Macro Weekly – Is hogere kerninflatie in VS een uitschieter of een nieuwe trend?

door: Han de Jong

  • Hogere kerninflatie in VS is geen trend
  • Rustige week aan cijferfront in VS
  • Industriesector in eurozone dendert door
  • Chinees Nieuwjaar brengt Chinese economie tot stilstand
180219-Macro-Weekly.pdf (72 KB)
Download

Bijna twee weken geleden kregen de markten het op de zenuwen toen de loongroei in de VS sterker dan verwacht bleek te zijn versneld. De inflatievooruitzichten traden hierna nog sterker op de voorgrond. Het verloop van de inflatie is cruciaal voor de financiële markten, want afwijkingen van de verwachtingen beïnvloeden de rente en in het verlengde daarvan de waarderingen van risicovolle beleggingen. Als de inflatie harder aantrekt dan verwacht, gaan de obligatierentes verder omhoog en is de Amerikaanse centrale bank (Federal Reserve) genoodzaakt om de teugels strakker aan te halen dan werd voorzien. Dit kan nadelig zijn voor de aandelenmarkten. Een scherpe monetaire verkrapping kan bovendien het begin betekenen van een nieuwe periode van economische neergang.

Kern-CPI in VS hoger dan verwacht in januari

Alle ogen waren vorige week gericht op het Amerikaanse inflatierapport dat woensdag verscheen. De totale consumentenprijsinflatie (CPI) bedroeg 0,5% m-o-m, terwijl de markt rekende op 0,2%. Het cijfer voor december werd naar boven bijgesteld van 0,1% naar 0,2% m-o-m. Belangrijker is echter dat de kern-CPI uitkwam op 0,3% m-o-m (na een naar beneden bijgestelde 0,1% voor december). Een kerninflatie van 0,3% m-o-m oogt niet spectaculair, maar het is wel de sterkste stijging op maandbasis sinds 2006. Op jaarbasis liep de kerninflatie marginaal op, maar door afronding bleef dit cijfer gelijk 1,8%.

Lang hebben we gedacht dat structurele krachten in de economie (technologie, productiviteit, wereldwijde overcapaciteit, etc.) de inflatie remden en tegenwicht boden aan de cyclische krachten die de inflatie opdrijven. Het is echter een balanceeract. Vorig jaar hadden we het bij het rechte eind, want ondanks de krappe arbeidsmarkt zwakte de kerninflatie af van circa 2,3% in 2016 naar een laagtepunt van 1,7% halverwege 2017. Onze optimistische visie lag regelmatig onder vuur, maar kwam uiteindelijk wel uit. De meest recente inflatiecijfers roepen echter de vraag op of we niet te optimistisch zijn: gaat de inflatie dit jaar wellicht sterker versnellen dan we denken?

Inflatie ontbeert een breed draagvlak

Bill Diviney, onze specialist voor de VS, is wat dieper in de Amerikaanse inflatiecijfers voor januari gedoken. Waar het naar mijn mening om gaat, is ten eerste of de cijfers erop duiden dat de krachtige economische groei leidt tot forsere loonstijgingen en zo tot een hogere inflatie. En ten tweede of knelpunten in het productieproces de inflatie opdrijven. Volgens ons wijzen de inflatiecijfers voor januari niet in deze richting. De kerninflatie werd opgedreven door de rubrieken kleding (+1,7% m-o-m), ziekenhuisdiensten (+1,3% m-o-m) en autoverzekeringen (+1,3% m-o-m). Hiermee lijkt het onderliggende inflatieproces geen breed draagvlak te hebben. De stijging van kledingprijzen op maandbasis lijkt bovendien vreemd, want de concurrentie in deze sector is wereldwijd hevig. Een herhaling van deze stijging lijkt dan ook niet waarschijnlijk. De hogere prijzen voor ziekenhuisdiensten houden vermoedelijk veeleer verband met sectorspecifieke factoren dan met een onderliggende opwaartse prijstrend. Hetzelfde geldt voor autoverzekeringen. Wij blijven dan ook bij ons standpunt dat cyclische krachten de inflatie zullen opdrijven ten opzichte van het gemiddelde niveau van vorig jaar, maar niet veel.

Rustige week aan cijferfront in VS

De overige vorige week gepubliceerde economische cijfers voor de VS waren in het algemeen zwak. De detailhandelsomzet daalde met 0,3% m-o-m in januari na een status quo in december (naar beneden bijgesteld van eerder +0,4%). De prijzen in de zogeheten controlegroep detailhandelsomzet bleven in januari gelijk na een daling van 0,2% m-o-m in december. De industriële productie was ook zwak. De totale productie liet een daling van 0,1% m-o-m zien, terwijl de productie in de verwerkende industrie, net als in december, pas op de plaats maakte. Mogelijk hebben de weersomstandigheden hier een rol gespeeld: de zeer lage temperaturen en de hevige sneeuwval in delen van de VS hebben wellicht de economische bedrijvigheid gedrukt. De sterke stijging van het aantal in aanbouw genomen woningen in januari staat echter haaks op dit beeld. Het is dus nog even afwachten hoe de situatie zich verder ontwikkelt. Gezien het onlangs gesloten tweejarige begrotingsakkoord tussen Republikeinen en Democraten bezorgen de groeivooruitzichten voor de Amerikaanse economie de financiële markten vooralsnog echter geen hoofdbrekens.

Industriesector in eurozone dendert door

De macrocijfers in de eurozone waren vorige week goed. Na sterke nationale cijfers gaf de industriële productie in de hele eurozone blijk van kracht: +0,4% m-o-m en +5,2% j-o-j in december. Dergelijke groeipercentages hebben we sinds 2011 niet meer gezien en toen volgden deze cijfers bovendien op de sterke krimp van 2008 – 2010. Onder meer normale omstandigheden zijn dergelijke groeipercentages te hoog gegrepen voor de industriesector van de eurozone.

Het BBP van de eurozone steeg in het vierde kwartaal met 0,6% k-o-k. Dit is gelijk aan de groei in het derde kwartaal. Gegeven de verder toegenomen kracht van diverse andere economische indicatoren verwachten we dat de BBP-groei in de loop van dit jaar iets versnelt.

Chinese economie komt tot stilstand vanwege Chinees Nieuwjaar

Het Chinese Jaar van de Hond is begonnen. Dit betekent dat veel Chinezen op reis gaan om het begin van het nieuwe jaar in familieverband te vieren. De economie komt feitelijk tot stilstand. Omdat het Chinees Nieuwjaar vorig jaar in januari viel, zullen vergelijkingen van economische cijfers op jaarbasis een vertekend beeld geven. Dit geldt niet alleen voor cijfers voor China zelf, maar ook voor die voor landen met nauwe economische banden met China.