Macro Visie – Veranderingen in groeiramingen en scenario’s ECB en Fed

door: Nick Kounis , Aline Schuiling , Kim Liu , Georgette Boele

  • Tragere exit van ECB verwacht
  • Ramingen BBP-groei eurozone naar boven bijgesteld
  • Fed zal langere adempauze nemen
  • Geringere stijging van obligatierentes
  • Hogere EUR/USD
170914-Macro-Visie-verandering-ECB-en-Fed-scenarios.pdf (55 KB)
Download

Visie op ECB: Tragere exit verwacht

Wij denken dat de ECB haar programma van kwantitatieve verruiming (Quantitative Easing – QE) volgend jaar gaat afbouwen, maar dit zal in een nog trager tempo gaan dan wij tot nu toe verwachtten. Onze huidige inschatting is dat de ECB het tempo zal halveren en haar aankopen van schuldpapier vanaf januari met EUR 30 miljard in plaats van EUR 60 miljard per maand gaat verminderen en dat in september volgend jaar het programma volledig wordt beëindigd. De eerste renteverhoging verwachten we niet voor 2019. Tot nu toe gingen we ervan uit dat de ECB haar aankoopprogramma in zes maanden zou afbouwen en de eerste rentestap al in september 2018 zou zetten. Door de kracht van het economisch herstel en de beperkingen van het QE-programma ziet de ECB zich weliswaar genoodzaakt om haar aankopen volgend jaar af te bouwen, maar door de zorgen hoe lang de euro sterk blijft en door de nog altijd gematigde onderliggende inflatiedruk zal dit ‘exit’ proces heel traag verlopen. Op communicatief vlak staat de ECB voor de uitdaging om de marktverwachtingen te sturen in de richting dat september de laatste maand van QE wordt, en om beleggers ervan te overtuigen dat renteverhogingen nog langer op zich laten wachten. Het belangrijkste doel van de ECB is toe te werken naar de exit zonder dat de financiële condities te snel krapper worden. Hoewel we verwachten dat de euro voorlopig sterk blijft en de obligatierentes iets oplopen (zie hieronder), voorzien we geen plotselinge snelle rentestijging. (Nick Kounis)

Euro macro: Ramingen BBP-groei naar boven bijgesteld

Wij hebben onze ramingen voor de BBP-groei in de eurozone naar boven bijgesteld, namelijk van 2,1% naar 2,3% voor 2017 en van 1,8% naar 2,2% voor 2018. De groei van de binnenlandse vraag zal naar verwachting iets versnellen, gesteund door de aantrekkende investeringen in vaste activa en de onverminderd sterke stijging van de consumptieve bestedingen, terwijl de financiële condities bovendien gunstig blijven. Daarbij komt dat we niet langer een vertraging van de wereldeconomie voorzien in de komende kwartalen. Dit zal de export bevorderen. Deze factoren zouden voldoende tegenwicht moeten bieden aan de negatieve gevolgen van de sterkere euro voor de buitenlandse handel. Hoewel wij onze groeivooruitzichten hebben verhoogd, is ons inflatiescenario niet significant gewijzigd (totale inflatie 1,5% in 2017 en 1,3% in 2018). De werkloosheid zal waarschijnlijk gestaag verder afnemen, maar vermoedelijk duurt het nog wel even voordat de arbeidsmarkt krap genoeg is om looninflatie te genereren. Bovendien zal door de kracht van de euro de importinflatie beperkt blijven. Wij verwachten dat de kerninflatie pas in de loop van volgend jaar duidelijk aantrekt. (Aline Schuiling)

Visie op Fed: Langere adempauze

Wij gaan er niet langer van uit dat de Amerikaanse centrale bank (Federal Reserve) de rente in december verhoogt. Het FOMC, het beleidscomité van de Federal Reserve, komt vermoedelijk pas volgend jaar maart weer in actie. Deze langere pauze in de rentecyclus weerspiegelt de onzekerheid die door de recente zwakke inflatiecijfers is ontstaan bij de Federal Reserve of de inflatie zich op de middellange termijn weer beweegt naar het streefniveau. Wij denken dat de kerninflatie in de VS gedurende een langere periode laag blijft. De woonkosteninflatie – eerder nog een bron van opwaartse inflatiedruk – is afgezwakt, nu de hypotheekmarkt zich herstelt en hierdoor de huren minder stijgen. Daarnaast blijft de onderliggende inflatiedruk vanuit de arbeidsmarkt zwak en is ook de concurrentie in de sector mobiele communicatie een remmende factor. Op de korte termijn zal de kerninflatie verder vertragen. Daarbij komt dat volgens ons minstens vijf van de negen stemgerechtigde leden van het FOMC zich afwachtend opstellen ten aanzien van de inflatie. Al met al denken wij nu dat de Federal Reserve tot eind 2018 de rente niet drie maar slechts twee keer met 25 bp verhoogt. Ons basisscenario is nog steeds dat vanaf het vierde kwartaal de Fed haar balans geleidelijk gaat verkorten. (Nick Kounis)

Wereldwijde rentes: Geringere stijging van obligatierentes

Wij verwachten dat de rentes op staatsobligaties in de komende maanden licht stijgen en dat de eurorentecurve steiler wordt wanneer de ECB haar monetaire stimulering vermindert en de economische omstandigheden verder verbeteren. De nog altijd lage inflatie en de slechts zeer trage afbouw van het uiterst accommoderende beleid zullen de stijging vermoedelijk echter beperken. Gegeven onze gewijzigde verwachtingen ten aanzien van het monetaire beleid, denken wij dat de obligatierentes minder snel zullen stijgen dan wij tot nu toe verwachtten. Gingen wij eerder nog ervan uit dat de rente op 10-jaars Duitse staatsobligaties (Bunds) eind 2017 zou zijn opgelopen tot 0,0%, nu houden wij het op 0,60%. Voor volgend jaar voorzien wij een heel stabiel verloop: eind 2018 zal de rente op 10-jaars Bunds slechts licht zijn gestegen tot 0,80%. De risico’s voor onze voorspellingen van de obligatierentes in de eurozone neigen nog steeds naar beneden. Wat de rente op 10-jaars Amerikaanse staatsobligaties (Treasuries) betreft, wij verwachten dat deze geleidelijk verder oploopt naarmate de Federal Reserve de korte rentes langzaam normaliseert. De markt verdisconteert op dit moment slechts één renteverhoging voor volgend jaar. Ons scenario impliceert dan ook dat de markten hun verwachtingen ten aanzien van de renteverhogingen door de Fed naar boven zullen bijstellen. Op grond van onze gewijzigde visie op de beleidskoers van de Fed gaan wij nu ervan dat de rentes in de VS minder hard stijgen. Wij hebben dan ook onze ramingen voor 10-jaars Treasuries verlaagd naar 2,20% eind dit jaar en 2,5% eind volgend jaar. (Kim Liu)

Wereldwijde valuta’s: Hogere EUR/USD

Wij hebben onze eindejaarsraming voor de EUR/USD verhoogd naar 1,20. Op de korte termijn zal de afwikkeling van netto longposities de koers waarschijnlijk drukken richting 1,15 maar later dit jaar volgt naar verwachting een herstel naar 1,20. Onze eindejaarsraming voor 2018 hebben we ook verhoogd, namelijk van 1,20 naar 1,30. Wij verwachten dat de omschakeling door de ECB naar een minder accommoderend monetair beleid de euro in de komende 14 maanden de nodige steun in de rug zal geven, net zoals eerder de geleidelijke stopzetting van kwantitatieve verruiming door de Federal Reserve steun bood aan de Amerikaanse dollar. Onze verwachting dat het sentiment rond de dollar voorlopig nog negatief blijft, is gebaseerd op een aantal overwegingen. Ten eerste hebben wij het aantal door ons verwachte renteverlagingen door de Fed in de komende 14 maanden verlaagd naar twee. Dit sluit meer aan bij de marktverwachtingen, maar is wel minder dan de Fed zelf aangeeft. Ten tweede zullen de binnenlandse politieke situatie en de geopolitieke onzekerheden het sentiment rond de dollar blijven aantasten, tenzij er paniek uitbreekt op de financiële markten: in dat geval zullen beleggers hun toevlucht zoeken in de dollar als veilige valuta. Ten derde is de langetermijntrend voor de dollar dit jaar negatief geworden. Dit houdt in dat de dollar waarschijnlijk is begonnen aan een meerjarige daling. Onder deze omstandigheden zullen speculatieve beleggers tijdens rally’s vermoedelijk dollars verkopen. De stijging van de EUR/USD zal waarschijnlijk echter iets worden getemperd in vergelijking met 2017, omdat de Fed haar balans gaat verkorten. Kortom, onze nieuwe ramingen van de EUR/USD weerspiegelen zowel verdere zwakte van de dollar als aanhoudende kracht van de euro. (Georgette Boele)