiebedrijven circa 4% van hun omzet in innovatie. Dat is weliswaar hoger dan in de bouwsector als geheel, maar voor een technische branche die zo in beweging is, is dat te weinig.

Ook ABN AMRO onderzocht recent de trends en uitdagingen van installatiebedrijven voor het rapport ”Achterblijven in hoogtijdagen”. Naast kwantitatieve onderzoeken en analyses interviewden we voor deze publicatie een aantal van onze klanten uit de installatiebranche. Het zijn bedrijven die, in onze optiek, bovengemiddeld presteren. Een belangrijke vraag is dan: Hoe doen ze dat? In een ding zijn ze eensgezind, het belang van kennisverdieping en innovatie voor de installatiebranche. “Als je als installateur niet innoveert, doe je op termijn niet meer mee”, concludeert Henk Willem van Dorp van technisch dienstverlener Van Dorp.

‘Buiten je eigen grenzen durven kijken’

Omdat de technische ontwikkelingen zo snel gaan, is het voor individuele installatiebedrijven bijna ondoenlijk om het allemaal zelf te volgen en toe te passen. Samenwerken, niet alleen onderling, maar vooral ook met ketenpartners zoals toeleveranciers en klanten, is daarom essentieel. Zo benadrukken de succesvolle installateurs. En juist díe samenwerking zit de installatiebranche (nog) te weinig in het bloed.

Volgens Remco Boukens van Arcadis kent de sector weinig hechte partnerships die dit soort innovatieve samenwerking en kennisdeling vergemakkelijken. “Het is elke keer een andere locatie, een nieuw project, andere spelers. Samenwerken werkt pas goed als je de consequenties voor de hele keten herkent en erkent. Hiervoor moet je creatief zijn en buiten je eigen grenzen durven kijken.”

Meer en betere samenwerking kan ook de veel te hoge faalkosten (kosten door onnodige fouten) in de installatiebranche terugdringen. De faalkosten in de bouw als geheel liggen maar liefst rond 10% van de omzet, ofwel zo’n € 6 miljard per jaar. Marktonderzoeker Bouwkennis heeft berekend dat de faalkosten van installateurs relatief hoger zijn dan die van hoofdaannemers. Dat komt doordat installateurs doorgaans pas later in het proces betrokken worden. De meeste faalkosten zijn, zo geven de installateurs zelf aan, een gevolg van slechte werkvoorbereiding,  planningsfouten en tijdsdruk. Bas Kuypers van Kuijpers Installaties zegt hier het volgende over: “Omdat we in de installatiesector kampen met een tekort aan technisch personeel staan we voor de uitdaging om meer productie te realiseren met een beperkte capaciteit aan technisch geschoold personeel. Om meer met minder te realiseren zullen we efficiënter en effectiever moeten werken.”

Innovatie draagt bij aan imago als werkgever

Zoals al eerder opgemerkt kampt de installatiebranche, net als de rest van de bouwsector,  met forse tekorten aan kwalitatief goed personeel. Ook dat is een reden om versneld te innoveren, zeggen succesvolle installateurs. Door de grotere efficiency die digitalisering, automatisering en robotisering opleveren, kunnen installatiebedrijven meer en beter werk leveren met minder medewerkers. Een must vanwege de krappe arbeidsmarkt.

De paradox is dat de nood voor installatiebedrijven met geringe innovatie nog veel hoger is: zij hebben namelijk meer moeite om goed personeel aan te trekken. “Wanneer je je als organisatie bezighoudt met toonaangevende innovaties, wekt dat de interesse van aan te trekken nieuwe medewerkers”, verklaart Marcel de Groot, algemeen directeur van De Groot Installatiegroep. Bedrijven die dat niet doen, hebben daardoor juist nog meer moeite goede mensen aan te trekken. Kuypers stelt verder dat een mix aan competenties vereist is om de uitdagingen van de toekomst aan te gaan. “Een andere invalshoek kan een verassende oplossing bieden voor bestaande problemen. Onder andere door de schaarste op het gebied van technisch personeel worden we gedongen ook buiten de bouwbranche te kijken. Dit levert verassende invalshoeken en oplossingen op.” En dus ook innovatie!

Conclusie

In deze groeiende markt zullen veel installatiebedrijven beter moeten inspelen op de technische revolutie die zich afspeelt. Deze revolutie zorgt voor veel veranderingen, niet alleen in de nieuwbouw maar zeker ook in onderhoud en vervanging. Alles draait straks om installaties, de afhankelijkheid daarvan is groot. Installatiebedrijven zullen zich moeten ontwikkelen tot technisch dienstverleners. Daarvoor moeten ze meer investeren in kennis en innovatie anders zal op termijn de winstgevendheid onder druk komen te staan.

Omdat de technische ontwikkelingen in de installatiebranche zo ontzettend snel gaan, zullen bedrijven veel beter moeten samenwerken. Niet alleen in de installatiebranche, maar vooral ook met klanten en toeleveranciers. Dat versterkt effectief en innovatief werken. Het behouden en aantrekken van goed personeel is hierbij van essentieel belang. Betere samenwerking is ook een remedie voor de hoge faalkosten in de branche. Samen kom je verder!