De baas van de olieprijs heet OPEC

door: Hans van Cleef

Deze column verscheen eerder op Energiepodium.nl

Vandaag zal de coalitie van de OPEC en enkele niet-OPEC-olieproducenten de verlenging van haar productieverlagingsakkoord aankondigen. De wereldpers komt samen in Wenen om de halfjaarlijkse vergadering bij te wonen en te zien hoe een paar olielanden de toon aangeven voor een van de belangrijkste bepalende factoren voor de wereldeconomie. Het is bijzonder dat de olieproducenten zich nu al genoodzaakt voelen om de verlenging van het akkoord aan te kondigen. Het productieverlagingsakkoord van 1,2 miljoen vaten per dag (mv/d) door de OPEC en 0,6 mv/d door enkele niet-OPEC-producenten loopt immers pas in maart 2018 af.

De olieproducenten bevinden zich dan ook in een lastige situatie. Op het moment dat zij het akkoord niet zullen verlengen, zal de productie (binnen de OPEC) oplopen en zorgen voor neerwaartse druk op de olieprijs. Als zij het akkoord wel verlengen, bestaat het risico dat de mondiale groei van de vraag naar olie volledig wordt ingevuld door de Amerikaanse schalieolieproducenten. Dit zou ertoe leiden dat het marktaandeel langzaam maar zeker verschuift van de OPEC richting de VS.

De missie van de OPEC is ruwweg het coördineren van beleid tussen haar leden. Dit beleid heeft als doel om de markt te stabiliseren ten behoeve van inkomsten voor producenten, om consistente aanlevering te realiseren tegen een scherpe prijs voor olie-consumenten, en om een mooi rendement te bieden aan beleggers. Hoewel stabiliteit de afgelopen jaren niet aan de prijs was af te lezen, heeft de OPEC – en haar partners – uiteindelijk weer een balans tussen vraag en aanbod weten te creëren.

De geschiedenis verklaart de angstvallige houding van de OPEC ten aanzien van verschuiving van het marktaandeel. In de tachtiger jaren heeft de OPEC meerdere malen de productie verlaagd om ruimte te bieden aan andere olieproducenten en om daarmee een overaanbod van olie te voorkomen. De olieproductie in andere regio’s en landen – zoals de Sovjet-Unie, de VS, de Golf van Mexico en de Noordzee – nam in rap tempo toe. Ook kleinere olieproducenten zagen kans hun aandeel te vergroten. Denk hierbij aan olieproducenten in landen als Brazilië, Maleisië en Oman. In slechts een paar jaar tijd nam het marktaandeel van de OPEC af van meer dan 50% tot minder dan een ‘schamele’ 33%. Saudi-Arabië nam in 1985 het besluit marktaandeel terug te winnen door de kranen te openen en de markt te ‘overspoelen’ met olie. Het gevolg was een snelle prijsdaling. Dat drukte een deel van de andere spelers uit de markt. Dezelfde strategie werd herhaald in 2014, ten gunste van marktaandeel maar met een financiële aderlating voor de hele sector als gevolg.

Nu is de vraag in hoeverre deze ‘dreiging’ weer boven de markt hangt. Bij het maken van olieprijsramingen voor de komende jaren is een aantal factoren van belang om tot een visie te komen. Een daarvan is een inschatting van de vraag/aanbodverhouding. De mondiale vraag naar olie zal de komende jaren gestaag blijven toenemen, naar verwachting met gemiddeld 1,5 mv/d. De aanbodzijde is lastiger in te schatten. Indien de OPEC het akkoord zoals verwacht verlengt, zal een groot deel van de groei in de vraag moeten worden opgevuld door het aanbod uit de VS. Investeringen in de olie-exploratie buiten OPEC en buiten de VS staan nog steeds op een laag pitje. Bij een hoog blijvende olieprijs (> USD 60/vat) zal de (schalie-) olieproductie in de VS verder toenemen. De vraag is hoe sterk deze groei zal zijn. Het Internationaal Energie Agentschap (IEA) gaf in zijn World Energy Outlook van afgelopen week aan dat het een groei ziet voor schalieolie van zo’n 1 mv/d voor de komende jaren. Ik denk dat het IEA daarin te optimistisch is en dat zij te weinig rekening houdt met stijgende productiekosten op het gebied van arbeid, infrastructuur en financiering. Factoren zoals geopolitiek, monetair beleid van centrale banken en technische analyse laten we voor het gemak in deze aanname even achterwege. Onze inschatting van de aanjagers van de olieprijs leidde ertoe dat wij onlangs de ramingen naar boven hebben bijgesteld van USD 64/vat naar USD 75/vat voor eind 2018. Daarmee zijn we de meest optimistische ‘voorspeller’ van de olieprijs geworden (in de polls van Bloomberg en Reuters).

We kunnen niet genoeg benadrukken dat prijsramingen niets meer zijn dan een momentopname. Verwachtingen ten aanzien van de productie vallen goed in te schatten op basis van kostprijs. Maar tegelijkertijd is het haast onmogelijk om in te schatten wanneer de OPEC – lees Saudi-Arabië – de markt weer even wil laten zien wie de echte swing-producer is. Dat maakt dat de OPEC, in tegenstelling tot wat vaak wordt beweerd, niet dood maar juist springlevend is. En niet het absolute productieniveau in de VS is dus bepalend voor de olieprijs, maar het marktaandeel van de OPEC. Of de olieprijs nu stijgt of daalt, in beide gevallen is de kans groot dat de OPEC de veroorzaker is.