Financiering gas en olie: dimmen kan, dichtdraaien niet

door: Hans van Cleef

Deze column verscheen eerder op Energiepodium.nl

Op 12 december kondigde de Wereldbank aan na 2019 te stoppen met het financieren van olie- en gas- exploratie. De Wereldbank kwam met dit nieuws tijdens de One Planet top in Parijs, precies twee jaar na het tot stand komen van het Parijse Klimaatakkoord. Tijdens deze top kwamen wereld- en regionale leiders en deelnemers uit de financiële sector samen om te spreken over aanscherping van maatregelen om klimaatverandering tegen te gaan. De Wereldbank heeft slechts ongeveer 2% van haar portfolio uitstaan in de upstream olie- en gassector. Toch geeft zij met dit besluit een belangrijk signaal af over haar strategie en haar bijdrage aan het tegengaan van klimaatverandering.

De aankondiging van de Wereldbank werd opgepakt door Tweede Kamerlid Rob Jetten (D66). Hij vroeg zich af hoe het met de Nederlandse banken en pensioenfondsen staat, om vervolgens op te roepen tot het stoppen met gas en olie en te kiezen voor schone energie. Deze oproep was mijns inziens te kort door de bocht. Om misverstanden te voorkomen: er moet zeker gekozen worden voor (de financiering van) schone energie. En dat is precies wat volop gebeurt! Toch lijkt de oproep van de heer Jetten om in 2020 te stoppen met financiering van kolen, gas en olie mij om meerdere redenen voorbarig. Ik noem de twee belangrijkste.

In de eerste plaats worden grondstoffen als olie en gas ook gebruikt voor andere doeleinden dan het opwekken van elektriciteit. In haar New Policies Scenario[1] verwacht het Internationaal Energieagentschap (IEA) dat de mondiale vraag naar olie nog steeds jaarlijks tussen 1,3 en 2,8 miljoen vaten per dag (mv/d) zal toenemen in de periode tussen 2020 en 2040. De groei zit naar verwachting voornamelijk in de petrochemie, de luchtvaart en het vrachtvervoer over de weg. De consumptie van olie door personenauto’s, de industrie en voor elektriciteit zal naar verwachting wel sterk afnemen. Voor gas verwacht het IEA voor alle sectoren een mondiale stijging van de vraag tot 2040. De helft van deze toename valt te verwachten in de sectoren industrie, huishoudens en transport. Dit gebeurt naast een consumptiestijging voor het opwekken van elektriciteit (+36%).

De tweede reden is de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen in de elektriciteitssector. Duurzame energiebronnen zoals zon-PV en wind (zowel onshore als offshore) maken een exponentiële groei door, maar wel vanaf een lage basis. De verschillen per land zijn fors, maar de mondiale afhankelijkheid van fossiele brandstoffen is nog groot. De energietransitie is nu vooral een elektriciteitstransitie, en daarmee complexer dan velen suggereren. De energietransitie zal daarom lang duren. Dat geldt des te meer in een periode waarin de mondiale energievraag blijft groeien, vooral dankzij economische groei in opkomende landen in Azië.

Ondanks de spectaculaire groei zijn duurzame energiebronnen naar verwachting vanaf 2020 nog geen passend alternatief voor de genoemde branches en sectoren. Dat kost meer tijd. Naast klimaatdoelstellingen spelen economische en geopolitieke afwegingen een rol. Investeringen in olie en gas blijven daarom voorlopig nodig. Daarom is blijvende inzet nodig op de verdere ontwikkeling van duurzame energiebronnen. Voor het opwekken van elektriciteit, maar ook binnen de andere sectoren moet gekeken worden naar schone oplossingen voor de energie die nodig is nadat besparingsmaatregelen zijn geoptimaliseerd.

Ieder bedrijf en instelling is vrij om de strategie te kiezen die bij de hun visie past. Maar ook als alle westerse banken en pensioenfondsen zouden beslissen vanaf 2020 geen financieringen meer aan te bieden voor de exploratie van olie en gas, zijn deze grondstoffen nog wel nodig. De financiering verschuift dan naar private partijen of naar regimes die nog wel willen inzetten op fossiele brandstoffen. Vooral Rusland, China en Arabische landen zullen hun belangen met betrekking tot deze brandstoffen bewaken. Zij krijgen daarmee een steeds grotere vinger in de spreekwoordelijke fossiele pap. Het is aan de westerse politici en beleidsmakers om een balans te vinden tussen de noodzakelijke verduurzaming van de energiemix en verantwoordelijkheid ten aanzien van leveringszekerheid. Deze keuzes bepalen de mate van geopolitieke afhankelijkheid gedurende de hele transitiefase. Voorzichtigheid is niet alleen de moeder van de porseleinkast, maar in dit geval ook van een succesvolle energietransitie. Of, in energietermen: dimmen kan, dichtdraaien nog niet.

[1] IEA’s New Policies Scenario is het basisscenario dat rekening houdt met de implementatie van de door overheden aangekondigde maatregelen om CO2-uitstoot te beperken en daarmee te streven naar een maximale temperatuurstijging van twee graden conform het Klimaatakkoord uit 2015.