Er zit iets onder Groningen

door: Hein Schotsman

Ik ben macro-econoom, maar had ook wel treinmachinist willen worden. Op zich is het fascinerend om vanuit een helikopter naar economieën van landen te kijken. Toch kan het hoge abstractieniveau ook frustrerend zijn. En dan komt vanzelf het verlangen naar laag- bij-de-grondse activiteiten.

Die frustratie steekt vooral de kop op als ik bezig ben met economische groei. Wij macro-economen maken ons graag druk over een tiende procent meer of minder groei van het bruto binnenlands product (BBP) in een bepaald jaar. Dat gebeurt nogal eens op de toonhoogte van schaatsers die het hebben over een  perfecte race versus strijdend ten onder gaan. Ze hebben het dan over een tijdsverschil van tweehonderdste seconde of zoiets. Dat economen doen of ze schaatsers zijn, is eigenaardig: een seconde is een seconde, een meetlat van onbesproken gedrag; voor de economische groei bestaat zo’n onomstreden maatstaf niet. Er schuilt een aanvechtbare manier van denken achter het begrip BBP.

Want hoe meet je economische groei? Stel je een land voor dat alleen aardgas produceert. Die productie verschijnt keurig in de BBP-statistieken.  Maar als door die aardgaswinning alle woningen in dat land instorten, doen de BBP-boekhouders of hun neus bloedt. Daar zie je niets van terug in het BBP-cijfer.

Dat schuurt want ik ben geboren en opgegroeid in Groningen.  Onder de rook en in de stank van de suikerbietenfabriek, in een stadsdeel met de bedenkelijke naam Kostverloren. Wortels heb je om ze te koesteren. Daarom word ik nog altijd vrolijk als Arjen Robben scoort of als ik Rooie Rinus en Pé Daalemmer op YouTube zie. En dus ook kwaad als ik zie hoe deze provincie werd misbruikt om ons BBP-cijfer op te pompen door de grond leeg te pompen.  Het leek de afgelopen decennia wel een wingewest, die prachtige regio waar stilte en ruimte nog met hoofdletters worden geschreven. Leegpompen en vervolgens afdanken. Zoals je een oude vaatwasser afdankt.

Maar Groningers zijn geen vaatwassers. Behandel een ander zoals jezelf behandeld wilt worden. Die eeuwenoude wijsheid lijkt me nog altijd geschikt om in een beschaafd land lief en leed te delen.  Minister Wiebes wekte de afgelopen weken de indruk hiervan doordrongen te zijn. Fantastisch! Ik hoop dat hij zo doorgaat. De urgentie kan snel verdwijnen: het waait wel over, het gaat maar om een klein, dunbevolkt stukje Nederland, we hebben principes, maar de kachel moet ook branden, juristen waarschuwen…

Negeer de ja-maren, minister. Er zijn tijden die vragen om een rechte rug, om de rechtlijnigheid waaraan het Groningse platteland haar schoonheid ontleent en waarmee u haar bewoners recht kunt doen.

 

Deze column is eerder gepubliceerd in Globe – Magazine voor Internationaal Ondernemen (editie april 2018).