Daling melkprijs verlaagt kaspositie melkveebedrijven

door: Pierre Berntsen

De liquiditeitspositie van melkveebedrijven is in het tweede kwartaal van 2018 verslechterd. De stand op de rekening-courant daalde met bijna EUR 4.000, circa EUR 40 per koe. De belangrijkste reden is de lagere melkprijs. In vergelijking met het vorige kwartaal werd daarnaast meer geïnvesteerd, meer geld geleend en lagen de toegerekende kosten op een hoger niveau. Het tweede kwartaal kent traditioneel extra uitgaven voor voorjaarswerk en mestafzet. Ook werd er meer spaargeld opgenomen.

De gemiddelde stand van de rekening courant komt aan het eind van dit tweede kwartaal uit op EUR 10.800. Een daling van bijna EUR 4.000 euro maar nog steeds EUR 14.500 hoger dan de stand een jaar eerder. De daling van de melkprijs zette pas in de loop van het eerste kwartaal in. De melkprijs lag bij veel bedrijven onder de liquiditeitskostprijs, waardoor sprake was van een negatieve kasstroom. Een verschil met vorig jaar zit ook in de nabetaling van ’s lands grootste melkverwerker FrieslandCampina in april. Deze is ruim gehalveerd ten opzichte van 2016 en komt hiermee op het laagste niveau sinds 2009. De combinatie van lagere melkprijs en nabetaling versterkt het verschil met vorig jaar.

Figuur: De kaspositie van melkveebedrijven verslechtert tweede kwartaal van 2018 met EUR 4.000

Bron: Bedrijveninformatienet, Wageningen Economic Research

De ontwikkeling van de stand van de lopende rekening is een resultante van de bij- en afschrijvingen. Ook neveninkomsten en privé-uitgaven zijn verwerkt. In vergelijking met een jaar eerder waren de melkopbrengsten lager maar werden er ook meer leningen opgenomen. Tegelijkertijd namen de spaartegoeden af en werd er meer geïnvesteerd. Dit beeld vertoont een parallel met de ontwikkeling van het voorgaande kwartaal. Zo investeerden bedrijven regelmatig in de aankoop van fosfaatrechten. Ook zien we investeringen in sanering van asbest.

Extra uitgaven voor ruwvoer en fosfaatoptimalisatie in derde kwartaal

Vraag en aanbod van zuivel zijn beter in balans dan voorheen en de lagere zuivelprijs heeft de positie van Europa op de zuivelmarkt versterkt. Voor de liquiditeitsontwikkeling is het gunstig dat de melkprijzen iets zijn aangetrokken, al is het nog onduidelijk of dit herstel door zet. Met een hogere melkprijs ontvangen meer bedrijven inkomsten die de uitgaven dekken. Dat is plezierig want de komende periode verwachten we extra uitgaven. Zo zullen veel bedrijven – vooral intensieve bedrijven in Oost en Zuid Nederland – als gevolg van de droogte extra kosten maken voor aankoop van ruwvoer. Ook kunnen de goede resultaten in 2017 leiden tot extra fiscale druk en zijn bedrijven de productie aan het afstemmen op de hoeveelheid fosfaatrechten. Dat betekent aankoop of lease van rechten, aanpassing van de veestapel of verlaging van de productie om de fosfaatstaffel te verlagen. Elk bedrijf zoekt hier zijn eigen strategie. De korting op fosfaatrechten leidt er toe dat de vaste kosten over minder killogrammen melk kunnen worden verdeeld. Gemiddeld stijgt hierdoor de kostprijs met anderhalve cent per kilogram melk.

 

Voor nadere informatie over deze liquiditeitsbarometer en over de belangrijkste pijlers van de kasstroom (melkprijs en saldo) verwijzen wij graag naar de publicatie op Agrimatie van Wageningen Economic Research.

Deze liquiditeitsmonitor is tot stand gekomen als publiek private samenwerking tussen Wageningen Economic Research, Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Agrifirm en ABN AMRO. De data zijn afkomstig van het Bedrijveninformatienet van Wageningen Economic Research. Het doel is om de verkregen inzichten te delen en ondernemers te ondersteunen in hun bedrijfsvoering.

Voor vragen of opmerkingen over deze liquiditeitsmonitor of over de achtergronden kunt u contact opnemen met Pierre Berntsen, ABN AMRO 06 51 30 18 77 of met Yvonne Fernhout, Wageningen Economic Research, 06 53 58 71 90.