Bouwbedrijven profiteren van tekorten, klanten de dupe

door: Madeline Buijs , Petran van Heel

Nu we fris aan 2018 zijn begonnen, is het een goed moment om de balans op te maken. Als je 2017 voor de bouwsector met één woord moet samenvatten, zou dit het woord ‘tekort’ zijn. De bouwsector liep tegen de grenzen van haar kunnen aan door de hoge vraag van de afgelopen jaren. De matige innovatiekracht van de bouw zorgt er daarnaast voor dat de productiviteitsstijging achterblijft bij andere sectoren. Dit heeft grote gevolgen voor de productie, met een lichtpunt.

Te weinig personeel, hoe lang nog?

Het meest in het oog springend is het tekort aan medewerkers, waar we al eerder over schreven. Bouwbedrijven hebben afgelopen jaren veel werknemers moeten ontslaan en door vergrijzing gaan veel werknemers met pensioen. Er is nu zoveel werk dat het hen niet lukt om daar voldoende werknemers voor aan te trekken. Er wordt zelfs gesproken van een ‘war on talent’. 19,1% van de bouwbedrijven gaf in het vierde kwartaal van 2017 aan dat zij een personeelstekort hadden. Zoals uit figuur 1 blijkt, is het arbeidstekort in 2017 sterk opgelopen. In het vierde kwartaal van 2016 gaf nog maar 6,3% van bouwbedrijven aan dat zij te weinig werknemers hadden.

En dit tekort is ook niet zomaar opgelost. Het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) heeft berekend dat er in de periode 2017-2022 134.000 nieuwe arbeidskrachten nodig zijn in de bouw, zowel voor functies op de bouwplaats als leidinggevende en administratieve functies. Er zijn vooral veel timmerlieden nodig, die overigens tijdens de crisis ook massaal zijn ontslagen. Vooral in 2018 en 2019 loopt het tekort hard op.

Figuur 1. % bouwbedrijven met arbeidstekort en materiaaltekort

Bron: CBS

De instroom vanuit de bouwopleidingen zal voorlopig geen soelaas bieden. Het EIB verwacht dat circa 45% van de benodigde arbeidskrachten vanuit de bouwopleidingen kan instromen. De resterende 74.000 nieuwe werknemers moeten uit andere bedrijfstakken komen. Daar ligt meteen de moeilijkheid. Ook het arbeidstekort in andere sectoren loopt op, waardoor de arbeidsvoorwaarden in de bouw gunstig moeten zijn om werknemers te laten overstappen.

Te weinig bouwmaterialen; kunnen de heipalen nog wel de grond in?

Naast het arbeidstekort is er ook een tekort aan materiaal, zoals uit figuur 1 blijkt. Vooral aan heipalen is een groot gebrek. Die zouden steeds moeilijker te krijgen zijn, waardoor de bouw bij aanvang al vertraging oploopt. In het vierde kwartaal van 2017 gaf 13,3% van de bouwondernemers aan dat zij een tekort aan materiaal ervoeren. Een jaar eerder was dit nog maar 2,6%. Nieuwe productiecapaciteit is niet zomaar ingekocht. Daarvoor moeten investeringen gedaan worden in materieel, machines en bedrijfsruimtes.

Raakt dit de bouwproductie?

De eerste tekenen van een minder hard groeiende bouwproductie als gevolg van de tekorten zijn al zichtbaar. De bouwproductie groeide in 2016 met 7,7%, in de eerste 10 maanden van 2017 met 5,3%. Door de tekorten wordt de doorlooptijd van bouwprojecten langer. Dat maakt een bouwproject duurder, zelfs met een lage rentestand. Dit is ook te zien aan het aantal gereedgekomen bouwwerken; die stegen in 2017 minder hard dan in 2016. In 2016 was nog een groei te zien van 16,1%, in 2017 is dit teruggezakt tot 1,1% j-o-j in de eerste 10 maanden van 2017. Naar verwachting zal deze trend doorzetten in 2018.

Is dit een probleem voor bouwbedrijven?

De grote vraag is of dit een probleem is voor bouwbedrijven. Tekorten drijven de inkoopprijzen op, wat negatief is voor bouwbedrijven. Als projecten langer duren dan gepland, zorgt dit ook voor hogere kosten, zoals in figuur 2 is te zien. Als voorbeeld zijn de bouwkosten voor nieuwbouwwoningen genomen, de branche waar de productie het hardst stijgt en de tekorten het grootst zijn.

Toch was er een lichtpunt voor bouwbedrijven: zij kunnen de hogere kosten steeds beter aan hun afnemers doorberekenen, zo blijkt uit de outputindex. Deze index geeft weer wat de bouwkosten zijn van een nieuwbouwwoning inclusief algemene kosten en de winst en risico van de aannemer. Dit is een duidelijke breuk met het recente verleden.

Figuur 2. Ontwikkeling kosten en winst bouwbedrijven

Bron: CBS

In het verleden stegen de kosten, maar daalde de outputindex. Dit betekende dat hogere kosten niet doorberekend konden worden waardoor de winsten van bouwbedrijven daalden. Bouwbedrijven teerden in op hun reserves. De loon- en materiaalkosten stegen in 2016 bijvoorbeeld met 2%, terwijl de outputindex toen nog met 0,3% daalde. In 2017 kantelt dit beeld. In de eerste drie kwartalen van 2017 stegen de loon- en materiaalkosten met 2,5%, terwijl de outpuntindex met 6,2% steeg. Voor het eerst sinds 2008 kunnen bouwbedrijven hun winst verhogen ondanks stijgende materiaal- en loonkosten. Hierdoor kunnen bouwbedrijven hun marges weer herstellen, die in de crisis ver waren weggezakt.

Elk voordeel heeft zijn nadeel

Het is positief nieuws voor de bouwbedrijven, maar iemand moet de rekening betalen. Dit zijn de afnemers, opdrachtgevers én de consumenten. Zij krijgen  de nadelen van een langere wachttijd en een hogere prijs gepresenteerd.

Waar in de crisis de nadelen bij de bouwers lagen, liggen die nu vooral bij de klanten. Vele consumenten die onderhoud in de crisis hebben uitgesteld, een nieuwbouwwoning  willen kopen of de noodzakelijke verduurzaming van hun woning willen uitvoeren, komen bedrogen uit. Er is sprake van een aanbiedersmarkt in plaats van een vragersmarkt waardoor de ‘inkoopkracht’ van consumenten nu uiterst gering is. Vanwege de schaarste zal de start van de werkzaamheden later zijn, de bouwplanning langer duren en de kosten  hoger zijn. En dan moet je nog maar hopen dat de kwaliteit is zoals verwacht. Niet alleen personeel is schaars, goed vakmanschap is nog schaarser.