Nederlandse economie in zicht – Export blijft trekpaard

door: Nico Klene

  • De Nederlandse uitvoer van goederen en diensten groeit dit jaar sterker dan we aanvankelijk verwachtten
  • De Nederlandse goederenuitvoer neemt al enkele jaren sterker toe dan de wereldhandel
  • Na een hapering is de groei van de goederenuitvoer verder aangetrokken
  • Zowel de wederuitvoer als de uitvoer van Nederlands product laat een duidelijke toename zien
  • Vooral de uitvoer van aardolie(producten) en die van ‘machines en vervoermiddelen’ doen het in de eerste acht maanden van dit jaar goed
  • De goederenuitvoer naar Azië, de VS, Afrika en Rusland nam in de eerste acht maanden procentueel (veel) meer toe dan de totale uitvoer. Het aandeel van Afrika en vooral Rusland is echter heel bescheiden
  • De uitvoer naar het VK lijdt onder de waardedaling van het pond en is gekrompen
  • De vooruitzichten voor de wereldeconomie zijn nog steeds gunstig. We verwachten daarom dat de Nederlandse uitvoer van goederen en diensten in 2018 opnieuw met ruim 5% kan toenemen.
Ned-economie-in-zicht-export-nov17.pdf (295 KB)
Download

Uitvoer doet het beter dan verwacht

De Nederlandse economie groeit dit jaar sterk. Onze prognose voor de economische groei in 2017 is in de loop van het jaar een paar keer verhoogd. Ook de prognose voor 2018 trouwens. Over de hele linie zijn de ramingen voor de bestedingen opgetrokken. Duidelijk is dit zichtbaar bij de uitvoer. Bij het begin van het jaar was onze raming voor de groei van de uitvoer van goederen én diensten voor 2017 nog 3½%. Sinds september is de raming krap 5½%. Dat is flink hoger. Dat heeft ook gevolgen voor de bijdrage van de uitvoer aan de groei van de economie. Verwachtten we bij het begin van het jaar dat de uitvoer in 2017 voor bijna een derde zou bijdragen aan de economische groei, nu is dat meer dan de helft!

Die eerder geschatte groeibijdrage van krap een derde was voor Nederlandse begrippen aan de lage kant. Deze wat zuinige raming had te maken met de trage expansie van de wereldhandel van goederen. In de eerste twee kwartalen van 2016 was de toename ten opzichte van het voorgaande kwartaal ongeveer nihil. Daarna trok deze weer wat aan, maar pas in het laatste kwartaal van 2016 blijkt de groei flink te zijn toegenomen, zo bleek enkele maanden later. Sinds mei ligt de jaar-op-jaargroei van de wereldhandel rond de 5%. Dat is flink meer dan de krappe 1½% van 2016.

De Nederlandse goederenuitvoer heeft in de voorbije jaren duidelijk meer groei laten zien dan de wereldhandel. Maar ook hier zien we dat de groei in de loop van 2017 is aangetrokken. In de laatste drie bekende maanden (juni-augustus) steeg de goederen-uitvoer met bijna 8½% jaar-op-jaar (j-o-j) . Dat was flink meer dan de gemiddelde toename van 5% in 2016.

Toename van de uitvoer breed gedragen

De groei van de goederenuitvoer is versneld. De vraag is nu waar die uitvoer naartoe gaat. En om welke goederen gaat het? Informatie over de uitvoer naar soort goederen of naar land van bestemming is alleen beschikbaar op basis van waardecijfers (combinatie van volume- en prijsontwikkeling). Daarom hebben we het verder over waardeontwikkelingen.

In de eerste acht maanden van dit jaar steeg de waarde van de goederenuitvoer bijna 12% j-o-j. In 2016 was dat gemiddeld nog krap 1½%. Dit is een fors verschil, maar het lijkt veel groter dan het is, want vorig jaar daalden de uitvoerprijzen met 3¼% terwijl ze in de eerste acht maanden van dit jaar stegen met 4¾% j-o-j. De groeiversnelling van de uitvoer(waarde) is dus grotendeels toe te schrijven aan de flink sterkere prijsstijging.

In deze periode is zowel de wederuitvoer (+13% j-o-j) als de uitvoer van binnenslands vervaardigde goederen[1] (bijna 11% j-o-j) gestegen[2]. Die laatste stijging is belangrijk omdat we aan die goederen veel meer aan verdienen dan aan wederuitvoer (per euro uitgevoerd product).

In periode januari-augustus is vooral de uitvoer van ‘aardolie en geraffineerde aardolie-producten’ sterk gestegen. In heel 2016 was de uitvoer van deze producten trouwens sterk gedaald. Verder zagen we stevige uitvoerstijgingen bij ‘straalmotoren en turbines’, gespecialiseerde machines, elektrische apparaten, personenauto’s en optische instrumenten. De laatste groep is overigens klein en draagt daarom heel weinig bij aan de groei van de uitvoer.

Waar gaat de uitvoer naartoe?

De Nederlandse goederenuitvoer gaat vooral naar andere landen van de Europese Unie (ruim 71%). Naar de continenten buiten Europa gaat 23%. We hebben het hierbij over ‘directe’ uitvoer: de goederen die vanuit Nederland naar een ander land gaan. Dat land hoeft echter niet de eindbestemming te zijn. Zo exporteert Nederland ook onderdelen voor producten die in een ander land worden vervaardigd, waarna dat eindproduct uiteindelijk elders in de wereld terechtkomt. Denk bijvoorbeeld aan Nederlandse onderdelen ten behoeve van de Duitse auto-industrie, die de auto’s levert aan China. Inclusief deze ‘indirecte uitvoer’ is de Nederlandse uitvoer naar bijvoorbeeld China groter dan uit de standaard cijfers van het CBS blijkt. Onderstaande cijfers hebben betrekking op de directe uitvoer.

Naar de meeste regio’s is de uitvoer dit jaar flink toegenomen. Vooral de uitvoer naar Azië en die naar Rusland groeiden krachtig. Maar ook de uitvoer naar Noord-Amerika en naar Afrika steeg meer dan gemiddeld. De uitvoer naar Latijns-Amerika nam echter nauwelijks toe. Dit is trouwens de enige regio waarvoor we onze ramingen voor de economische groei dit jaar hebben verlaagd. Verder daalde de uitvoer naar het VK. Dat heeft vooral te maken met de waardedaling van het pond, die Nederlandse producten duurder heeft gemaakt. De uitvoer naar de andere eurozonelanden steeg met zo’n 10½%. Ook een stevige stijging, maar minder dan gemiddeld.

We moeten wel bedenken dat het aandeel van veel regio’s in de totale Nederlandse uitvoer vrij beperkt is. Voor Rusland is het aandeel maar zo’n 1%. Dus waar hebben we het eigenlijk over? Het aandeel van Afrika is met krap 3% niet veel groter. Het aandeel van Noord-Amerika is ongeveer 5% (VS krap 4½%). Het aandeel van Azië is inmiddels opgelopen naar ruim 12%. Al met al veel minder dan het aandeel van de eurozonelanden van bijna 54%. Dankzij dit forse aandeel heeft de eurozone in de periode januari-augustus nog altijd voor bijna de helft van de uitvoerstijging gezorgd. Ook Azië leverde met ruim 22% een belangrijke bijdrage (zie grafiek).

Voor Nederlands product is eurozone minder dominant dan bij totale uitvoer

De uitvoer van Nederlands product laat qua bestemming een soortgelijk beeld zien als de totale goederenuitvoer. Wel wordt er relatief meer Nederlands product uitgevoerd naar gebieden buiten de Europese Unie (EU). De gebieden buiten Europa zijn voor de uitvoer-groei van deze goederen belangrijker dan voor de totale uitvoergroei. Een belangrijke rol daarbij speelt Azië. De uitvoer van Nederlands product naar dat werelddeel was in de eerste acht maanden van het jaar goed voor 30% van de totale uitvoerstijging van Nederlands product (zie bovenstaande grafiek).

Welke goederen doen het goed?

De uitvoer naar Azië steeg in januari-augustus jaar-op-jaar ongeveer tweemaal zo sterk als de totale Nederlandse uitvoer. Deze sterkere stijging zit vooral in de uitvoer van ‘ruwe aardolie en aardolieproducten’, ‘machines en vervoermaterieel’ (o.a. gespecialiseerde machines, turbines, personenauto’s en trucks) en ‘diverse gefabriceerde goederen’ (optische en medische instrumenten). Voor China zijn het ’ruwe aardolie en aardolie-producten’, chemische producten (o.a. geneesmiddelen), machines en vervoermaterieel (turbines, auto’s en trucks) en ‘diverse gefabriceerde goederen’ (optische, medische en meetinstrumenten).

De bovengemiddelde uitvoerstijging naar de VS zien we eveneens terug bij aardolie-producten, diverse gefabriceerde goederen (ook optische en medische instrumenten), machines en vervoermaterieel (turbines, elektrische apparaten, auto’s). Bij Afrika zijn het ook weer ‘aardolieproducten’ en daarnaast ‘niet-eetbare grondstoffen’. De explosieve stijging van de overigens ‘kleine’ uitvoer naar Rusland zit bij geneesmiddelen, ‘machines en vervoermaterieel’ (turbines, landbouwmachines, computers en kantoormachines, trucks) ‘diverse gefabriceerde goederen’ (o.a. broeikassen ) en diverse ‘fabricaten’.

Terwijl de uitvoer naar vrijwel alle eurozone-lidstaten en overige West-Europese landen flink is gestegen, is de uitvoer naar het VK in de eerste acht maanden met 1½% j-o-j gedaald. Dat heeft te maken met de flinke waardedaling van het Britse pond, die Nederlandse producten voor het VK duurder heeft gemaakt. Sinds begin 2016 laat het pond jaar-op-jaar een waardedaling zien . De exportkrimp zit vrijwel geheel bij de gedaalde uitvoer van in Nederland vervaardigde ‘machines en vervoermiddelen’ (-31% j-o-j). Daarnaast drukte de gedaalde uitvoer van in Nederland geproduceerde ‘dranken en tabak’ (-22%) en diverse ‘fabricaten’ (-5%) de export naar het VK.

Vooruitblik: beeld blijft gunstig

We zagen dat de Nederlandse uitvoer het goed heeft gedaan. Maar wat kunnen we verder verwachten?

De vertrouwensindicatoren van de eurozone lagen in oktober nog steeds op een hoog niveau. Enkele indicatoren zijn zelfs verder gestegen vanaf hun toch al hoge niveau. Zo steeg de Economisch-sentimentindicator van de EU naar het hoogste peil sinds midden 2007. Het is een aanwijzing dat de economische groei in het vrij nabije buitenland nog even aanhoudt. Dat is gunstig voor de Nederlandse uitvoer, die immers overwegend binnen de EU blijft. Dat gunstige beeld zien we terug in het exportordercijfer van de Nederlandse inkoopmanagersindex (PMI) voor de industrie. Deze deelindex lag in oktober op 59. Een maand eerder was het zelfs ruim 60. Een waarde van deze index boven ‘50’ wijst op groei (onder ‘50’ op krimp). Deze deelindex van exportorders ligt inmiddels al twaalf maanden boven 55 en is in de loop van die periode geleidelijk verder gestegen. De inkoopmanagers verwachten klaarblijkelijk een aanhoudend sterke expansie van de uitvoer van industrie¬producten.

Daarnaast blijkt uit diverse internationale ranglijsten dat Nederland een sterke concurrentie¬positie heeft. Hoewel dit meer een structureel beeld schetst dan het huidige conjuncturele beeld, wijst het er wel op dat Nederland goed moet kunnen profiteren van een hogere groei van de wereldhandel.

Voor 2018 verwachten we dat de wereldeconomie per saldo iets harder zal groeien dan dit jaar. We voorzien wat meer economische groei in de VS en in de meeste opkomende economieën. In de eurozone lijkt de groei echter niet verder toe te nemen, mogelijk zelfs licht terug te vallen. Daardoor kan de groei van de voor Nederland relevante wereldhandel wat lager uitvallen dan dit jaar. De verschillen in groeitempo tussen 2017 en 2018 zijn waarschijnlijk echter klein. We gaan er dan ook van uit dat de Nederlandse uitvoer in 2018 met gemiddeld ongeveer 5¼% vrijwel even hard zal toenemen als dit jaar, al zal het groeitempo in de loop van het jaar wel wat vertragen, mede onder invloed van de verdere waardestijging van de euro, die begin dit jaar is ingezet. Het betekent dat de uitvoer ook volgend jaar weer een flinke bijdrage kan leveren aan de economische groei. Daarmee blijft de uitvoer een belangrijk trekpaard voor de economie. Maar het tekent de kracht van de huidige economische ontwikkeling dat de uitvoer niet het enige trekpaard is.