Macro Weekly – Het uur van de waarheid voor Europa

door: Han de Jong

  • Cijfers in Europa blijven teleurstellen
  • Data in April moet meer duiding geven
  • VS: vaste koers (de economie, niet de politiek)
  • China: sterkere groei detailhandelsomzet en zwakkere industriële productie, maar beide slechts in heel geringe mate
180423-Macro-Weekly-NL.pdf (105 KB)
Download

De reeks teleurstellende macro-economische cijfers voor de eurozone kreeg vorige week een verder vervolg. De component ‘verwachtingen’ van de Duitse ZEW-vertrouwensindex is in april opnieuw sterk gedaald: van 5,1 naar -8,2. Het oordeel over de actuele situatie bleef veel beter op peil, maar verslechterde wel, namelijk van 90,7 in maart naar 87,9. De ontwikkeling van de Italiaanse industrie, die vorig jaar verrassend sterk was, zwakte in februari af. De groei van de industriële omzet is vertraagd van 5,3% j-o-j in januari naar 3,4%, terwijl de groei van de industriële orders is afgenomen van 9,6% j-o-j in januari naar eveneens 3,4%. Hierbij moet wel worden aangetekend dat deze cijfers zich volatiel kunnen gedragen.

Waar komt deze zwakte vandaan?

De zwakte van de economische cijfers in de eurozone kwam ook al aan de orde in mijn vorige weekcommentaar. Toen zei ik niet echt te zien waarom de economische groei in de eurozone (en in mindere mate in Azië) plotsklaps sterk zou vertragen. Weliswaar lag de groei in de laatste paar maanden van 2017 ruim boven het trendmatige niveau en moest deze op een gegeven moment wel gaan vertragen, maar het is gewoon moeilijk om een goede reden te vinden waarom de groei juist nu plotseling en sterk zou afnemen. Er wordt wel gesuggereerd dat de economie misschien onverwacht op een paar knelpunten is gestuit of dat de stimulering door de ECB ineens geen effect meer heeft. Ik vind deze verklaringen niet heel aannemelijk. Ja, ze kunnen van invloed zijn, maar ik zie niet hoe dat zo plotseling kan gebeuren.

Vorige week stelde ik – en ik geloof dit nog steeds – dat het waarschijnlijker is dat de verklaring ligt in een combinatie van tijdelijke factoren, naast het feit dat de groei op een gegeven moment wel moet terugkeren naar het trendmatige niveau. Ik noemde het weer, stakingen, de griepepidemie en China. Als ik gelijk heb, dan zullen de verschillende conjunctuurindicatoren binnenkort verbeteren. In de komende dagen wordt een aantal belangrijke vertrouwensindices voor april bekendgemaakt. Eerst de voorlopige Markit-PMI’s en vervolgens de Ifo-index voor april. De sterke daling van de Duitse ZEW-verwachtingenindex in april is niet fijn, maar de ZEW is niet de beste voorlopende indicator. Bovendien is het interessant dat de beoordeling van de actuele situatie veel beter op peil is gebleven. We zullen dit goed in de gaten houden. Als de cijfers over april ook tegenvallen, wordt de mogelijkheid reëel dat we iets over het hoofd zien en dat we onze groeiprognoses moeten verlagen.

China

Een van de redenen waarom ik denk dat we slechts te maken hebben met een tijdelijke inzinking van de groei in de eurozone, is dat de Chinese economie als gevolg van het Chinese Nieuwjaar in februari sterker dan normaal is vertraagd. De Chinese invoercijfers waren in februari erg zwak en dit gold ook voor de Duitse uitvoercijfers. Deze verzwakking zou van tijdelijke aard moeten zijn, omdat de cijfers voor de Chinese economie voor het hele kwartaal wel goed zijn. De BBP-groei is stabiel gebleven op 6,8% j-o-j. De groei van de detailhandelsomzet is in maart versneld van 9,4% j-o-j naar 10,1%, terwijl de groei van de industriële productie licht is vertraagd van 6,2% j-o-j in januari/februari naar 6,0%.

Zoals ik vorige week schreef, is de ontwikkeling van de Chinese handel belangrijk voor de wereldconjunctuur. Het is dan ook bemoedigend dat de groei van de Chinese invoer in maart opnieuw is versneld naar 14,4% tegen 6,3% in februari. De eerder bekendgemaakte handelscijfers uit Taiwan en Korea wezen op een vergelijkbare trend. De Japanse handelscijfers voor maart stelden echter teleur. De uitvoer groeide gedurende het grootste deel van 2017 met ruim 10%, maar in februari viel dit terug naar een magere 1,8% j-o-j, waarna in maart een slechts geringe verbetering naar 2,1% volgde.

VS robuust

De vorige week verschenen conjunctuurindicatoren voor de VS schetsten een relatief robuust beeld. De Empire State index voor het ondernemersvertrouwen is weliswaar afgezwakt van 22,5 in maart naar 15,8 in april, maar de index van de Philly Fed is iets gestegen van 22,3 naar 23,1. Dit zijn hoge niveaus. De aanvragen van werkloosheidsuitkeringen, het aantal in aanbouw genomen woningen en afgegeven bouwvergunningen en de detailhandelsomzet lieten alle een solide ontwikkeling zien. De groei van de industriële productie bedroeg in maart 0,5% m-o-m, na een toename van 1,0% in februari. De productie van de verwerkende industrie ontwikkelde zich zwakker, met een toename van slechts 0,1% m-o-m tegen 1,5% in februari.