Brazilië Focus – Schulden, politiek en Custo Brasil

door: Marijke Zewuster

  • Verkiezingsuitkomst is onzekerder dan ooit tevoren
  • Beperkte economische groei bij gematigde inflatie
  • Schuldenlast weer houdbaar maken: daar ligt de grote uitdaging
  • Andere belangrijke punten: meer investeren en meer sparen
180508-Brazilië-Focus.pdf (230 KB)
Download

Bescheiden herstel houdt aan

Na twee jaar sterk te zijn gekrompen is de Braziliaanse economie de weg van een bescheiden maar wel breed gedragen herstel ingeslagen. We verwachten dat de economische groei versnelt van 1% in 2017 naar 2,5% dit jaar en circa 3% volgend jaar. De inflatiedruk blijft naar verwachting gering. Hoewel de periode van monetaire verruiming ten einde loopt, wordt een sterke rentestijging op de korte termijn nog niet verwacht. Dankzij de lagere rentes zijn bedrijven en huishoudens meer gaan lenen, terwijl door de lage inflatie het reële inkomen is verbeterd. Het resultaat is dat zowel de bedrijfsinvesteringen als de particuliere consumptie aantrekken. De toename van de investeringen zou moeten bijdragen aan een verbetering van de investeringsquote vanaf het huidige zeer lage niveau. Dit wordt echter een heel geleidelijk proces, gezien de voortgaande verdringing door de overheidssector en de nog altijd aanwezige structurele zwaktes. Om op de langere termijn de economische groei rond de 3% te houden, moeten niet alleen de externe omstandigheden gunstig zijn, maar zijn op veel gebieden structurele hervormingen noodzakelijk.

  

Politieke en begrotingssituatie remmen groeiperspectieven op korte termijn

De politieke situatie is onmiskenbaar de grootste onzekere factor op dit moment. Na de gevangenneming van voormalig president Lula op 8 april is de uitkomst van de presidentsverkiezingen in oktober nog moeilijker te voorspellen. Het is nu onwaarschijnlijk dat Lula – die in de peilingen nog wel aan kop gaat – zich kandidaat kan of wil stellen. Toen Lula nog in de race voor het presidentschap was, leek het erop dat hij samen met een van de centrumrechts kandidaten zou doorgaan naar de tweede ronde. Gegeven de sterke afkeer tegen Lula zou de centrumrechtse kandidaat dan een goede kans maken om deze tweede ronde te winnen. Door het grote aantal kandidaten, zonder duidelijke favorieten, zijn nu minder stemmen nodig om de tweede ronde te halen. Dit impliceert, in combinatie met de algemene publieke ontevredenheid met de traditionele politiek, dat de deur openstaat voor een relatieve outsider om de aankomende verkiezingen te winnen. De eerste ronde wordt gehouden op 7 oktober en de tweede ronde staat gepland voor 28 oktober. Eén ding is zeker: eind oktober heeft Brazilië een nieuwe president. Dit feit alleen al moet voor enige verlichting zorgen.

  

Begrotingssituatie vormt belangrijkste risicofactor

Het eerste probleem dat een nieuwe regering moet aanpakken, is zonder twijfel de precaire begrotingssituatie van het land. Door het hardnekkig hoge nominale tekort is de overheidsschuld toegenomen van 56% van het BBP in 2014 naar circa 75% in 2017. Herstel van de houdbaarheid van de schuldenlast moet dan ook de hoogste prioriteit krijgen. Hiervoor is het noodzakelijk dat in de komende jaren het primaire saldo wordt omgebogen van het huidige tekort van circa 3% van het BBP in een overschot. Met het oog daarop zijn verdere hervormingen noodzakelijk.

De huidige regering onder leiding van president Temer heeft hiermee een goed begin gemaakt door enkele belangrijke hervormingen goed te keuren, onder meer een plafond voor de reële overheidsuitgaven. Het lijkt echter onwaarschijnlijk dat hij nog voor de verkiezingen groen licht krijgt voor de pensioenhervormingen. Of het een nieuwe regering wel lukt om deze impopulaire maatregel door het parlement te loodsen, is allesbehalve zeker. Op de korte termijn zal de hervorming van het pensioenstelsel slechts een beperkt effect hebben, al zal het de regering wel helpen om het uitgavenplafond niet te overschrijden. Pas op de middellange termijn zullen de overheidsuitgaven hierdoor daadwerkelijk teruglopen. Een verder oplopende overheidsschuld als percentage van het BBP zonder dat er uitzicht bestaat op een omslag op de middellange termijn, vergroot het risico dat de kredietwaardigheid van Brazilië verder wordt verlaagd en dat het land opnieuw in een vicieuze cirkel belandt.

Lange termijn groeitrend van Brazilië is laag voor een opkomende markt

Kenmerkend voor de Braziliaanse economie is de opeenvolging van pieken en dalen, waarbij de groei inzakte zodra de buitenlandse kapitaalstromen haperden als gevolg van hetzij interne onevenwichtigheden hetzij een verslechterende wereldeconomie. De gemiddelde economische groei van Brazilië komt dan ook bij lange na niet in de buurt van die van enkele andere landen in de regio, zoals Chili en Peru. Over de laatste dertig jaar gemeten is de Braziliaanse economie gemiddeld met iets dan 2% per jaar gegroeid. Dit is ongeveer gelijk aan het OESO-gemiddelde, maar lager dan het wereldwijde gemiddelde (2,8%) en het cijfer voor Latijns-Amerika (2,5%). Het verschil met het gemiddelde voor de opkomende markten (5%) is nog groter. Hoewel Brazilië behoort tot de tien grootste economieën ter wereld, is zijn aandeel in de mondiale productie in de afgelopen dertig jaar nauwelijks gewijzigd. Dit ligt nog steeds rond 3% van het mondiale BBP.

Structurele zwaktes vormen grote belemmering voor sterkere groei

De laatste keer dat de Braziliaanse economie een sterke en relatief evenwichtige groei liet zien, was tussen 2004 en 2009. Gedurende deze periode bedroeg de economische groei in Brazilië gemiddeld 4,8% per jaar tegen 3,4% wereldwijd. In haar meest recente Economic Survey heeft de OESO de potentiële groei van Brazilië geraamd op minder dan 2% per jaar nu, terwijl dit in 2008 nog 3,8% was. Deze daling is vooral te wijten aan de geringe investeringsactiviteit en de daaruit voortvloeiende lage productiviteit. De corruptieschandalen in de voorbije jaren en de onzekerheid rond de uitkomst van de aankomende verkiezingen hebben ongetwijfeld ook in belangrijke mate bijgedragen aan de recente daling van de investeringsquote, maar vormen geen verklaring voor de zwakke investeringsactiviteit in het verleden. In vergelijking met andere opkomende landen, zowel in als buiten de regio, wordt in Brazilië aanzienlijk minder gespaard en geïnvesteerd. Volgens het onderzoek van de OESO verklaart de lage spaarzin voor circa 70% waarom de investeringsquote onder het gemiddelde ligt. En voor de lage spaarquote zijn veel redenen aan te voeren. Een daarvan is de hyperinflatie in het verleden, terwijl andere factoren nog actueel zijn, zoals het nog altijd vrij gunstige pensioenstelsel en het begrotingsbeleid in het algemeen.

Custo Brasil

Om de investeringen naar een hoger niveau te tillen, moet de spaarquote dus omhoog. Maar ook dan nog zijn er andere structurele tekortkomingen die een sterke toename van de investeringen belemmeren. Deze factoren staan bekend als ‘Custo Brasil’. Hiermee worden de extra kosten bedoeld die ondernemingen die zaken willen doen in Brazilië, moeten maken in vergelijking met andere (opkomende) landen. Op de meeste ranglijsten voor concurrentiekracht scoort Brazilië slecht. Na enige verbetering in de jaren voor 2013 zijn de scores sindsdien weer verslechterd. Voorbeelden van de extra kosten waarmee ondernemingen te maken krijgen, zijn de hoge belastingen, het complexe belastingstelsel, de slechte infrastructuur, de bureaucratie en corruptie. Ook de hardnekkig hoge rente voor zakelijk krediet speelt een rol. Deze hoge leentarieven zijn voor een deel het gevolg van de lage spaarquote, maar houden ook verband met de uitwinning van zekerheden. Hoewel de huidige lage rentes de investeringen een impuls zouden kunnen geven, dalen de kredietopslagen (spreads) niet echt en blijven ze hoog. Daarbij komt dat de kapitaalmarkten vrij illiquide zijn en langlopende leningen tot nu toe uitsluitend worden verstrekt door BNDES, de ontwikkelingsbank van de Braziliaanse overheid. Recent goedgekeurde hervormingen – zoals de geleidelijke aanpassing van de leentarieven van BNDES aan de marktrentes – zouden op den duur hierin verandering moeten brengen.

DBI zijn goed, maar niet goed genoeg voor sterke stijging van investeringsquote

De lage binnenlandse besparingen zouden gecompenseerd kunnen worden met kapitaalinvoer. In het algemeen zijn de directe buitenlandse investeringen (DBI) in Brazilië omvangrijk gebleven. In 2017 waren ze gelijk aan bijna 3,5% van het BBP en bedroegen ze ruim zeven keer het tekort op de lopende rekening. Toch zijn ze niet hoog genoeg om de investeringsquote op te krikken. Deze quote bedroeg in 2013 21% van het BBP, maar was in 2017 gedaald naar een laagtepunt van 16%. Gedurende deze periode daalde de spaarquote naar 14% in 2015/16 om vervolgens iets te herstellen tot 16% in 2017. De afhankelijkheid van internationale kapitaalstromen om de investeringsquote te verhogen maakt Brazilië kwetsbaar voor schommelingen in het vertrouwen van buitenlandse beleggers, ook al is de totale externe financiële positie vrij sterk. Dit verklaart vermoedelijk ook waarom de sterk gesloten economie van het land nog steeds zo gevoelig is voor negatieve internationale ontwikkelingen.