Macro Weekly – Protectionisme in het juiste perspectief

door: Han de Jong

  • VS voeren importheffingen in voor staal en aluminium …
  • … maar verlenen vrijstelling aan sommige landen
  • Kim en Trump gaan elkaar ontmoeten
  • Draghi heeft zijn mojo teruggevonden
  • Amerikaanse arbeidsmarkt terug naar Goudlokje
180309-Macro-Weekly-NED-1.pdf (296 KB)
Download

De Amerikaanse president Trump heeft, zoals hij een week geleden aankondigde, heffingen ingevoerd op de import van staal en aluminium. In tegenstelling tot eerdere berichten staat hij wel vrijstellingen toe. Canada en Mexico krijgen als leden van de Noord-Amerikaanse Vrijhandelsassociatie (NAFTA) vrijstelling en Australië op grond van de bijzondere relatie tussen de twee landen. Ook andere landen lijken de mogelijkheid te krijgen om een vrijstelling aan te vragen. Verschillende handelspartners, waaronder de EU en China, hebben gewaarschuwd dat ze tegenmaatregelen nemen als de heffingen over twee weken daadwerkelijk ingaan. De term handelsoorlog wordt al in de mond genomen.

Er is geen algemeen aanvaarde kwantificeerbare definitie van een handelsoorlog. Naar onze mening is er sprake van een handelsoorlog wanneer een land protectionistische maatregelen neemt, andere landen represailles nemen en het eerste land vervolgens weer tegenmaatregelen neemt, waardoor een kettingreactie ontstaat. Bovendien moet het aantal goederen dat onder de heffingen valt een aanzienlijk percentage van de handelsstromen vertegenwoordigen.

De meeste economen waarschuwen voor een handelsoorlog, omdat protectionisme volgens de conventionele economische theorie de internationale verdeling van arbeid beperkt. Daardoor drukt het de totale economische productie en drijft het de prijzen op. Ik wil hier een aantal dingen over zeggen.

Smoot-Hawley is een heel ander verhaal

Een cruciale vraag is of de eenzijdige maatregelen van de VS uitmonden in een handelsoorlog en wat daarvan de gevolgen zullen zijn. Commentatoren verwijzen regelmatig naar de Smoot-Hawley-wet van 1930, waarmee de Amerikaanse invoerheffingen werden verhoogd. Niet veel economen zullen beweren dat protectionisme de oorzaak van de depressie was, maar de meesten zijn het er wel over eens dat het niet hielp en dat de depressie hierdoor dieper werd of langer aanhield (of beide).

De situatie is nu echter heel anders dan in 1930. Ten eerste gold de Smoot-Hawley-wet voor ruim 20.000 goederen. Het huidige plan voor de Amerikaanse heffingen zal voor een veel kleiner aantal goederen van kracht worden. De gemiddelde heffing voor alle verhandelde goederen verandert ook nauwelijks. In 1930 steeg de gemiddelde heffing voor goederen waarop heffingen van toepassing waren, van ongeveer 40% naar circa 60%. Omdat veel goederen waren vrijgesteld, steeg in 1929 het gemiddelde tarief voor alle geïmporteerde goederen van 13,5% naar 19,8%. Het gemiddelde tarief voor alle geïmporteerde goederen is sindsdien sterk gedaald en bedraagt nu naar verluidt 2-3%. De heffing op wasmachines, zonnepanelen, staal en aluminium gaat dat percentage niet sterk opdrijven.

Een ander groot verschil is dat de economie zich al in een neergaande fase bevond toen de Smoot-Hawley-wet van kracht werd, terwijl de economie nu sterk groeit.

Mijn conclusie is dat, tenzij de situatie escaleert door tegenmaatregelen over en weer, er niet snel een situatie zal ontstaan waarin wij onze wereldwijde groeiprognoses ingrijpend moeten aanpassen.

Mijn held, Alexander Hamilton

Misschien mag ik nog één ding zeggen over handelsbeleid. Protectionisme heeft misschien een slechtere reputatie dan het verdient. Laten we niet vergeten dat de economie van de VS is gebouwd op een platform van protectionisme aan het eind van de 18e en het begin van de 19e eeuw. De eerste Amerikaanse minister van financiën, Alexander Hamilton, legde hiervoor de politieke basis met de Federalist Papers. Ook hebben in de 20e eeuw verschillende Aziatische economieën zich spectaculair ontwikkeld, vanuit een protectionistische basis. Er kan geen twijfel over bestaan dat protectionisme nuttig kan zijn voor een land. Er zijn omstandigheden waaronder protectionisme nuttig en verdedigbaar is. Ik betwijfel echter of er op dit moment sprake is van dergelijke omstandigheden.

Kim en Trump

President Trump is druk. Niet alleen heeft hij invoerheffingen doorgevoerd, hij heeft ook opdracht gegeven om een ontmoeting tussen hemzelf en de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un te arrangeren. Het lijkt erop dat dit is wat Kim wilde: serieus genomen worden. Nu hij kernwapens heeft en daarmee waarschijnlijk Amerikaans grondgebied kan bereiken, gebeurt dat eindelijk. Een ontmoeting tussen de twee leiders moet als positief worden beschouwd voor alle partijen.

Succes voor Draghi

ECB-president Draghi is er afgelopen donderdag in geslaagd een boodschap af te geven die agressiever uitviel dan verwacht zonder dat dit de financiële markten van hun stuk bracht. De ECB besloot (unaniem) om een zin weg te laten die de bank sinds 2016 heeft gebruikt. Met die zin werd aangegeven dat de inkoop van obligaties zou worden opgevoerd als de omstandigheden daarom zouden vragen. Dit is een heel klein stapje in de richting van beleidsnormalisatie. En de zin mag dan zijn weggelaten, iedereen begrijpt dat deze weer terug kan komen als de omstandigheden verslechteren.

Draghi heeft een nogal wisselende reputatie wat betreft het afgeven van boodschappen. Eerder dit jaar verwachtten we van hem dat hij zou proberen de euro naar beneden te praten, maar na die persconferentie werd de euro juist duurder.

Belangrijker is dat wij, ondanks onze verrassing over het schrappen van de passage over de bereidheid tot verruiming door de ECB, de gedachtegang wel begrijpen. De economie doet het goed en deflatierisico’s lijken ver weg. Het past binnen ons beeld dat renteverhogingen nog een hele tijd op zich laten wachten.

Amerikaanse macrocijfers: Goudlokje op de arbeidsmarkt in februari

De Amerikaanse arbeidsmarktcijfers voor februari bevatten positief nieuws. Het aantal banen steeg met 313.000, de sterkste toename op maandbasis sinds juli 2016. Door een bijstelling van de cijfers voor de voorgaande maanden, kwamen er nog eens 54.000 banen bij. Niettemin bleef het werkloosheidspercentage onveranderd op 4,1%, doordat de arbeidsparticipatie toenam van 62,7% naar 63,0%. De inflatieangst nam iets af. De stijging van het gemiddelde uurloon maakte de markten een maand geleden nerveus, toen het stijgingstempo bleek te zijn versneld van de oorspronkelijk in december gerapporteerde 2,5% (bijgesteld naar 2,7%) naar 2,9% in januari. In februari is het tempo teruggevallen naar 2,6%.

Chinese uitvoer explodeert in februari; dat is vreemd

Vorige week was het vrij rustig aan het cijferfront. De Chinese handelscijfers voor februari waren ongetwijfeld de meest spectaculaire. De invoerstijging (in USD) vertraagde sterk in februari, naar 6,3% j-o-j tegenover 36,8% in januari. De cijfers worden vertekend door het tijdstip van het Chinees Nieuwjaar. De vertraging in februari kwam daardoor voor niemand als een verrassing. Tot ieders grote verrassing versnelde de Chinese uitvoergroei in februari sterk: +44,5% j-o-j tegenover 11,2% in januari.

Dit lijkt vreemd, omdat februari door het Chinees Nieuwjaar minder werkdagen telde. Volgens sommigen is de spectaculaire uitvoergroei toe te schrijven aan exporteurs die producten nog snel hebben verscheept voordat ze onder nieuwe invoerheffingen vallen. Ik betwijfel dat. Ten eerste gebeurde precies hetzelfde in 2015, toen februari ook minder werkdagen had dan in het voorgaande jaar maar de exportgroei toch omhoog schoot. Bovendien is niet alleen de uitvoer naar de VS snel gegroeid. De toename heeft zich over een bredere linie voorgedaan. Voorlopig moeten we, denk ik, concluderen dat dit een statistische eigenaardigheid is, die moeilijk te interpreteren is. Hoe dan ook, de cijfers wijzen sowieso niet op een sterke afkoeling van de wereldhandel.

Duitsland: zwak op maandbasis, sterk op jaarbasis

De Duitse industriële productie en orders hebben zich in januari zwakker ontwikkeld dan verwacht. De orders daalden met 3,9% m-o-m, na een stijging van 3,0% in december. De industriële productie viel terug met 0,1% m-o-m, na een daling van 0,5% in december. Op jaarbasis waren de cijfers sterk: +8,2% voor de orders en +5,5% voor de industriële productie. Deze groeipercentages zijn nog steeds aanzienlijk hoger dan de totale economische groei. Dat kan niet eeuwig zo doorgaan. Het is dan ook redelijk om aan te nemen dat het momentum in de industriële sector in de komende maanden afzwakt. Verschillende vertrouwensindicatoren van de industrie wijzen hier mogelijk al op.