Azië Focus – Handelsfricties risico bij goede vooruitzichten

door: Arjen van Dijkhuizen

  • Dankzij China en wereldhandel is groei opkomend Azië in 2017 licht versneld
  • Regionale groei blijft in 2018 ruim 6%; India weer snelst groeiende reus
  • Regionale inflatie stijgt vanuit China, maar enige afzwakking is waarschijnlijk
  • Voorzichtige verkrapping van het monetair beleid ligt in het verschiet
  • Escalatie handelsfricties met VS vormt momenteel belangrijkste risico …
  • … naast krappere financiële condities (Fed, risico-aversie), terugval China
  • … en geopolitieke kwesties (ondanks detente op het Koreaanse schiereiland)
180312-Azië-Focus.pdf (322 KB)
Download

Regionale groei versnelde in 2018 iets dankzij China en wereldhandel, India herstelt

2017 was een goed jaar voor opkomend Azië. Voor het eerst sinds 2010 versnelde de regionale groei op jaarbasis, zij het licht, naar 6,2% (2016: 6,0%). Daarbij was China, dat 50% van het regionale BBP voor zijn rekening neemt, uiteraard cruciaal. De Chinese groei klom vorig jaar naar 6,9% (2016: 6,7%). Ook speelde het aantrekken van de wereld-economie/wereldhandel een belangrijke rol. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de scherpe groeistijging in handelscentra zoals Hongkong, Singapore en Taiwan en in exportgerichte landen zoals Maleisië en Thailand. In Zuid-Korea en Indonesië nam de groei vorig jaar toe, maar slechts in geringe mate. India – de tweede economie van de regio – was aanvankelijk de uitzondering. Al sinds 2016 koelt de Indiase groei af. Maar omdat de tijdelijke groeidempende effecten van de bankbiljettenschoonmaak eind 2016 en de introductie van een uniforme belasting op goederen en diensten (juli 2017) zijn weggeëbd, is de Indiase groei in de loop van 2017 weer hersteld. In het laatste kwartaal van 2017 groeide India weer sneller dan China, voor het eerst sinds het derde kwartaal van 2016.

 

Ook andere macrodata laten verbetering zien, al zijn er recent tekenen van afkoeling

In de loop van 2017 toonde de regionale inkoopmanagersindex voor de verwerkende industrie een herstel, in lijn met de versnelling van de regionale groei. Eind 2017 werd een meer-jarige piek van 52 bereikt. Sindsdien is deze index weer iets verzwakt. Overigens maakt het daarbij nogal uit welke PMI voor China wordt genomen: de officiële (NBS) of die van Caixin (zie hier voor meer achtergrondinformatie). Ondertussen zijn er meer signalen dat de wereldhandel eind vorig jaar heeft gepiekt. De exportgroei van Aziatische bellweathers is in de afgelopen maanden iets afgekoeld ten opzichte van de piekniveaus die eerder in 2017 werden bereikt. Overigens worden deze cijfers vertekend door effecten verband houdend met (de timing van) het Chinees Nieuwjaar. De PMI-uitvoerindices lieten in februari voor de meeste Aziatische landen een daling zien, hoewel dat ook te maken kan hebben met  recente protectionistische maatregelen vanuit de VS (zie ook onze recent verschenen rapport, Protectionisme risico voor herstel wereldhandel).

 

 

Regionale groei blijft dit jaar solide, net boven 6%

We denken dat de regionale groei ook dit jaar solide is en ongeveer 6,2% blijft. Verge-leken met de vorige Azië Focus – gepubliceerd in december – hebben we onze groei-ramingen voor 2018 verhoogd voor Hongkong, Maleisië en Thailand. We verwachten dit jaar een groeiversnelling in India (tot 7,5%) en Indonesië (5,5%), stabilisatie in Zuid-Korea (3,0%) en Thailand (4,0%) en enige afkoeling in China (6,5%), Hongkong (3,0%), Maleisië (5,5), Singapore (3,0%) en Taiwan (2,5%). Aan onze positieve vooruitblik ligt een aantal veronderstellingen ten grondslag. We verwachten dat het mondiale beeld vrij gunstig blijft en gaan in ons basisscenario niet uit van grootschalige handelsoorlogen. We verwachten dat de wereldhandelsgroei dit jaar op een redelijk hoog niveau van 4,5% blijft, mede dankzij een groeiversnelling in de VS en de eurozone. Verder gaan we ervan uit dat de afkoeling in China geleidelijk blijft verlopen. Ook denken we dat – ondanks een toename van de inflatoire druk – de centrale banken in de welvarende landen doorgaan met het op voorzichtige wijze verkrappen van het monetaire beleid. Ten slotte denken we dat opkomend Azië over het algemeen wel goed bestand is tegen een klimaat met hogere rentestanden in de VS en een mogelijke verkrapping van financiële condities.

Regionale inflatie omhoog door China, maar enige afzwakking is waarschijnlijk

Onze regionale inflatie-index steeg in februari tot net boven de 3% j-o-j (NB: sommige landen moeten hun inflatiecijfer voor februari nog publiceren).  Dat was het hoogste niveau sinds augustus 2014. Voor deze stijging was vooral China verantwoordelijk, al nam de inflatie ook toe in Zuid-Korea, Taiwan en de Filippijnen. In China steeg de CPI-inflatie sterk, tot 2,9% j-o-j (januari: 1.5%). In onze ogen moet dat cijfer echter met de nodige voorzichtigheid worden geïnterpreteerd. Wel verwachten we dat de Chinese inflatie gemiddeld op jaarbasis toeneemt van 1,6% in 2017 tot 2,5% in 2018. Het cijfer voor februari wordt echter sterk gedreven door een sterke toename van de voedselinflatie en dat heeft weer alles met de timing van het Chinees Nieuwjaar te maken.  We denken dat dit effect de komende maanden zal afzwakken. De Chinese producentenprijsinflatie blijft ondertussen verder omlaag komen. Deze kwam in februari uit op 3,7% j-o-j, het laagste cijfer sinds november 2016. Ook in India is de CPI-inflatie de afgelopen maanden opgelopen, al viel deze in februari weer wat terug. Op jaarbasis verwachten we dat de Indiase inflatie toeneemt van gemiddeld 3,3% in 2017 naar ongeveer 4,5% in 2018.

 

Voorzichtige verkrapping van het monetair beleid ligt in het verschiet

Tegen de achtergrond van solide groei en toenemende inflatie is de monetaire verruiming in de regio ten einde. Het rentebeleid van de Fed (wij gaan uit van drie renteverhogingen dit jaar) speelt daarbij ook een rol. Feitelijk heeft al een omslag naar verkrapping plaats-gevonden, zij het in beperkte mate. Medio 2017 waren de centrale banken van India en Indonesië de laatste die de beleidsrente verlaagden. In China is per eind 2016 al gestart met ‘gerichte verkrapping’. Dat beleid heeft tot doel risicovolle schuldposities in de financiële sector en in het schaduwbankwezen terug te dringen, zonder de krediet-verlening aan de reële economie om zeep te helpen. De PBoC heeft de interbancaire rentes omhoog gedreven door de tarieven op haar openmarkt- en leenfaciliteiten marginaal te verhogen, waarbij het benchmarktarief (1-year lending rate) op 4,35% is gehouden. Ondertussen heeft de PBoC de algehele liquiditeit in het bankwezen gewaarborgd en recentelijk een aantal voorzieningseisen versoepeld. De Koreaanse centrale bank verhoogde in november de beleidsrente met 25 bp, tot 1,5%. De HKMA – die het rentepad van de Fed volgt vanwege de koppeling van de Hongkong dollar aan de Amerikaanse dollar onder de currency board – volgde in december. In januari verhoogde ook de centrale bank van Maleisië de beleidsrente, naar 3,25%.

Vooruitkijkend denken we dat China doorgaat met het beleid van gerichte verkrapping. We verwachten bescheiden renteverhogingen in Zuid-Korea en Taiwan en mogelijk ook in India. Over het algemeen zal het monetair beleid in de regio ook afhangen van bredere bewegingen in de risico-aversie en in dollarbewegingen versus de Aziatische valuta. Hoewel de ruimte voor monetaire stimulus al met al is afgenomen, is er – indien nodig – nog wel ruimte voor stimulerend begrotingsbeleid. De overheidsfinanciën in de regio staan er immers over het algemeen vrij goed voor.

Naast verkrapping financiële condities, China en geopolitieke kwesties …

Er zijn diverse risico’s voor de gunstige vooruitzichten voor de regio. Een daarvan is een mogelijke verkrapping van financiële condities, bijvoorbeeld als gevolg van (sneller dan verwachte) renteverhogingen door de Fed of toenemende risico-aversie bij een escalatie van handelsfricties. Veel landen in opkomend Azië hebben hoge schulden en zijn daarmee kwetsbaar voor wisselkoers- en renteschokken. Naast Hongkong en Singapore, hebben Zuid-Korea en China de hoogste schuldniveaus in de regio. Toch is de buitenlandse schuld over het algemeen laag, al geldt dat niet voor de financiële centra Hongkong en Singapore. Verder heeft Indonesië een relatief hoge schuld/uitvoer- quote. De huidige dollarzwakte is een verzachtende omstandigheid bij dit alles. Dat geldt ook voor de voorzichtige benadering van de ECB en de BoJ bij het normaliseren van het monetair beleid. Andere belangrijke risico’s hangen samen met een eventuele sterke groeivertraging in China en met geopolitieke kwesties. De ontspanning op het Koreaanse schiereiland lijkt vastere vorm te krijgen, na de toenadering van Noord- en Zuid-Korea tijdens de Winterspelen in het Zuid-Koreaanse Pyeongchang (zie ons speciale rapport hier). Onder aanvoering van een gematigder koers van Zuid-Korea, wordt er nu een bijeenkomst in mei gepland tussen de presidenten van de VS en Noord-Korea om over nucleaire ontwapening te praten. Toch blijven er nog veel geopolitieke kwesties openstaan, waaronder de toenemende rivaliteit tussen de VS en China.

… is toenemend protectionisme belangrijk risico nu de VS daad bij het woord voegt

In de afgelopen maanden heeft de VS op het vlak van protectionisme de daad bij het woord gevoegd. In januari kondigde de VS invoertarieven op zonnepanelen (30%) en wasmachines (20-50%) aan. Binnenkort gaat de VS ook invoertarieven heffen op staal (25%) en aluminium (10%), hoewel Washington bereid is om uitzonderingen te maken voor bijvoorbeeld Canada en Mexico – onder bepaalde voorwaarden. Ondertussen loopt nog een onderzoek naar gedwongen overdracht van technologie door China en diefstal van intellectueel eigendom. Hieruit zouden nadere maatregelen jegens China kunnen voortvloeien. Van alle bilaterale handelstekorten van de VS is dat met China verreweg het grootst (circa USD 350 mld). Japan, Vietnam, Maleisië, India en Zuid-Korea behoren ook tot de ‘top tien’. Verder staan China, Japan en Zuid-Korea wat hun wisselkoersbeleid betreft nog op de watchlist van het Amerikaanse ministerie van Financiën (al is de Chinese yuan met bijna 10% geapprecieerd versus de Amerikaanse dollar sinds eind 2016).

  

Onzekerheden genoeg, maar zeker is dat risico’s protectionisme toenemen

Het is natuurlijk nog onzeker in welke mate de handelsfricties zullen escaleren. Dat zal ook afhangen van vergeldingsmaatregelen en van mogelijke tweede- of zelfs derderonde- effecten. In elk geval is de VS een belangrijke handelspartner voor de meeste Aziatische landen. In BBP-termen gemeten zijn de directe handelsbanden met de VS het sterkst in Vietnam, Hongkong, Singapore, Maleisië, Thailand, Zuid-Korea en China. Er zijn ook nog indirecte verbanden. Zo wordt China ervan beschuldigd staal via derde landen naar de VS te exporteren. In het algemeen geldt dat het groeimodel van veel Aziatische landen is gebaseerd op mondiale aanbodketens. Protectionisme kan dat groeimodel aantasten, al kan dat effect deels gecompenseerd worden door sterkere regionale samenwerking. Denk aan strategische initiatieven zoals One Belt, One Road en aan nieuwe handelsovereen-komsten. Al met al verwachten we in ons basisscenario dat opkomend Azië de belang-rijkste mondiale groeimotor blijft. Toenemend protectionisme en een verdere escalatie van handelsfricties vormen echter wel neerwaartse risico’s voor deze sterk op de uitvoer gerichte regio.