Energiemonitor februari – Gas: Een duivels dilemma

door: Hans van Cleef

  • Gasproductie Groningen omlaag, maar alternatieven liggen niet voor het oprapen
  • Prijseffect aanstaande gasbesluit blijft vooralsnog uit…
  • … maar toch verhogen wij onze raming voor de TTF gasprijs
120218-Energiemonitor-feb-NL.pdf (281 KB)
Download

Gasproductie Groningen omlaag

De afgelopen weken was de discussie over de gasproductie in Groningen niet weg te denken uit het nieuws. Na de aardbeving van 8 januari bij Zeerijp (3,4 op de schaal van Richter) is de discussie over de afbouw van de gasproductie terecht in een stroomversnelling gekomen. Zowel Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) als Gasunie heeft inmiddels een advies uitgebracht richting de minister van Economische Zaken en Klimaat (EKZ) met betrekking tot het gewenste productieniveau. Het dilemma waar minister Wiebes op korte termijn uit moet zien te komen, komt goed in beeld wanneer we kijken naar het advies van beide organisaties. SodM adviseert een maximale productie van 12 miljard kubieke meter (bcm) gas om de veiligheid van de Groningers te garanderen. Gasunie adviseert een minimale productie van 14 bcm om de leveringszekerheid te kunnen blijven garanderen. Inmiddels is de productie rondom Loppersum al wel reeds gestaakt op basis van het advies van de SodM.

De minister heeft aangegeven zo snel mogelijk de gasproductie uit het Groningenveld verder te willen reduceren richting 12 bcm, nadat dit al eerder daalde van 53,87 bcm in 2013 tot 23,58 bcm in 2017. Eind maart zal hij  zijn besluit bekend maken.

Afhankelijkheid van Gronings gas is nog steeds groot

De Nederlandse energiemix is voor ongeveer 40% afhankelijk van aardgas. Een deel daarvan wordt gewonnen uit het Groningenveld, een ander deel maakt deel uit van het zogenaamde ‘kleine-velden-beleid’. Deze kleinere gasvelden liggen verspreid over Nederlands gebied, zowel onshore als offshore. Een groot deel van onze consumptie is afhankelijk van het specifieke gas uit Groningen – het laagcalorisch gas. Dit gas wordt vooral gebruikt voor verwarming en elektriciteit in de Nederlandse huishoudens, kantoren, winkels, en een deel voor export richting omringende landen.

Besparing, meer aandacht voor efficiëntie, en minder export zijn de meest voor de hand liggende mogelijkheden om het verbruik van gas te verminderen. Dit is echter makkelijker gezegd dan gedaan. De minister is inmiddels in gesprek met omringende landen om de export zo snel mogelijk te kunnen beperken. Daarnaast heeft hij een brief gezonden aan 200 grootverbruikers met de opdracht om binnen vier jaar over te schakelen op hoogcalorisch gas of een duurzaam alternatief. Er zijn volgens de branchevereniging van de zakelijke energieverbruikers VEMW echter nog een aantal randvoorwaarden – zoals financiering, aanleg infrastructuur en/of duurzame oplossingen, contracten gasimport, et cetera – waar aan moet worden voldaan voordat dit gerealiseerd kan worden. Vier jaar lijkt daarbij een bijna onmogelijke opgave.

Toch zal de afhankelijkheid van gas verder afnemen. Maar dat gaat aanzienlijk minder snel dan de afbouw van de gasproductie in Groningen. Het is dan ook een illusie om te denken dat de productie van de een op andere dag van de huidige 21 bcm naar bijvoorbeeld 12 of 14 bcm kan worden gebracht. Dit zou direct kunnen leiden tot tekorten, zeker in het geval van een strenge winter.

Aan alle alternatieven kleven voor-, maar zeker ook nadelen

Er zijn diverse alternatieven voor het gas uit Groningen, maar aan al deze alternatieven kleven ook nadelen. Deze nadelen hebben meestal betrekking op tijd (de aanleg/bouw van de alternatieven kost veel tijd) of geld (de alternatieven zijn kostbaar en hebben slechts een beperkte levensduur wat kan zorgen voor een negatief rendement). Ze kunnen vaak op weinig draagvlak rekenen. Deze korte situatieschets is niet volledig, maar geeft wel de belangrijkste dilemma’s aan waar de minister nu voor staat.

Duurzame energie: het meest voor de hand liggende alternatief is duurzame energie. Dat zou zeker een goed alternatief kunnen bieden, met name voor het deel van gas dat gebruikt wordt voor het opwekken van elektriciteit en warmte in de industrie. Voor elektriciteitscentrales wordt meer gebruik gemaakt van hoog calorisch gas.  Een nadeel van duurzame energie is echter dat het jaren kost om voldoende capaciteit aan zon- en windenergie te bouwen. Ondanks de ruime beschikbaarheid van subsidies worden aangemelde projecten vaak voortijdig afgeblazen als gevolg van economische onhaalbaarheid, of weerstand vanuit de bevolking en/of lokale politiek. Het aandeel van duurzame energie in de energiemix groeit spectaculair snel, maar komt wel van een zeer lage basis.

Gas importeren: als het niet mogelijk of wenselijk is om de lokale productie te verhogen – bijvoorbeeld bij kleine velden, of het onlangs gevonden gasveld boven Schiermonnikoog – dan zou de minister meer import van gas kunnen overwegen. Deze optie kent nadelen van technische, economische en geopolitieke aard. Geïmporteerd gas is van een andere kwaliteit, namelijk hoogcalorisch. Om dit naar Groningenkwaliteit te brengen, moet er stikstof aan worden toegevoegd. De huidige stikstofconversiecapaciteit wordt echter al grotendeels gebruikt. Dit zou betekenen dat er stikstoffabrieken moeten worden bijgebouwd. Een economisch vraagstuk dat dan rijst is of de bouw van deze fabrieken – waarvan de kosten enkele honderden miljoenen euro’s zal bedragen en enkele jaren tijd vergt om te bouwen – wel gerechtvaardigd is. De terechte vraag is namelijk of er zoveel geld geïnvesteerd moet worden in fabrieken die – als je naar de klimaatdoelstellingen kijkt – gericht zijn op een grondstof die naar verwachting een steeds kleinere rol in de energiemix zal/moet gaan spelen. Daarnaast is gas kopen op de internationale markt duurder dan lokaal gas, nog los van de hogere kosten en extra CO2-uitstoot die samenhangen aan het internationaal transport van gas.

De goedkoopste optie voor importgas is gas uit Rusland, en eventueel Noorwegen (voor zover de transportcapaciteit dat toelaat). Met name gas uit Rusland is echter controversieel aangezien Europa de afhankelijkheid van Rusland juist wil terugdringen. Daarnaast speelt voor Nederland specifiek nog de gevoeligheid rondom de MH17-kwestie en de lopende sancties tegen Rusland.

Een ander alternatief is Liquified Natural Gas (LNG) uit bijvoorbeeld Qatar, Australië en/of de VS. De prijs van LNG ligt momenteel echter een stuk hoger (zo’n 50%) en daar komen de transportkosten nog bovenop. Dit verschil zal de komende maanden wellicht iets dalen als de seizoenvraag naar gas (met name in Azië) af zal nemen. LNG kent als nadeel dat het over grote afstand getransporteerd moet worden. Het natuurlijke verlies van gas onderweg, in combinatie met de CO2-uitstoot voor het transport, zorgen voor een hogere milieubelasting dan bij lokaal geproduceerd gas. Daarnaast kunnen aan extra afhankelijkheid van bijvoorbeeld Qatar ook geopolitieke bezwaren kleven. Tot slot wordt Amerikaans LNG gelinkt aan schaliegas, wat mede gewonnen wordt door chemicaliën in de grond te injecteren. Dat is momenteel ook controversieel.

Andere alternatieven: : er zijn nog meer alternatieven. Voor warmte kan gedacht worden aan bijvoorbeeld geothermie, warmtepompen en biomassa. Geothermie staat in Nederland echter nog in de kinderschoenen en bedient zich van dezelfde technieken als gebruikt worden bij de gasproductie. Dat zou een potentieel probleem kunnen vormen voor het draagvlak onder de bevolking. Gedegen procedures en overleg met omwonenden lijken daarom cruciaal bij de aanleg van geothermie. Warmtepompen kunnen een goede vervanging bieden voor een traditionele CV-ketels, maar ook in een hybride variant (dus in combinatie met een CV-ketel) kan het gasverbruik – en dus de CO2-uitstoot – al aanzienlijk worden teruggebracht.

Biomassa maakt zo’n 50% uit van de Nederlandse duurzame energie en wordt gebruikt voor zowel warmte als de opwek van elektriciteit. Toch is biomassa omstreden aangezien het niet door iedereen als ‘duurzaam’ wordt bestempeld.

Voor elektriciteit kan wellicht ook worden teruggegrepen op kolen. Dit druist echter regelrecht in tegen de voornemens om de resterende Nederlandse kolencentrales te sluiten voor 2030, zoals afgesproken in het regeerakkoord. Dit is een maatregel die mede nodig is om te kunnen voldoen aan de Europese doelstellingen ten aanzien CO2-emissie als gevolg van het klimaatakkoord. Een ander – niet populair – alternatief zou kernenergie kunnen zijn. Hoewel erg kostbaar en andere nadelen met zich meebrengend, stoot kernenergie geen CO2 uit. Dit lijkt ons echter een zeer onwaarschijnlijk alternatief.

Prijseffect blijft uit, ondanks de te verwachten productiedaling

Hoewel het nu vrijwel zeker lijkt dat de minister de gasproductie uit het Groningenveld zo snel mogelijk zal willen verlagen, zien we nog nauwelijks een effect op de prijzen van Title Transfer Facility (TTF) gas futures (gasprijzen met levering in de toekomst). TTF is de Nederlandse gas hub waarop gas wordt verhandeld. TTF wordt – naast National Balancing Point (VK) en Zeebrugge (België) steeds meer gezien als een belangrijke Europese benchmark. Groningengas-productie kan daarom invloed hebben op de TTF gasprijs. Dat er momenteel weinig effect op de prijs te zien is kan deels komen doordat de minister nog niet definitief heeft besloten en het nog enige tijd zal duren voordat de gasproductie op 12 bcm zit.

Een andere verklaring kan zijn dat de markt er vooralsnog van uitgaat dat er voldoende alternatieven zijn en de daling van het aanbod gelijk wordt gesteld aan de verwachte daling van de vraag (van laagcalorisch gas). Het is goed om je te realiseren dat gasprijzen door aanbod- maar ook door vraagfactoren worden bepaald. Seizoenpatronen zijn daarom belangrijk. Een periode van koude kan immers leiden tot tijdelijke, maar aanzienlijke, koersstijgingen.

Toch stellen wij onze verwachting voor de prijs van TTF gas naar boven bij. Deels omdat marktspeculatie als gevolg van een lagere gasproductie kan leiden tot meer opwaartse druk op de gasprijs, met name vanaf 2019. En tevens omdat wij toch al een verdere stijging van andere grondstofprijzen – zoals olie en kolen – en van de prijs voor CO2-emissierechten verwachten. Deze combinatie zal ook kunnen leiden tot meer opwaartse druk op de prijs van gas. Wij verhogen daarom de raming voor TTF gas van 18 EUR/MWh naar 20 EUR/MWh voor eind 2018, en van 18 EUR/MWh naar 24 EUR/MWh voor eind 2019.