Macro Weekly – Hoeveel rek zit er nog in?

door: Han de Jong

  • Vertrouwensindices voor de verwerkende industrie stijgen verder
  • Handelscijfers in Azië bevestigen het positieve beeld
  • Fed houdt voet bij stuk, maar het inflatievraagstuk blijft
170925-Macro-Weekly-1.pdf (113 KB)
Download

Een optimist als ik zoekt altijd naar positieve economische signalen die een optimistische visie bevestigen, in dit geval op de kortetermijnvooruitzichten voor de wereldeconomie. Dit is voor mij een goed jaar geweest. Het synchrone mondiale herstel heeft aan kracht gewonnen en de prognoses voor de economische groei zijn in de loop van het jaar verhoogd. Een voorteken van dit alles was de spectaculaire verbetering van de indicatoren voor het ondernemersvertrouwen, die ongeveer medio vorig jaar begon. Naarmate deze indices hoger opliepen, begonnen zelfs optimisten zoals ik zich af te vragen wanneer het omslagpunt zou worden bereikt en hoe snel deze indices dan zouden dalen. Omdat sommige van deze indices in de afgelopen maanden een niveau hebben bereikt waar ze niet vaak bovenuit komen, dacht ook ik dat ze zouden gaan dalen, zij het niet heel snel.

De verbazingwekkende PMI’s

Als ik naar de recente cijfers kijk, krijg ik niet de indruk dat het omslagpunt is bereikt. Zo geven de voorlopige Markit PMI-cijfers voor de eurozone en een aantal belangrijke individuele eurolanden aan dat het groeitempo in de verwerkende industrie helemaal niet afneemt, maar juist versnelt. Uiteraard kunnen we discussiëren over het verschil tussen de vertrouwensindices en de zogenaamde harde cijfers, zoals de industriële productie en het BBP. Veel economen zijn van mening dat de harde cijfers relevanter zijn. Ik ben daar niet zo zeker van. Eerlijk gezegd ben ik het er niet mee eens. De vertrouwensindices begonnen ongeveer halverwege vorig jaar in veel landen te verbeteren. De harde cijfers volgden slechts langzaam, maar deden dat uiteindelijk wel. De boodschap is volgens mij dat de zachte cijfers kunnen aangeven welke kant het waarschijnlijk opgaat, vooral als zij in veel landen zo duidelijk hetzelfde beeld laten zien.

De Markit PMI voor de verwerkende industrie in Duitsland is volgens het voorlopige cijfer in september uitgekomen op 60,6 (tegen 59,3 in augustus). De vorige keer dat deze index dit niveau bereikte, was in 2011 vlak voordat de eurocrisis de economie van de eurozone in een recessie deed belanden. De Duitse economie vertoonde toen een groei van ruim 3%! Ik zeg niet dat dit nu weer gebeurt, maar het is op zijn minst opmerkelijk. In Frankrijk is dezelfde index in september eveneens gestegen, zij het niet zo sterk als in Duitsland.

Ook in de VS was de Markit PMI voor de verwerkende industrie iets hoger dan in augustus (53,0 tegenover 52,8), maar de stijging is hier minder indrukwekkend. Toch ondersteunen zelfs de Amerikaanse cijfers de visie dat de groei niet vertraagt maar juist versnelt.

Gunstige handelscijfers in Azië

De vraag is dan of dit slechts toeval is en de ontwikkeling snel zal omslaan, of dat er elders tekenen zijn die bevestigen dat de ontwikkeling van de verwerkende industrie nog steeds aan kracht wint, zoals de indices suggereren. Taiwan, een goede graadmeter voor de gezondheid van de wereldhandel, heeft onlangs de cijfers voor de exportorders in augustus bekendgemaakt. De exportorders zijn met 7,5% j-o-j gestegen. Dat is minder dan in juli (+10,5%) en juni (+13,0%). De Taiwanese exportgroei werd in de eerste helft van het jaar echter geflatteerd door een positief basiseffect. Doordat de exportorders zich in de eerste helft 2016 heel slecht ontwikkelden, viel de vergelijking op jaarbasis beter uit. De eerste keer dat de exportorders in 2016 op jaarbasis een stijging lieten zien, was in augustus. Het gunstige basiseffect is nu dus voorbij. Als we dat in aanmerking nemen, zijn de cijfers over augustus 2017 helemaal niet zo slecht.

Zuid-Korea is ook sterk afhankelijk van bewegingen in de internationale handel, die duidelijk nauw is gerelateerd aan die in de verwerkende industrie. Het land heeft onlangs export- en importcijfers voor de eerste twintig dagen van september bekendgemaakt. Deze waren ontegenzeglijk goed. De export is gestegen met 31,1% j-o-j, vergeleken met 11,6% in augustus, terwijl de import is toegenomen met 23,9%, tegenover 11,2% in augustus. Deze cijfers zijn geflatteerd door het aantal handelsdagen, maar ook als ze hiervoor worden gecorrigeerd, dan nog zijn het zonder meer goede cijfers.

Ook de Japanse handelscijfers voor augustus geven blijk van een krachtige ontwikkeling. De groei van de Japanse export is versneld van 13,4% naar 18,1% j-o-j (het hoogste percentage sinds 2013), terwijl de import met 15,2% is toegenomen. Dit is iets minder dan de 17,3% van juli.

Het is niet echt wetenschappelijk bewijs, maar de combinatie van de PMI’s en de handelscijfers in een aantal Aziatische landen wijst erop dat de positieve mondiale ontwikkeling binnen de verwerkende industrie in ieder geval aanhoudt. Dat is heel gunstig voor de wereldeconomie.

Fed houdt voet bij stuk

Mijn collega Nick Kounis heeft zijn visie gegeven op de besluiten en de communicatie door de Amerikaanse centrale bank (Federal Reserve) na haar meest recente beleidsvergadering. Het FOMC, het beleidscomité van de Federal Reserve, heeft de dot plot niet aangepast. Dit betekent dat de mediane prognose nog steeds duidt op één renteverhoging dit jaar en drie rentestappen volgend jaar. Wij hebben onze visie onlangs gewijzigd en denken nu dat de rente niet voor kerstmis wordt verhoogd en dat er volgend jaar slechts twee rentestappen komen. Nick benadrukte dat de dot plot geen onderscheid maakt tussen leden met en zonder stemrecht en dat de stemmende leden mogelijk iets verruimingsgezinder zijn dan alle leden bij elkaar.

Ik realiseer me dat de kans groot is dat ons basisscenario niet klopt en de Fed de rente vóór het eind van dit jaar nog een keer verhoogt. De grootste onzekere factor is wat er gaat gebeuren met de inflatie en, nog belangrijker, welke afwegingen de Fed zal maken. Ik ben al een hele tijd van mening dat de Amerikaanse economie zich kenmerkt door sterke deflatoire krachten. Dat wil niet zeggen dat de inflatie volgens mij in de komende maanden zeker verder gaat afnemen. Een hogere olieprijs, de zwakkere dollar en de krappe arbeidsmarkt kunnen de inflatie in de komende maanden opdrijven. Ik denk echter dat het op langere termijn voor de Fed niet eenvoudig zal zijn om haar inflatiedoel te halen. En er is op zijn minst een kans dat de cijfers dat in de komende maanden al gaan aangeven. De vraag is welke afwegingen de Fed dan gaat maken. Naar mijn mening moet de Fed niet wanhopig vasthouden aan haar inflatiedoel. Gebeurt dat wel, dan blijft het monetair beleid waarschijnlijk te ruim. Naar mijn mening moet de Fed de op de langere termijn verwachte lage inflatie in aanmerking nemen en zich realiseren dat de rente onder dergelijke omstandigheden niet zo sterk hoeft te stijgen als bij een terugkeer van de inflatie naar een historisch gezien normaler niveau.