Gevaarlijk spel met staal en aluminium

door: Casper Burgering

‘Section 232 Investigations’ noemen ze het in de VS. Het is de oplossing van de VS om de import van staal en aluminium – onder meer uit China, Rusland, maar ook uit Europa – een halt toe te roepen. Het is voor de VS namelijk al langer een heet hangijzer dat de import van relatief goedkoop staal en aluminium ten koste gaat van de eigen industrie. Het plan oogstte veel steun van staalarbeiders, staalbedrijven en van overheden in de zogenaamde ‘Rust Belt’. In deze regio – in het noordoosten van de VS met een sterke concentratie van de zware industrie – heeft de economie flink te verduren gekregen van de buitenlandse concurrentie. Hoge werkloosheid, loonstagnatie en een veel lagere levensstandaard: voor de regering Trump voldoende redenen om maatregelen te nemen, te beginnen bij de import. Maar de Amerikanen spelen hoog spel.

Overproductie van staal en aluminium

Er wordt teveel staal en aluminium geproduceerd. China heeft hierin een prominente rol. Het land produceert 50% van de mondiale staalproductie en heeft een aandeel van zelfs 56% in de wereldwijde aluminiumproductie. En alles wat China aan staal en aluminium produceert heeft het zelf niet altijd even hard nodig. Het overtollige materiaal wordt relatief goedkoop weggezet op internationale markten. Het overgrote deel hiervan komt in de regio terecht (Zuidoost-Azië), maar veel gaat ook richting de VS en Europa. In het geval van aluminium zijn de VS en Europa al jaren afhankelijk van de import. De hoeveelheden die zij zelf produceren zijn lang niet voldoende om aan de vraag te voldoen. Dat komt doordat het produceren van aluminium een energie-intensief proces is en de energiekosten in de VS en Europa relatief hoog liggen. Bij staal liggen de verhoudingen iets anders. Ook Europa produceert meer staal dan de interne markt aankan. De hoeveelheden staal die de VS produceren zijn echter ontoereikend voor de binnenlandse vraag en daarmee blijft deze natie afhankelijk van import.

Verregaande maatregelen

In 2017 zijn door de VS en Europa al diverse importbeperkende maatregelen genomen tegen bepaalde typen staal en aluminium uit met name China en Rusland. De VS willen nu een stap verder gaan. Voor de import van staal vanuit alle landen (dus ook Europa!) willen de VS een importtarief van 24% introduceren. Voor twaalf specifieke landen – waaronder China, Rusland, Brazilië en Zuid Korea – is een nog hoger tarief voorgesteld van 53%. Voor de import van aluminium geldt een soortgelijke verdeling, met lagere tarieven als enige verschil. Veel Amerikaanse industriële bedrijven steunen het initiatief van harte. Maar de kans bestaat dat de maatregelen negatief uitwerken. Nogal wat Amerikaanse bedrijven zijn gespecialiseerd in afgewerkte producten van staal en aluminium. Denk aan frisdrankblikjes tot aan Fords en de koffiepads tot aan Boeings. En voor het maken van al deze producten zijn de bedrijven afhankelijk van de aanvoer van grondstoffen vanuit het buitenland. Als je nagaat dat 90% van het aluminium dat de VS consumeren in het buitenland wordt gesmolten, dan hebben de voorgestelde maatregelen verregaande consequenties. De handelsrelaties en de economie van de VS worden dus ijzers aangelegd, en dat kan zomaar de mondiale economie flinke schade berokkenen.


Deze column wordt ook geplaatst in het vakblad Vraag & Aanbod