Latijns-Amerika Focus – Herstel zet door in 2018

door: Marijke Zewuster

  • Regionale groei in 2017 plus 0,7% dankzij herstel Argentinië en Brazilië
  • Groei neemt verder toe naar 1,8% in 2018 en naar 2,3% in 2019
  • Particuliere consumptie ook in 2018 groeimotor
  • Volle verkiezingsagenda remt groei investeringen
  • Lagere grondstofprijzen en/of lagere mondiale groei voornaamste externe risico
180208-Latijns-Amerika-2018.pdf (78 KB)
Download

Economie klom in 2017 langzaam uit het dal

Dankzij herstel in Argentinië en Brazilië kwam de regionale groei in Latijns-Amerika in 2017 weer in de plus. Met een geschatte magere 0,7% lag de groei echter nog steeds beduidend onder de groei in de meeste andere opkomende markten en scoort de regio ook slecht ten opzichte van de industrielanden. De regio lijkt minder dan andere opkomende markten te profiteren van de aantrekkende wereldhandel en mondiale groei en de stijging van de grondstofprijzen. Dit is vooral toe te schrijven aan regio-specifieke factoren als natuurgeweld en politieke ontwikkelingen. Zo richtten bijvoorbeeld overstromingen in Peru en een aardbeving in Mexico aanzienlijke schade aan. Verder verergert de crisis in Venezuela, het op vier na grootste land van de regio, met de dag. De economie kromp in 2017 voor het vierde opeenvolgende jaar. De buitenlandse reserves zijn gedaald tot minder dan een maand import en het aflossen van de in verhouding tot de export sterk opgelopen buitenlandse schuld wordt met de dag lastiger. Laten we Venezuela buiten beschouwing, dan zou de regionale groei uitkomen op 1,6%.

Terwijl de groei in Argentinië en Brazilië in 2017 aantrok, viel de groei in de landen van de Pacific Alliance lager uit dan in 2016. Wel is het einde van de daling in de meeste landen bereikt. In Peru nam vanaf het eerste kwartaal de groei weer toe en in Chili en Colombia zagen we vanaf het derde kwartaal van 2017 een behoorlijke groeiversnelling. In Mexico zette de groeivertraging nog wel door maar hier was in het vierde kwartaal vermoedelijk sprake van enige stabilisatie.

Particuliere consumptie in 2017 belangrijkste groeimotor

In vrijwel alle landen van de regio trok de groei van de particuliere consumptie in 2017 aan, onder meer geholpen door sterkere grondstofprijzen en een dalende inflatie en rente. De investeringen lieten daarentegen in veel landen nog een krimp zien. Uitzondering is Argentinië. Daar namen de investeringen dankzij de hervormingsagenda van de regering Macri met naar schatting bijna 10% toe. De aantrekkende consumptie zorgde in de meeste landen ook voor een toename van de import, waardoor met uitzondering van Mexico en Peru, de bijdrage van de externe sector aan de groei negatief was.

Herstel zet verder door in 2018/19

We verwachten dat In de komende periode de groei zal aantrekken. Een verdere stijging van de grondstofprijzen en een gunstige mondiale conjunctuur zijn de belangrijkste aanjagers van de groei, maar politieke onzekerheid en structurele onevenwichtigheden staan ook in 2018 in sommige landen een krachtiger herstel in de weg. Hierdoor komt de regionale groei uit op een bescheiden 1,8% in 2018 en 2,3% in 2019. Als we alleen naar de zes grote economieën kijken -zonder Venezuela- dan neemt de groei toe van 1,6% tot circa 2,7% in 2018/19. Ook dit blijft lager dan de gemiddelde groei in opkomende markten.

Gunstige grondstofprijzen zorgen in de meeste landen er ook voor dat het tekort op de lopende rekening beperkt blijft. Daarnaast verwachten we dat net als in de afgelopen jaren het tekort in de meeste landen ruimschoots gedekt wordt door de instroom van directe buitenlandse investeringen (DBI). De sterke externe positie blijft hierdoor ook in de komende periode een belangrijke schokdemper.

In historisch perspectief gezien zijn groeiramingen in lijn met de trend

Onze groeiprognoses voor 2018/19 lijken aan de voorzichtige kant. Zetten we het echter af tegen de gemiddelde groei over de afgelopen tien, twintig of zelfs dertig jaar dan is onze raming eerder in lijn met deze trendgroei. Gemiddeld groeide de regio in de afgelopen dertig jaar met slechts 2,5% per jaar. Langdurige periodes van sterke groei zijn eerder uitzondering dan regel en worden, als ze plaatsvinden, afgewisseld met periodes van sterke neergang. De groei komt bovendien zelden uit boven de mondiale groei. Dit lijkt alleen het geval in periodes wanneer ook de grondstofprijzen stijgen.

Chili, Colombia en Peru zijn de landen met de hoogste gemiddelde groei over de afgelopen tien tot dertig jaar. Dit zijn ook de landen die sinds medio jaren negentig hun economie structureel gezien het meest hebben verbeterd. In vergelijking met landen als Argentinië en Brazilië kenden deze landen sinds de jaren negentig minder en minder zware recessies.


Kijken we naar onze groeiprognoses voor 2018/19 dan zien we voor Colombia en Venezuela een groei die lager is dan de trend, maar de groeiraming voor Argentinië en Brazilië van circa 3% voor 2018/19 is eerder aan de hoge kant. Of het deze landen lukt om op de middellange termijn deze groei vast te houden of te versnellen hangt af van de mate waarin ze erin slagen om het hervormingsproces door te zetten en knelpunten op het gebied van onder meer infrastructuur en human capital te verminderen. Het verleden biedt gelukkig geen garantie voor de toekomst, maar vooralsnog gaan we ook op de langere termijn voor de meeste landen uit van een gematigd groeipad.

Politieke agenda speelt belangrijke rol bij investeringen

De verkiezingen die in oktober in Brazilië en in juni in Mexico plaatsvinden, zorgen voor veel onzekerheid. In beide landen is er een gerede kans dat een door het bedrijfsleven als ongunstig ervaren president de verkiezingen wint. Hierdoor zal in aanloop naar de verkiezingen de groei van de investeringen tegenvallen. In Mexico speelt ook onzekerheid over de toekomst van het vrijhandelsverdrag NAFTA een rol. In ons basisscenario gaan we ervan uit dat NAFTA in principe met enige aanpassing gewoon doorgaat en dat als de verkiezingen eenmaal achter de rug zijn in beide landen een sterker herstel van de investeringen plaatsvindt. In Colombia vinden in maart parlementsverkiezingen plaats en in mei presidentsverkiezingen. Hier lijkt de invloed van de verkiezingen een stuk minder groot. De keuze gaat tussen verschillende centrumrechtse kandidaten en een drastische beleidsverandering is niet te verwachten. In 2017 was er sprake van een groei van de investeringen van circa 1% en mede dankzij gunstige olieprijzen zullen de investeringen dit jaar verder aantrekken. Ook in Argentinië en Chili lijkt dit jaar niets een opleving van de investeringen in de weg te staan. De verkiezingsoverwinning in Chili eind vorig jaar van de centrumrechtse coalitie onder leiding van Piñera heeft het ondernemersvertrouwen een verdere stimulans gegeven. In Argentinië is de positie van president Macri na de tussentijdse parlementsverkiezingen vorig jaar verder versterkt.

Ruimte voor stimulerend overheidsbeleid gering

Met een overheidsschuld van bijna 80% van het BBP en een overheidstekort in 2017 van rond de 8% van het BBP is de noodzaak van vergaande bezuinigingen in Brazilië het grootst. Toch geldt ook voor Argentinië, Colombia en Mexico met een overheidsschuld van rond de 50% van het BBP dat de ruimte voor een stijging van de overheidsfinanciën gering is, ondanks de positieve invloed van hogere grondstofprijzen. De ruimte is het grootst in Chili en Peru. In beide landen bedraagt de overheidsschuld minder dan 30%.

Ruimte voor monetaire verruiming neemt af

Na een forse monetaire versoepeling in 2017 beperkt in 2018 een geleidelijke aan oplopende beleidsrente in de VS en een hogere rente op de internationale kapitaalmarkt de ruimte voor verdere renteverlagingen. Dit is het geval ondanks een naar verwachting laag blijvende inflatie in Brazilië, Chili en Peru en een dalende inflatie in Argentinië, Colombia en Mexico.

De ruimte lijkt het kleinst voor Brazilië, Chili en Colombia. In Chili en Colombia is de reële rente met respectievelijk 0,2% en 0,7% al aan de lage kant en bij een aantrekkende groei zal er eerder worden overgegaan naar een neutraler monetair beleid. Dit geldt minder voor Peru. De inflatie in Peru bedroeg in december nog maar 1,4% j-o-j, terwijl de rente na de renteverlaging in januari 3% bedraagt.

In Mexico bedraagt de reële rente ook slechts 0,5%, maar daar is als de inflatie afneemt ruimte om de rente in lijn met de inflatie iets te verlagen. Mexico heeft met een inflatie van 6,8% j-o-j eind 2017 de hoogste rente van de Pacific Alliance. Mexico was ook het enige land waar in 2017 de rente werd verhoogd, tot het huidige niveau van 7,25%. De laatste stap was eind 2017. Daarmee is de beleidsrente in Mexico hoger dan in Brazilië, waar de rente na de laatste rentedaling 6.75% bedraagt. In reële termen is de rente in Brazilië met net iets meer dan 4% wel een stuk hoger. Toch verwachten we ook in Brazilië geen sterke rentedaling meer zolang de overheidsfinanciën niet op orde zijn.

Lagere grondstofprijzen en/of lagere mondiale groei voornaamste externe risico

Alhoewel binnenlandse risico’s op korte termijn een rol spelen, lijkt de regio vooral mee te deinen op de golven van de mondiale economie en de grondstofprijzen. Een harde landing in China en een daarmee gepaard gaande daling van de grondstofprijzen zou op de groei van de regio dan ook een sterk negatieve uitwerking hebben. Dit geldt ook voor andere factoren die de mondiale groei negatief kunnen beïnvloeden, zoals een toename van protectionisme en een sterkere stijging van de rente op de internationale kapitaalmarkt. Met name landen waar de buitenlandse schuld sterk is opgelopen zouden hierdoor getroffen worden. De nog altijd sterke externe positie maakt het risico dat dit bij de grote zes ook leidt tot werkelijke aflossingsproblemen een stuk kleiner. Sinds de laatste Argentijnse schuldencrisis in 2001 is de regio een stuk crisisbestendiger geworden. De kans dat een mogelijke default in Venezuela een olievlekwerking heeft op de rest van de regio lijkt dan ook erg klein.