Macro Weekly – Het hoogste niveau sinds…

door: Han de Jong

  • Recente cijfers wijzen onverminderd op robuuste groei wereldwijd
  • Indicatoren duiden nog steeds zeer milde inflatie
  • Benoeming van Powell als Fed-voorzitter betekent continuïteit monetair beleid
171106-Weekly.pdf (114 KB)
Download

Het vertrouwen ligt op het hoogste niveau sinds…

Ik heb het hier al vaak gehad over de kracht van de vertrouwensindicatoren. Deze schetsen het meest actuele en uitgebreide beeld van wat er gebeurt binnen de wereldeconomie. Toegegeven, het zijn ‘zachte’ cijfers die zijn gebaseerd op enquêtes. Daarom moeten we naar een hele serie van deze cijfers kijken of hier een consistent beeld uit naar voren komt. En dat is nu zo!

Vorige week heb ik de Duitse Ifo-index al genoemd. Deze bereikte in oktober het hoogste niveau sinds de jaren ’60. In de afgelopen dagen is de index voor het economisch sentiment van de Europese Commissie gepubliceerd. Deze is gestegen van 113,1 in september naar 114,0 in oktober, het hoogste niveau sinds 2000. In Italië bereikte het ondernemersvertrouwen in de verwerkende industrie in oktober het hoogste niveau sinds 2011.

 

Het ‘hoogste niveau sinds’ is ook een thema dat van toepassing is op verschillende vertrouwensindicatoren in de VS. De PMI van de Chicago Fed is in oktober gestegen naar het hoogste niveau sinds 2011, toen deze index slechts gedurende één maand hoger stond. De vorige keer dat deze index boven het huidige niveau uitkwam, was in 2004 (eveneens eenmalig) en daarvoor in 1994. De vertrouwensindex van de Dallas Fed bereikte in oktober het hoogste niveau sinds 2006. Het vertrouwen van de Amerikaanse consument zoals gemeten door de Conference Board is in oktober sterk verbeterd en heeft het hoogste niveau sinds 2000 bereikt. Wel moet ik bekennen dat de ISM voor de verwerkende industrie in de VS in oktober is teruggevallen naar 58,7, vergeleken met 60,8 in september, toen het hoogste niveau sinds 2004 werd bereikt.

Dit alles wijst op een aanhoudend krachtige groei in deze beide regio’s. De harde cijfers bevestigen dit. Het reële BBP in de eurozone is in het derde kwartaal gegroeid met 0,6% k-o-k tegen 0,7% in het tweede kwartaal (naar boven bijgesteld van 0,6%). Dit is meer dan wat de meeste economen beschouwen als de potentiële groei van de eurozone. De economische groei in de eurozone overtreft trouwens al drie jaren op rij de potentiële groei.

De persoonlijke inkomens en uitgaven in de VS stegen in september met respectievelijk 0,4% en 1,0% m-o-m. Dat is veel, maar vooral de toename van de uitgaven wordt mogelijk vertekend door het effect van de orkanen. De autoverkopen waren in oktober sterker dan verwacht, maar ook dit cijfer is mogelijk beïnvloed door de orkanen. Het aantal banen in de VS nam in oktober toe met 261.000. Niet slecht, maar wel iets minder dan verwacht.

…maar het beeld in Azië is meer gemengd

De ontwikkeling van verschillende vertrouwensindicatoren in Azië was de laatste dagen minder indrukwekkend. Het ondernemersvertrouwen in China, Zuid-Korea en Taiwan werd in oktober zwakker, maar is nog steeds sterk. In Singapore daarentegen bereikte het ondernemersvertrouwen een nieuw recordniveau. In Taiwan versnelde de BBP-groei in het derde kwartaal naar het hoogste niveau sinds 2015. De Zuid-Koreaanse exportgroei vertoonde in oktober echter een aanzienlijke vertraging: 7,1% j-o-j tegenover 35,0% in september. Het cijfer voor september was echter uitzonderlijk goed en waarschijnlijk is het beter om naar het gemiddelde van de laatste twee maanden te kijken.

Bescheiden inflatie

De inflatie in de eurozone is in oktober afgezwakt. De totale inflatie is vertraagd van 1,5% naar 1,4% j-o-j, terwijl het kerncijfer is teruggevallen van 1,1% naar 0,9%. Wij denken dat de aanhoudende overcapaciteit binnen de economie in dit geval de boosdoener is. Gezien de algehele economische situatie denk ik dat een iets zwakker dan beoogde inflatie geen groot probleem is en voortzetting van een uiterst agressief monetair beleid zeker niet rechtvaardigt. Maar ik ben niet verantwoordelijk voor het monetaire beleid en de ECB heeft aangekondigd dat de obligatieaankopen vanaf januari worden gehalveerd.

De favoriete inflatiemaatstaf van de Amerikaanse Fed, de kern-PCE, bleef in september onveranderd op 1,3% j-o-j. Dit is nog opmerkelijker dan de ontwikkeling in de eurozone, omdat in de VS duidelijk minder overcapaciteit binnen de economie aanwezig is dan in de eurozone. De Amerikaanse arbeidsmarktcijfers voor oktober omvatten ook looncijfers. Volgens het vorige arbeidsmarktrapport steeg het gemiddelde uurloon in september met 0,5% m-o-m, wat door veel economen werd gezien als een teken van een mogelijke versnelling van de looninflatie. Het uurloon bleef in oktober echter gelijk, waardoor de groei op jaarbasis is afgenomen van 2,8% naar 2,4%. Het lijkt erop dat ook dit cijfer is beïnvloed door de orkanen. Mijn conclusie is in ieder geval dat de inflatiedruk in de eurozone en de VS nog steeds heel bescheiden is.

Powell: een keuze voor continuïteit

De Amerikaanse president Trump heeft Jerome Powell benoemd als nieuwe voorzitter van de Federal Reserve. Hiermee lijkt hij opnieuw volledig terug te komen op één van zijn verkiezingsbeloftes. Vóór de verkiezing oefende Trump kritiek uit op het volgens hem te ruime beleid van de Fed. Maar door Powell te kiezen, kiest hij nu voor continuïteit, d.w.z. meer van waar hij zo veel kritiek op had. En dat is maar goed ook…