Euro Watch – Italië gaat naar de stembus

door: Aline Schuiling

  • Op 4 maart worden algemene verkiezingen gehouden. Wat de uitslag ook wordt, een stabiele regering die ingrijpende beleidswijzigingen soepel kan doorvoeren, komt er waarschijnlijk niet
  • Volgens recente peilingen behaalt geen enkele partij of alliantie een ruime meerderheid van de zetels in het parlement
  • Een krappe meerderheid voor centrumrechts lijkt mogelijk, maar door fundamentele onderlinge verschillen liggen conflicten op de loer en kan de alliantie uiteenvallen
  • Het meest waarschijnlijke scenario lijkt dat de twee traditionele regeringspartijen, de Democratische Partij en Forza Italia, de kern van een coalitieregering vormen
  • De programma’s van de grootste partijen hebben we op twee belangrijke thema’s getoetst: het begrotingsbeleid en het effect daarvan op de schuldquote en het standpunt ten aanzien van Europa
  • Op basis van deze twee criteria zouden de financiële markten het meest gebaat zijn bij een regering waarin vooral de Democratische Partij een grote rol speelt en, in mindere mate, Forza Italia
  • De slechtst denkbare uitkomst voor de financiële markten is een regering met anti-establishmentpartijen die fundamenteel eurosceptisch zijn en een sterk expansief begrotingsbeleid voorstaan, zoals Lega Nord en, zij het in mindere mate, M5S
180223-Euro-Watch-Italië-gaat-naar-de-stembus.pdf (292 KB)
Download

Komt er een stabiele nieuwe regering?

Nee, een stabiele regering zit er niet in. Net als in veel andere landen van de eurozone is het politieke landschap in Italië in de afgelopen jaren versnipperd. Hierdoor bestaat de kans dat de formatie van een nieuwe regering te gecompliceerd is en dat nieuwe verkiezingen moeten worden uitgeschreven. Omdat de uitslag in dat geval waarschijnlijk ongeveer hetzelfde zal zijn, denken we dat er uiteindelijk toch een regering komt. Het wordt wel een proces van de lange adem, terwijl de coalitie mogelijk niet erg stabiel is.

Belangrijkste partijen en recente peilingen

Sinds het parlement de nieuwe kieswet (Rosatellum) heeft goedgekeurd en de verkiezingen zijn aangekondigd, zijn twee brede politieke allianties gevormd. De eerste alliantie betreft een centrumrechtse stroming onder leiding van Silvio Berlusconi van Forza Italia (FI – circa 16% van de stemmen in recente peilingen). De tweede grote partij binnen deze stroming is de eurosceptische Lega Nord (LN – circa 14% ). Verder maken nog twee kleinere partijen deel uit van deze stroming: de nationalistische Fratelli d’Italia (FdI – 5%) en de conservatieve Noi con l’Italia (NcI – 2%). De tweede alliantie betreft een centrumlinkse stroming onder leiding van Matteo Renzi van de Partito Democratico (PD – 23%). Hiertoe behoren ook drie kleine pro-Europese centrumlinkse partijen die samen goed zijn voor circa 4% van de stemmen. Naast deze twee allianties doen twee individuele partijen het goed in de peilingen: de Vijfsterrenbeweging (M5S – 28%) die zich sterk afzet tegen de gevestigde orde, en de linkse Liberi e Uguali (LeU – 6%).

Coalitie met FI en PD als kern

Op basis van recente peilingen en de partijprogramma’s (zie hierna) lijkt een coalitie van de twee traditionele regeringspartijen PD en FI het meest waarschijnlijk. Mogelijk sluiten ook enkele kleinere pro-Europese centrumpartijen of -fracties zich bij deze coalitie aan. Een andere mogelijkheid is dat PD en FI een minderheidsregering vormen met gedoogsteun van deze kleine partijen of fracties in het politieke midden. In dit scenario stapt FI uit de centrumrechtse alliantie met LN, FdI en NcI, die niet toetreden tot de regeringscoalitie. Het formatieproces zal vermoedelijk moeizaam verlopen. Daarbij komt dat Renzi en Berlusconi beiden hebben verklaard liever opnieuw de gang naar de stembus te maken dan met elkaar een coalitie aan te gaan. Toch lijkt dit, gezien alle andere opties, de meest waarschijnlijke uitkomst. Echt overtuigd hiervan zijn we echter niet: we schatten de kans op een dergelijke coalitie op 40%.

Centrumrechtse coalitie

Door het nieuwe kiesstelsel Rosatellum (37% van de zetels wordt toebedeeld volgens het districtenstelsel en 61% volgens het systeem van evenredige vertegenwoordiging; de resterende 2% wordt gekozen door in het buitenland woonachtige Italianen) zou de centrumrechtse alliantie misschien een krappe meerderheid van de zetels kunnen behalen. FI en LN, de twee grootste partijen binnen deze alliantie, verschillen echter fundamenteel van mening over Europa en het begrotingsbeleid (zie hierna). Dit betekent dat conflicten op de loer liggen en de coalitie uiteen kan vallen. De kans op een geslaagde formatie van een regering die uitsluitend bestaat uit partijen die deel uitmaken van de centrumrechtse alliantie, schatten we op 30%.

Andere opties

Er lijken drie andere opties te zijn, waaraan we een relatief kleine kans van circa 10% elk toekennen. De eerste is een coalitieregering van alle partijen van zowel de centrumlinkse als de centrumrechtse alliantie (dus onder meer PD, FI en LN). De tweede optie is een kernkabinet van M5S en PD en de derde optie is een regering waarin M5S, LN en FdI de kern vormen. Gezien de sterke afkeer van de gevestigde orde binnen M5S zal een eventuele samenwerking met de traditionele regeringspartijen PD en/of FI op fel verzet binnen de partij kunnen stuiten en tot interne conflicten kunnen leiden. Luigi Di Maio, de partijleider van M5S, heeft aangegeven bereid te zijn om met andere partijen te onderhandelen, maar wil niet toetreden tot een coalitieregering.

Welke kant gaat het op met de overheidsfinanciën?

De programma’s van alle belangrijke partijen bevatten plannen waardoor de overheidsfinanciën verslechteren. Het financieel plaatje ziet er het slechtst uit bij FI en LN en het minst slecht bij PD, terwijl M5S in het midden zit.

Kader 1: Begrotingsplannen van de belangrijkste partijen

FI wil een vlaktaks van 23% invoeren voor alle particulieren en bedrijven (het laagste tarief van de inkomstenbelasting is nu 23% en het hoogste 43%, de vennootschapsbelasting is 24% en regionale heffingen bedragen circa 4%). Volgens FI nemen hierdoor de inkomsten van de staat af met ongeveer EUR 50 miljard (circa 3% van het BBP). Daarnaast wil FI het minimumpensioen verdubbelen tot EUR 1.000 per maand en de onroerendezaakbelasting, erfbelasting en bepaalde wegenbelastingen afschaffen. LN is ook voorstander van een vlaktaks, maar zet in op een tarief van slechts 15%. Bovendien wil LN de pensioenleeftijd verlagen en de pensioenuitkeringen verhogen. PD wil dat de belastingen op arbeid en voor huishoudens met kinderen worden verlaagd en dat de overheid meer gaat investeren. Het begrotingstekort mag van PD de komende vijf jaar oplopen tot 3% (het tekort over 2017 wordt geraamd op circa 2%). M5S wil het vennootschapsbelastingtarief verlagen, een gegarandeerd minimumloon van EUR 780 per maand invoeren, de pensioenleeftijd verlagen en de overheidsinvesteringen verhogen met EUR 50 miljard (en ‘improductieve’ overheidsuitgaven met EUR 50 miljard verlagen). Wat M5S betreft, mag het begrotingstekort oplopen tot meer dan 3%.

De partijen met het meest expansieve begrotingsbeleid (FI, M5S en LN) verwachten dat het effect van de budgettaire expansie op de overheidsschuld (grotendeels) gecompenseerd wordt door een hogere BBP-groei. Geen van deze partijen heeft echter in haar programma plannen voor ingrijpende economische hervormingen opgenomen die het potentiële groeiniveau van Italië op de langere termijn versterken. Op dit moment is dit minder dan de helft van dat van de hele eurozone. Het tegendeel is eerder waar. De meeste partijen willen de pensioen- en arbeidsmarkthervormingen die in de afgelopen jaren zijn doorgevoerd, volledig of gedeeltelijk weer ongedaan maken. Als de eerdere pensioenhervormingen worden teruggedraaid en het pensioenstelsel genereuzer wordt, zal dit ernstige gevolgen hebben voor de overheidsfinanciën, omdat de bevolking van Italië in snel tempo vergrijst (zie grafiek hieronder). Een groot deel van de budgettaire expansie (met name de extra uitgaven) zal bovendien de BBP-groei slechts tijdelijk een impuls geven. We denken dan ook dat op de langere termijn de beleidsplannen van deze partijen de overheidsschuld per saldo opdrijven. Ook zonder de beoogde beleidswijzigingen zal volgens ons de schuldquote van Italië waarschijnlijk de komende paar jaar dalen om daarna weer te stijgen (klik hier voor meer (Engelstalige) informatie). Hoewel ook PD een expansief begrotingsbeleid voorstaat, lijken haar plannen minder drastisch, vooral omdat zij de pensioenuitgaven niet wil verhogen. Bovendien overweegt PD niet om reeds doorgevoerde hervormingen van de arbeidsmarkt ongedaan te maken.

Wat zijn de gevolgen voor de Europese agenda van Italië?

Dit hangt af van de coalitie die aan de macht komt. Een regering waarin de centrumlinkse alliantie (PD) en FI een grote rol spelen, is waarschijnlijk de meest Europa-vriendelijke optie. Vooral PD en haar partners in de centrumlinkse alliantie zijn Europagezind. Aan de andere kant van het spectrum vinden we LN en M5S terug. Beide partijen zijn fundamenteel  eurosceptisch (LN waarschijnlijk iets meer dan M5S) en hebben in het verleden een vertrek van Italië uit de Europese Unie (Itexit) op hun agenda gezet, hoewel ze inmiddels hun plannen op dat punt hebben afgezwakt.

Kader 2: Europese agenda van de belangrijkste partijen

FI is traditioneel pro Europa. Berlusconi heeft kort geleden nog gezegd dat hij de limiet van 3% voor het begrotingstekort zal respecteren. Omdat hij na zijn veroordeling wegens belastingfraude geen openbaar ambt mag uitoefenen, kan Berlusconi geen premier of minister worden. Tegenover de pers heeft hij verklaard dat hij Antonio Tajani (de huidige voorzitter van het Europees Parlement) een geschikte kandidaat vindt om de volgende premier te worden als de centrumrechtse alliantie een meerderheid van de parlementszetels wint. Dit bevestigt de nog altijd sterk pro-Europese houding van FI. De PD van Renzi en de andere partijen van de centrumlinkse alliantie zijn nog sterker pro Europa. Renzi is voorstander van verdere Europese integratie en een gemeenschappelijke begroting. Hij wil op deze punten samen optrekken met Frankrijk, Duitsland en Spanje. LN en M5S zijn daarentegen beide fundamenteel eurosceptisch (LN waarschijnlijk iets meer dan M5S) en hebben in het verleden Itexit op hun agenda gezet. Beide partijen hebben recentelijk hun anti-Europa retoriek gematigd en zien Itexit niet langer als een doelstelling. Ze willen echter de Europese regelgeving ingrijpend veranderen en het Begrotingspact afschaffen. In recente uitlatingen in de pers liet partijleider Matteo Salvini van LN doorschemeren dat Italië uit de euro moet stappen, tenzij de regels van het Begrotingspact worden geschrapt. M5S ziet een referendum over Itexit als uiterste middel indien de regels van de Monetaire Unie niet worden aangepast.

Wat zijn de gevolgen voor de financiële markten?

Dit hangt uiteraard af van de uitslag. Wat de mogelijke gevolgen van de uitslag van de verkiezingen op de Italiaanse obligatiemarkt betreft, zijn twee aspecten in het bijzonder relevant: 1) het begrotingsbeleid van de volgende regering en de gevolgen daarvan voor de staatsschuld, en 2) de houding van de nieuwe regering tegenover Europa. Een coalitie waarin de twee traditionele regeringspartijen (PD en FI) een belangrijke rol spelen, is naar onze mening voor de markten het beste scenario. Het begrotingsbeleid zal dan expansief zijn, maar deze partijen willen zich houden aan de limiet van 3% voor het begrotingstekort. Beide partijen, en PD in het bijzonder, zijn bovendien pro Europa. Het worstcasescenario lijkt een regering te zijn waarin fundamenteel eurosceptische anti-establishmentpartijen zoals LN, die de belastingen aanzienlijk willen verlagen en/of de overheidsuitgaven fors willen verhogen, een flinke vinger in de pap hebben. Deelname van M5S aan een regering met PD en/of FI heeft waarschijnlijk een min of meer neutraal effect, maar een coalitie van M5S, LN en FdI zou ongunstig zijn voor de markt.