Granenmonitor: Hoge voorraden drukken op de graanprijzen

door: Nadia Menkveld

De teelt van zowel tarwe als mais staat onder druk door de lage prijzen. Boeren ruilen deze gewassen in voor rendabelere aanplant, maar door efficiëntieverbeteringen wordt er nog steeds relatief veel mais en tarwe geproduceerd. En dat terwijl de voorraden de afgelopen jaren alleen maar toe zijn genomen. Voor soja geldt dat de markt kijkt naar Brazilië, dat vorig jaar een recordoogst produceerde. Kan het land dit record evenaren?

Deze week stegen de tarweprijzen als gevolg van de lagere dollar. De dollar daalde door de uitspraken van de Amerikaanse minister van financiën. Ondanks deze daling verwacht ABN AMRO dat de koers van de dollar in 2018 zal stijgen naar 1,15 EUR/USD.  Vorige week waren de tarweprijzen ook in het nieuws. Het Amerikaanse ministerie van Landbouw (USDA) sprak namelijk zijn verwachtingen uit over het binnenlandse tarwe-areaal. Met name de cijfers rondom tarwe waren een verassing.

De meeste marktpartijen hielden rekening met een flinke krimp in het aantal hectaren tarwe, maar de cijfers waarmee het USDA naar buiten kwam vielen mee. Dat zorgde voor extra druk op de toch al lage tarweprijs.

Die lage tarweprijs is onder meer het resultaat van de hoge tarwe-export uit Rusland en de extreem hoge voorraden op de wereldmarkt. In andere landen is de lage prijs van tarwe aanleiding voor boeren om het gewas in te ruilen voor rendabelere gewassen, maar Rusland heeft het areaal juist uitgebreid. En dat is ongunstig voor de tarwe-prijs. Het tarwe-areaal moet flink dalen, wil de productie naar beneden gaan en de voorraad kleiner worden. Dit is hard nodig om de prijs te laten stijgen en het gewas rendabel te maken voor boeren.Het komende jaar is dit nog niet het geval. De productie neemt nog licht toe in 2018 en zelfs bij voldoende of hogere vraag gaat het nog even duren voor de voorraden lager liggen.

Volgens het International Grain Council (IGC) neemt de vraag naar tarwe voor veevoer af maar een groei in de vraag naar tarwe voor voedsel maakt die daling goed. De groei naar tarwe voor menselijke consumptie wordt met name gedreven door een groeiende vraag in delen van Azië en Afrika, waar populatiegroei plaatsvindt en waar producten waar tarwe inzitten ook populairder worden. Per saldo neemt de vraag dus toe, maar dat is onvoldoende om de prijs van het gewas omhoog te stuwen.

Pas in het 2018/2019 seizoen daalt de afname van het wereldwijde tarwe-areaal voldoende om effect te hebben op de productie. Door een hogere vraag gaan de prijzen dan stijgen. ABN AMRO verwacht als gevolg daarvan een stijging van de prijs naar  5,25 USD/Bu in 2019.

De prijs van soja bewoog zich de afgelopen drie maanden tamelijk vlak tussen de 9,2 en de 9,5 USD/Bu. De sojaprijs bevindt zich boven zijn langetermijngemiddelde maar ligt lager dan een jaar geleden. De recordoogst in Brazilië vorig jaar zorgde voor lagere sojaprijzen. Voor 2018 is de vraag of Brazilië deze hoge oogst kan evenaren; een groot deel van het succes was namelijk te danken aan de uitstekende weersomstandigheden.

Marktanalisten zijn verdeeld over de invloed van het krimpende Braziliaanse soja-areaal op de oogst van dit jaar. In Mato Grosso, de belangrijkste soja-staat van Brazilië en verantwoordelijk voor een kwart van de totale output, is de oogst begonnen en de vooruitzichten zijn goed. Met name de rendementen per hectare zijn hoger dan verwacht. Dit kan betekenen dat de oogst voor Brazilië relatief hoog uitvalt. Het gaat echter moeilijk worden de recordoogst van 2017 te evenaren.Naast Brazilië is de Verenigde Staten een belangrijke exporteur van soja. Het USDA verwacht een flinke stijging (+7%) van het Amerikaanse soja-areaal. Die stijging gaat ten koste van de hectares tarwe en mais. De productie in de Verenigde Staten neemt dus naar waarschijnlijkheid toe.

In de derde belangrijkste exporteur van soja, Argentinië, is het slechte weer een bron van zorgen. Boeren in dit land verwachten dat hierdoor het rendement per hectare afneemt, waardoor de totale productie dit seizoen lager komt te liggen.

Alles bij elkaar genomen zal de productie wereldwijd gelijk blijven of licht dalen. En bij een gelijkblijvende productie is met name de verandering in de vraag belangrijk. Het overgrote deel van de soja (88%) wordt ‘gecrusht’. Hierbij ontstaat soja-olie en schroot. De soja-olie wordt gebruikt voor de voedingsmiddelenindustrie en het schroot wordt verwerkt tot veevoer. China is de grootste afnemer van deze producten en juist dit land heeft voldoende capaciteit om soja te ‘crushen’ voor de groeiende veehouderijsector. Dat zorgt voor een stijging van de vraag. De toename van de mondiale vraag naar soja overtreft naar onze verwachting de groei van de wereldwijde productie. Dit zorgt ervoor dat de hoge voorraden afnemen. Maar ondanks deze krimp blijven de sojareserves hoog waardoor enorme prijsstijgingen in 2018 niet te verwachten zijn. ABN AMRO verwacht dat de prijs van soja zich naar de 10 USD/Bu beweegt in de komende maanden.

De maisprijs is al een poos stabiel en vertoont weinig beweging. Ook voor 2018 voorziet ABN AMRO geen al te spannende ontwikkelingen. Wel verwachten we dat de prijs eerder stijgt dan daalt doordat de productie licht krimpt en de vraag naar mais recordniveaus lijkt te bereiken. Maar door de hoge voorraden blijft een stijging wel beperkt. ABN AMRO verwacht dat de prijs van mais tegen het einde van 2018 op 3,5 USD/Bu uit zal komen tegen 3,3 USD/Bu nu.

In het belangrijkste exportland van mais, de VS, daalt het aantal hectaren waarop mais wordt verbouwd naar verwachting met 4% (USDA). Door een gelijkblijvende opbrengst per hectare zakt de maisproductie in de VS met eenzelfde percentage. Ook in Brazilië en Oekraïne krimpt de productie naar verwachting van het IGC (International Grain Council). Voor Argentinië geldt dat de slechte weersomstandigheden zorgen geven over de uiteindelijke maisoutput van dat land. In Europa daarentegen verwacht het IGC een stijging van de maisopbrengsten. Deze stijging komt met  name door hoger rendement per hectare. Boeren verhogen het rendement van de maisteelt in Europa door technologie en veredeling. Dit is al langer gaande. Sinds 2014 nam het aantal hectaren waarop mais werd geteeld met circa 10% af terwijl de productie met datzelfde percentage steeg. Het aantal ton per hectare steeg dus flink. Deze stijging is vooral te zien in landen als Roemenië en Hongarije, maar ook Frankrijk liet een stevige rendementsgroei zien in die periode. De hogere rendementen per hectare en relatief gunstige weersomstandigheden zorgen ervoor dat Europa een van de weinige regio’s is waar de maisoogst nog wel gaat toenemen. Maar ondanks deze stijging daalt de wereldproductie met 3% in 2018.

De behoefte aan mais neemt toe. De verschillende eindmarkten (voedingsmiddelen, veevoer en industrieel gebruik) laten een vraagstijging zien. Vooral het industrieel gebruik van mais is groeiende; meer mais wordt omgezet in glucose en dextrose voor de verwerkende industrie.