Digitale Netwerkgeneeskunde

door: Anja van Balen

De grote vraag in de zorg is: hoe kan de kwaliteit van de zorg omhoog en kunnen de kosten per persoon omlaag? Moet de zorg anders gefinancierd worden? Biedt betalen voor preventie een deel van de oplossing? Of zal het gebruik van big data alles oplossen? Over deze vragen organiseerden wij in juni een rondetafeldiscussie met medisch specialisten en andere belanghebbenden in de zorg aan de hand van verschillende stellingen.

Voorkomen is beter dan genezen

De stelling dat de zorg zich moet inzetten voor preventie waardoor ziekte voorkomen wordt, werd breed gedeeld door de deelnemers. Mariska Koster van Zilveren Kruis waagde een poging om een tegengeluid te laten horen: “Bedenk wel dat het grootste deel van de kosten gemaakt wordt tijdens de laatste jaren van het leven. Je kunt beter aan die kosten wat doen.” De deelnemers deelden haar kanttekening, maar wezen ook op het belang van een verbetering van de leefstijl en de professionele inzet daarop. Een aantal chronische ziektes zijn immers te herleiden tot de levensstijl en kunnen voorkomen worden.

Is meten weten?

De volgende stelling betrof het nut van de kwaliteitsindicatoren. De discussie hierover golfde flink op en neer, ook omdat kwaliteit zoveel verschillende aspecten kent. Wat willen we nu echt weten? De patiënt heeft andere vragen dan de zorginkoper, en dat zijn weer andere vragen dan die van collega-medisch specialisten. Zorgkaart Nederland benoemt met name de bejegening, terwijl de zorgverzekeraar geïnteresseerd is in het proces en de medische uitkomst. ‘We registreren ons suf’, was een van de uitspraken. En: ‘Van de 4.000 indicatoren gaat maar 1 procent over de medische uitkomst’. Alle deelnemers gaven aan dat minder indicatoren gewenst zijn. De indicatoren die overblijven, zouden gerelateerd moeten zijn aan de voor de patiënt relevante gezondheidsuitkomsten.

Verdienmodellen

De verdienmodellen van alle partijen in de zorg – onderwerp van de derde en vierde stelling – moeten op de schop. Het aantal te behandelen aandoeningen zal door de vergrijzing immers sterk groeien, terwijl de omvang van de sector in de pas moet lopen met de groei van de economie, en minimaal gelijkblijvende kwaliteit van zorg moet leveren. Verandering blijkt lastig omdat bijna iedereen krampachtig vasthoudt aan de bekende verdienmodellen of geen financieel risico wil lopen door de veranderingen. Innovatie lijkt door een ander betaald te moeten worden.

Deze financiële risico aversie wekt verbazing. Bij het voeren van een onderneming geldt immers toch al sinds de VOC het motto ‘de kost gaat voor de baat uit’?

Netwerkgeneeskunde

Na de ongemakkelijke discussie over de verdienmodellen was de volgende stelling relatief eenvoudig: netwerkgeneeskunde heeft de toekomst. De deelnemers aan de rondetafel waren hier eensgezind positief over. Het netwerk is met name van belang bij ouderen met meerdere aandoeningen. Deze zorg moet door een generalist worden gecoördineerd. Dit gebeurt in een netwerk van specialisten, eerste lijn en mantelzorgers. Daarnaast is ondersteuning van een digitaal netwerk vereist, waarbij de benodigde informatie over de algemene conditie van de patiënt ook door de patiënt zelf kan worden ingevuld.

Digitale netwerkgeneeskunde

Samengevat staat de sector volgens de deelnemers aan de rondetafel het volgende te doen: Om de hoogst mogelijke patiëntwaarde te realiseren wordt er eerst ingestoken op het promoten van een  gezonde leefstijl. Wie ziek wordt en medisch-specialistische zorg nodig heeft, vult zelf online de benodigde informatie in. In een sector die steeds meer gekenmerkt wordt door ouderen met een combinatie van aandoeningen bepaalt vervolgens een generalist welke partijen er betrokken moeten worden bij de zorg. Deze zorg wordt geleverd door een netwerk en betaald vanuit een bundled payment voor de aandoening. De patiënt houdt na de ingreep zelf zijn medische gegevens bij. Alleen als er afwijkingen zijn, is er contact met de betrokken medisch specialist. En tijdens het proces worden uitsluitend de meest relevante indicatoren gemeten waarmee het zorgproces continu verbeterd kan worden.

Digitale netwerkgeneeskunde uitgaand van de hoogste patiëntwaarde: het klinkt als een goed doel om aan te werken. Nu de weg ernaartoe nog vinden.

 

Deelnemers aan de rondetafeldiscussie

Arend Arends, geriater, lid van de commissie Medisch Specialist 2025
Arjan Rudulphus, bestuurslid van het MSB van het Franciscus Gasthuis in Rotterdam
Bart Meijman, huisarts en betrokken bij gedachtegoed ‘Optimale zorg – Dappere dokters’
Bram ter Harmsel, directeur-eigenaar Roosevelt Kliniek
Erik Rikkert, algemeen directeur van het St. Jans Gasthuis in Weert
Douwe Plantinga, fiscalist bij Caraad
Leonard Hofstra, cardioloog bij Cardiologie Centra Nederland
Marcel Heidoorn, manager Digitale Zorg bij Patiëntenfederatie Nederland
Mariska Koster, medisch adviseur van Zilveren Kruis

Discussieleiders vanuit ABN AMRO

Thera Evers
Rob Boelens