Sterke groei in export industriële goederen

door: Casper Burgering

In deze publicatie: De productie en de omzet groeien tot en met april 2017 stevig. De export van industriele goederen neemt begin 2017 sterk toe. De totale goederenexport is in het eerste kwartaal van 2017 met 13% op jaarbasis toegenomen. In maart accelereert de export en groeit met 17% j-o-j. Dit jaar en in 2018 kan de export van het Nederlands industriele product echter wat tegenwind verwachting door de verwachte trends in de diverse valuta.

Stand van de Industrie-juni 2017.pdf (1 MB)
Download

Productie- en omzetgroei tot en met april leggen goede basis voor 2017

In de eerste vier maanden van 2017 is de industriële productie met 3,3% op jaarbasis gegroeid. Veel branches laten een sterke groei zien in output. De groei komt door de aantrekkende economie in Nederland en de eurozone, stevige groei in de fabrieksorders vanuit Duitsland en groei van de vraag vanuit buiten de eurozone.

– Branches met een bovengemiddelde groei t/m april (j-o-j): machines (+13,3%), transportmiddelen (+11,6%), elektrische apparaten (+8,0%), chemie (+6,5%), rubber & kunststof (+5,6%) en basismetaal (+4,4%).
– Branches die in groei van de output achterblijven in het eerste kwartaal (j-o-j): meubels (-1,7%), elektrotechnisch (-1,0%), en metaalproducten (+1,3%)

In de eerste vier maanden van 2017 is de omzetgroei stevig aangetrokken, na een lange periode van omzetkrimp. In de totale industrie nam de omzet tot en met april met 10,3% op jaarbasis toe. Deels ligt hier de stijgende afzetprijzen (en grondstofprijzen) aan ten grondslag, maar ook de vraag is toegenomen.

– Branches met bovengemiddelde omzetgroei (t/m april, j-o-j): basismetaal (+19,6%), chemie (16,8%) en machines (+13,9%), transportmiddelen (+10,7%) en elektrotechnisch (+16,7%).
– Branches met beneden gemiddelde omzetgroei (t/m april, j-o-j): meubels (-1,1%), elektrische apparaten (+1,9%), rubber & kunststof (+4,5%) en metaalproducten (+4,4%)

Trends in valuta kan voor tegenwind zorgen

Valuta-ontwikkelingen tot en met 2018 kunnen een rem zetten op de groei van de vraag vanuit landen buiten de eurozone. De top zes van exportlanden buiten de eurozone is als volgt (in uitvoerwaarde): 1) het Verenigd Koninkrijk (VK), 2) de Verenigde Staten (VS), 3) China, 4) Polen, 5) Zuid Korea, 6) Rusland. Voor het VK, de VS en China is de verwachting dat de euro sterker wordt tot en met 2018 (en dus het pond, de dollar en de yuan zwakken af tegenover de euro). Concreet is dit een gunstige trend voor de export van deze landen (zij worden immers relatief goedkoper) en ongunstig voor de export van het Nederlandse industriele product (want onze producten worden duurder). In dit verband zal naar verwachting de export naar Polen, Zuid-Korea en Rusland zich meer stabiel ontwikkelen.

Na de VK verkiezingen is de kans op een ‘no-deal’ ten aanzien van de Brexit toegenomen. Als de financiële markten dit scenario gaan inprijzen, kan de EUR/GBP stijgen tot boven de 0,93. Mocht de regering een duidelijke en breed gedragen strategie hebben, dan zullen de markten het ‘no-deal’ risico mogelijk deels weer uitprijzen. In dat geval verwachten het Economisch Bureau van ABN AMRO dat de EUR/GBP al voor 0,90 het hoogtepunt bereikt.

De dollar staat onder druk door: zwakkere Amerikaanse macrocijfers, lagere nominale en reële rentes in de VS en negatieve publiciteit rond de regering Trump. De euro ondervindt steun dankzij: afgenomen politieke risico’s, sterke macrocijfers eurozone en de verwachte tapering door de ECB.

Export goederen accelereert in maart

De totale goederenexport is in het eerste kwartaal van 2017 met 13% op jaarbasis toegenomen. In maart accelereert de export en groeit met 17% j-o-j.

In de export van industriële goederen zien we de sterkste groei in de fabrikaten gedurende het eerste kwartaal. Ook de groei van de export van machines en vervoer-materieel heeft sterk bijgedragen aan de totale groei

De komende jaren zal met name de groei vooral over de grens te vinden zijn. De groei op de binnenlandse markt trekt ook aan, maar ligt het tempo lager.

Niet elk bedrijf heeft de capaciteit om in te zetten op dit groeipotentieel. De echt kleine bedrijven missen vaak het netwerk, het ontbreekt hun aan marktkennis en de organisatie is er veelal niet op ingericht.