Visie op Latijns-Amerika – Tergend langzaam herstel

door: Marijke Zewuster

  • Eerste kwartaal teleurstellend, beeld voor tweede kwartaal is gemengd
  • Groeiramingen opnieuw neerwaarts bijgesteld
  • Dalende inflatietrend biedt enige ruimte voor rentedaling
  • Volle verkiezingsagenda zorgt voor onzekerheid
  • Nadelige gevolgen van Trump blijven voor Mexico vooralsnog uit
170718-Visie-op-Latijns-Amerika_.pdf (237 KB)
Download

Groei in Latijns-Amerika blijft achter bij andere opkomende regio’s

Het groeiverschil in Latijns-Amerika neemt af. De groei in de landen van de Pacific Alliance (Chili, Colombia, Mexico en Peru) vertraagt en Argentinië en Brazilië klimmen langzaam uit het dal. Het eerste kwartaal was voor Chili, Colombia en Peru ronduit slecht. Op grond hiervan hebben we de groeiraming voor deze landen verlaagd. Ook voor Brazilië hebben we de groeiraming verlaagd (van 1% naar 0,5%), mede als gevolg van de slepende politieke schandalen (zie Brazil Focus: Herstel voorbij voordat het begint). Uitzondering is Mexico. Vooralsnog blijkt uit niets dat het land te leiden heeft onder de nieuwe wind uit Washington. We hebben dan ook een eerdere groeiverlaging in maart naar 1,5% teruggedraaid en gaan we nu uit van een groei van 2% in 2017 en 2018. Per saldo daalt hierdoor de gemiddelde groei in de regio in 2017 van 1,3% naar 1%. Latijns-Amerika blijft hiermee slechter presteren dan opkomend Europa. Bovendien neemt het groeiverschil met opkomend Azië toe. Terwijl in 2010 Latijns-Amerika evenals opkomend Europa krachtig wist te herstellen van de storm van de mondiale financiële crisis in 2009, lijkt het de regio nu maar niet te lukken om te profiteren van de mondiale groei.

  

Het eerste kwartaal viel tegen…

In vrijwel alle landen was de groei in het eerste kwartaal van dit jaar teleurstellend. Argentinië klom maar net uit de rode cijfers en in Brazilië is nog steeds sprake van een lichte krimp. Mexico valt positief op, omdat dat het enige land is waarvoor geldt dat de groei in het eerste kwartaal met 2,9% j-o-j ronduit sterk te noemen was. De exportsector groeit hard en de remittances stromen onverminderd binnen. In Colombia trok de groei voor het derde kwartaal op rij weer aan, maar blijft met 1,9% j-o-j zwak. In Peru halveerde de groei van nog 4,5% in het derde kwartaal naar 2,1%. Het slechts presteerde Chili. Na een groei van slechts 0,5% in het vierde kwartaal van 2016, kwam de groei in het eerste kwartaal – mede als gevolg van een staking in de belangrijke Escondida kopermijn – vrijwel tot stilstand.

… beeld voor het tweede kwartaal is gemengd

De cijfers voor het tweede kwartaal laten voor de meeste landen een gemengd beeld zien. Het maandelijkse BBP cijfer voor april kromp in Brazilië en Mexico na een stijging in maart. In Chili, Colombia en Peru was er sprake van een daling van de groei in april, maar steeg de economische activiteit weer in mei. Zowel het consumenten- als het producentenvertrouwen blijft in de meeste landen laag, maar in zowel Brazilië als Mexico vertoont de inkoopmanagersindex (PMI) voor de verwerkende industrie een positief beeld. Het cijfer daalde in juni in Brazilië weliswaar licht, maar ligt sinds april boven de 50, de grens tussen groei en krimp. In Mexico steeg dit zelfde cijfer in juni naar 52.3.

Gevangen tussen lage grondstofprijzen en politiek

De daling is al geruime tijd aan de gang. Sinds er in 2014 een einde kwam aan een langdurige periode van sterk stijgende grondstofprijzen is er van de sterke groei in de meeste Latijns-Amerikaanse landen weinig meer over. De combinatie van lagere grondstofprijzen, turbulente politieke omstandigheden en hiermee samenhangend slecht economisch beleid, zorgden dat Argentinië, Brazilië en Venezuela in een zware recessie terecht kwamen. Ook de landen van de Pacific Alliance konden niet aan een groeivertraging ontkomen en ook hier speelden politieke ontwikkelingen een rol. In tegenstelling tot de drie eerder genoemde landen bleven hier de macro-economische fundamenten echter sterk, waardoor een recessie kon worden voorkomen. In Chili, Colombia en Peru was de groeidaling het sterkst. In het veel minder van de grondstoffenexport afhankelijke Mexico was de groei altijd al een stuk lager en vormde 2014 geen keerpunt. Kijken we naar de kleinere landen in Latijns-Amerika dan zien we in Ecuador en Uruguay ook een aanzienlijke groeivertraging. Opvallende uitzondering zijn Bolivia en Paraguay, waar de gemiddelde groei in beide periodes onverminderd circa 5% per jaar bedroeg.

Ruimte voor monetaire versoepeling is wel weer toegenomen

Positief is dat de inflatie in de meeste landen alweer een tijd over het hoogtepunt heen is. Hierdoor is er ruimte voor een verlaging van de beleidsrente. Dit zien we met name in Brazilië en Colombia. In beide landen daalde de inflatie spectaculair tot niveaus rond – en in het geval van Brazilië zelfs onder – de inflatiedoelstelling. In beide landen lijkt dan ook nog voldoende ruimte voor verdere renteverlagingen. Ook in Chili en Peru is de rente verlaagd, maar hier was het monetaire beleid al redelijk expansief en is de ruimte voor verdere monetaire versoepeling gering. Uitzondering is ook hier Mexico. De combinatie van een lange tijd zwakke munt, plus stijgende voedsel- en nutsprijzen zorgden voor een sterke stijging van de inflatie en in antwoord daarop een forse verhoging van de rente. Daarbij is Mexico meer dan andere landen gevoelig voor het rentebeleid van de Fed. Rentedalingen zijn hier dan ook voorlopig niet te verwachten. Na een sterk eerste kwartaal verwachten we dan ook dat de groei daar in de komende maanden weer iets vertraagd.

  

Verkiezingen werpen hun schaduw vooruit

De komende periode zijn er veel verkiezingen gepland in Latijns-Amerika. Argentinië trapt af met verkiezingen in november 2017 voor een deel van het parlement, en Chili houdt in dezelfde maand algemene verkiezingen. Colombia houdt in maart 2018 parlementsverkiezingen en in mei presidentsverkiezingen. Vervolgens zijn er in Mexico verkiezingen voor president en senaat in juni 2018. Brazilië sluit het jaar af met verkiezingen in oktober 2018. De extra onzekerheid die de verkiezingen met zich brengt, zal in de meeste landen zorgen voor verder uitstel van investeringsbeslissingen en vormt daarmee een extra obstakel voor herstel. De andere kant van de medaille is dat een voor investeerders gunstige uitslag de economie een aanzienlijke impuls kan geven. Chili is een goed voorbeeld van een land waar de politieke situatie de negatieve impuls die uitging van een lagere koperprijs versterkte. Het ondernemersvertrouwen is sinds de verkiezing van de socialistische president Michelle Bachelet onder de 50 – de grens van groei of krimp – gedoken en daar niet meer van hersteld. Vooral een belastinghervorming zorgde voor veel kwaad bloed bij ondernemers en had een sterke daling van de investeringen tot gevolg. Mocht zoals de markt verwacht de centrum-rechtse kandidaat Piñera de verkiezingen winnen, dan zou dat geholpen door een naar verwachting ook weer wat gunstigere koperprijs, de economie zomaar een sterke impuls kunnen geven.

Tergend langzaam herstel

De bodem van de groeivertraging lijkt in zicht maar de regionale groei van 1% die we dit jaar verwachten, blijft onvoldoende om te compenseren voor de krimp van 1,3% in 2016. Dit staat in schril contrast met de sterke opleving in 2010. Toen was er in vrijwel alle landen van de regio sprake van een dusdanige groei, dat de krimp van 2009 ruimschoots gecompenseerd werd. Groot verschil met toen is dat de afgelopen jaren de ruimte voor een expansief monetair beleid lange tijd ontbrak. Zwakkere munten zorgden voor een oplopende inflatie en noodzaakte daardoor veel centrale banken om hun rente juist te verhogen. Ook hebben de meeste regeringen hun fiscale kruid in de afgelopen jaren verschoten. Daarnaast zorgt een combinatie van lokale en mondiale politieke ontwikkelingen – zoals angst voor protectionisme in de VS – ervoor dat zowel het consumenten- als het producentenvertrouwen in de meeste landen laag blijft. Een naar verwachting geleidelijk aan oplopende rente op de internationale kapitaalmarkt en een slechts zeer gematigd herstel van de grondstofprijzen maken het beeld van een beperkt herstel compleet. Bovendien kampen de meeste landen nog altijd met grote structurele onevenwichtigheden, zoals een laag niveau van besparingen, een inadequate infrastructuur en onderwijssysteem en een grote mate van inkomensongelijkheid. Dit maakt dat we ook op langere termijn voor de meeste landen uitgaan van een gematigd groeipad.