Verbeterde rekening-courantpositie akkerbouwbedrijven geeft vertekend beeld.

door: Jan de Ruyter

Het saldo op de lopende rekening is in het eerste kwartaal van 2018 verder gestegen en komt eind maart uit op 36.000 euro. Hiermee is in het eerste kwartaal van 2018 hetzelfde beeld te zien als dat van de voorgaande twee jaren. Wel is de stijging van het saldo in het eerste kwartaal van 2018 (+13.000 euro) minder hoog dan de stijging van het eerste kwartaal een jaar eerder (+23.000 euro). De voornaamste reden hiervoor is de lagere inkomsten uit verkopen van bewaarproducten. Ondanks de minder sterke stijging in het eerste kwartaal van 2018 is het saldo op de lopende rekening aan het eind van het eerste kwartaal wel 9.000 euro hoger dan in 2017. Overschrijvingen van de rekening courant naar een spaarrekening worden in deze weergave als afschrijvingen op de rekening courant gezien. Ook neveninkomsten en privé-uitgaven zijn in het saldo verwerkt.

Met deze barometer geven we inzicht in het liquiditeitsverloop op een akkerbouwbedrijf. Het geeft een gemiddeld beeld. Door de onderlinge verschillen in teeltplan, afzetmethode en schaalgrootte kunnen resultaten op individuele bedrijven hiervan afwijken.

In de ontwikkeling van de kasstroom op een akkerbouwbedrijf is duidelijk het seizoenspatroon zichtbaar. De hogere stand in de eerste 3 maanden van 2018 zijn vooral het gevolg van het verschuiven van het aflevertijdstip van met name aardappelen, maar ook van de overige producten. Mede als gevolg van een matige tot slechte bewaarkwaliteit werd de akkerbouwer gedwongen om eerder, dan strategisch gewenst, te verkopen. Daarnaast lijkt een vertekend beeld te ontstaan doordat kosten voor pootgoed en bietenzaad later worden afgerekend. De kosten voor olie-gerelateerde producten waren iets lager door de lage olieprijs gekoppeld aan een lagere dollar. Er is veel verschil tussen de opbrengsten die ondernemers realiseren voor de diverse producten. Er zijn veel afzetsystemen (pool, contracten, vrije markt) beschikbaar voor verschillende producten. Bewaring en kwaliteitsbewaking blijven een belangrijke rol spelen.

Het dieptepunt van het saldo van bij- en afschrijvingen lag met EUR –10.400 in oktober 2017. De hoogste stand van de rekening-courant werd bereikt in maart 2018 met een stand van EUR 36.000.


Bron: Bedrijveninformatienet, Wageningen Economic Research

Aardappel: Na een droog en warm voorjaar leek ook de oogst 2017 beperkt te worden. Na de weersomslag in juli is er een overvloedige oogst gerealiseerd (25 % hoger dan in 2016 en 12 % t.o.v. het langjarig gemiddelde). Ondanks de toegenomen verwerkingscapaciteit van de fritesindustrie heeft dit een lage prijs tot gevolg gehad. Wereldwijd neemt de consumptie van frites toe. De afzet van tafelaardappelen vindt vooral in West Europa plaats en hiervan daalt de consumptie al jaren.

De kwaliteit, na natte rooiomstandigheden, zijn hier en daar problematisch, waardoor in deze gevallen bewaarkwaliteit niet goed is en men gedwongen was om snel te verkopen. Voor pootgoed is het vooruitzicht minder negatief hoewel de verwachting is dat de prijzen ook wat lager zullen uitvallen in vergelijking met de uitstekende voorgaande jaren.

Nu de eerste aardappelen weer in de grond zitten en de weersomstandigheden in het grootste gedeelte van Europa niet ideaal zijn, groeit het vertrouwen in de prijsvorming voor de komende oogst. De termijnmarkt voor april 2019 bevindt op een niveau van ruim 15 euro, wat iets boven de gemiddelde contractprijs is.

Uien: De prijs heeft afgelopen jaar een vrij stabiel beeld gegeven op een matig niveau van 6-9 ct. Vooral Afrika blijft de grootse afnemer. De exportcijfers laten een groei zien ten opzichte van voorgaande jaren, wat door de uitbreiding van het areaal ook noodzakelijk is. De weersomstandigheden zorgden ervoor dat de grove sortering wat minder voorradig was. Daar is incidenteel nog een redelijke prijsniveau gehaald.

Graan: Wereldwijd was er sprake van een grote oogst, waarbij vooral de recordopbrengst uit de Oekraïne natuurlijk van veel grotere invloed is dan de hoge opbrengsten van ca 9,7 ton per ha in Nederland (+ 8%). De wereldvoorraad bevindt zich op een relatief hoog niveau en dat geeft druk op de prijzen, maar de verwachting is dat het volgende seizoen de productie gaat dalen. Waardoor de prijzen per saldo licht zullen toenemen. Het handelsconflict tussen China en de USA geeft veel onzekerheid in deze mondiale markt.

Suikerbieten: Ook hier record opbrengsten waar in begin het suikerpercentage wat achter bleef is dat nu op peil en kwam gemiddeld uit op 16,6 % wat resulteert in zo’n 15,5 ton suiker per ha. Er zijn incidenteel zelfs opbrengsten van meer dan 20 ton suiker per ha gerealiseerd. De financiële opbrengst was goed maar komt nog niet tot uiting in deze liquiditeitsmonitor ( uitbetaling eerste week april). De komende jaren wordt een duidelijk lager prijsniveau verwacht.

De ontwikkeling van de stand op de lopende rekening is een resultante van bij- en afschrijvingen. Ook neveninkomsten en privé-uitgaven zijn verwerkt. Overschrijvingen van de rekening-courant naar een spaarrekening worden in deze weergave ook als afschrijvingen gezien.

De verwachting is dat de stand van de rekening-courant de komende maanden zal verslechteren ten opzichte van vorig jaar vanwege eerdergenoemde lage productprijzen en uitgestelde kosten voor pootgoed en zaad. Producten zullen zo lang mogelijk bewaard worden wat een extra verslechtering van de positie zal laten zien. We verwachten dat veel ondernemers in de akkerbouw een pas op de plaats maken met investeringen en op sommige bedrijven zullen liquiditeitstekorten ontstaan. Met de huidige matige prijzen is het lastig om lange termijn plannen vorm te geven. Anderzijds is het zo dat de akkerbouwsector gewend is aan volatiliteit.

Er bestaan grote verschillen tussen akkerbouwbedrijven op gebied van kasstroom. Inkomsten en uitgaven verschillen, maar ook de momenten waarop deze binnen het jaar vallen. Voor nadere informatie over deze verschillen en over de belangrijkste pijlers onder de kasstroom verwijzen wij graag naar de publicatie op Agrimatie van Wageningen Economic Research.

Deze liquiditeitsmonitor is tot stand gekomen als publiek private samenwerking tussen Wageningen Economic Research, Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en ABN AMRO. De data zijn afkomstig van het Bedrijveninformatienet van Wageningen Economic Research. Het doel is om de verkregen inzichten te delen en zo ondernemers te ondersteunen in hun bedrijfsvoering.

Voor vragen of opmerkingen over deze liquiditeitsmonitor of over de achtergronden kunt u contact opnemen met Jan de Ruyter, ABN AMRO 06 13 57 92 46 of met Yvonne Fernhout, Wageningen Economic Research, 06 53 58 71 90.