FormNext 2017: 3D-printing maakt flinke stap richting serieproductie

door: David Kemps

De 3D-printingmarkt professionaliseert zich sneller dan gedacht. Het printen wordt steeds efficiënter, sneller en dus goedkoper. Tot de verrassing van velen is 3D-printing nog een erg arbeidsintensief productieproces. Na het printen ondergaan de producten een hele trits aan handmatige nabewerkingen, zoals schoonspuiten, hittebehandeling, bijslijpen of polijsten en als laatste nog het loszagen of knippen van de bouwplaat. Bij de nieuwe generatie 3D-printers zijn nu veel handmatige nabewerkingen geïntegreerd en geautomatiseerd, zodat er seriematig en volcontinue geproduceerd kan worden. Dat bleek vorige week heel duidelijk bij mijn bezoek aan de grote, internationale 3D-printbeurs in Frankfurt, de FormNext. Deze beurs fungeert tegenwoordig als een goede graadmeter voor de stand van de 3D-printing economie.

Ook de grote, traditionele merken zijn wakker geworden

De 3D-printingmarkt is vanuit de startfase aanbeland in de groeifase. De dominante positie van de 3D-pioniers als Stratasys, 3D Systems en EOS wordt aangevallen door gevestigde orde. Grote, traditionele machinebouwers met een sterke positie in metaalbewerking en kunststofspuitgieten zoals Arburg, HP, Ricoh, Trumpf en DMG Mori, betreden de markt met 3D-printers voor seriematige productie in kunststof en metaal. Een mooi voorbeeld is het Duitse familiebedrijf Trumpf. Dit bedrijf is sinds 1923 uitgegroeid tot een toonaangevende fabrikant van plaatbewerkingsmachines, zoals CNC-lasersnijders, met een omzet van €3,1 miljard. Na een eerdere mislukte poging om de 3D-printingmarkt te betreden, zet Trumpf nu met vijf machinetypes vol in op een verdere professionalisering van de metaal 3D-printingmarkt. Met een eigen adviesdienst van 100 man wil Trumpf haar klanten helpen met het optimaal benutten van het 3D-printingproces. Naast de poederbedmachines is ook het ‘lasercladden’ in opkomst. Zowel Trumpf als DMG Mori bieden nieuwe, professionele machines aan die 3D-structuren lassen op bestaande producten. Dat is handig voor bijvoorbeeld het vernieuwen van slijtlagen op tandwielen en boorkoppen.

Integrale, industriële oplossingen voor serieproductie

Nederlands’ trots, Additive Industries, is aanwezig op de beurs en staat met een grote stand midden in Hal 3 tussen de gevestigde metaalprinterfabrikanten, zoals EOS, SLM, GE Additive (Arcam, ConceptLaser) en Renishaw. Met haar modulair opgebouwde MetalFAB1 wordt 3D-metaalprinting voor series op de kaart gezet. De MetalFAB integreert het 3D-printingproces met de verschillende nabewerkingen tot en met het loszagen in één machine. Uniek, de meeste andere fabrikanten kiezen vooralsnog voor losse procesunits met handling robots ertussen.

Groot, groter, grootst

Ook bij het kunststof 3D-printen worden de systemen steeds professioneler en klaargemaakt voor seriematig werk. Diverse fabrikanten laten geïntegreerde systeemoplossingen zien waarmee non-stop en volledig geautomatiseerd geprint kan worden. Naast nieuwe toetreders en verdere industrialisering is de trend dat de producten, en dus de printers, snel in grootte en hoogte toenemen. Op de beurs stonden machines die eenvoudig producten van wel twee meter kunnen printen. Vooral afnemers in de vliegtuig- en automobielindustrie vragen steeds meer om 3D-printoplossingen voor producten met grote afmetingen zoals dashboards en bumpers.

Snellere marktacceptatie door lagere kosten

De komende jaren staan duidelijk in het teken van een verdere industrialisering van het print- en nabewerkingsproces. De toetreding van ervaren, kapitaalkrachtige machinebouwers zal leiden tot het doorschuiven naar een meer volwassen marktfase van de 3D-printing technologie. Productie zal hierdoor efficiënter, sneller en goedkoper worden. Dit zorgt ervoor dat, naast de huidige afzetmarkten zoals vliegtuig-, automobiel- en medisch industrie, de marktacceptatie bij andere markten zoals de bouw, zon- en windenergie, zorg en consumentenmarkt snel groeit.

Klik hier voor het recente rapport ‘Omzet 3D-printing in Nederland naar €120 miljoen euro in 2017’.