Reshoring is kans voor de Nederlandse transportsector

door: Madeline Buijs

De transportsector is sterk afhankelijk van de ontwikkeling van de internationale goederenstromen. Positief voor de transportsector is dat de Nederlandse export gestaag doorgroeit, de goederenexport steeg in april 2017 met 2,9% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Maar als we naar de wereldhandel kijken valt de ontwikkeling tegen. De groei van de wereldhandel ligt sinds de crisis een stuk lager dan ervoor. Voor oktober 2008 groeide de wereldhandel met gemiddeld 5,5% j-o-j per maand. Na de flinke dip en stijging in de periode 2009-2011 is het groeitempo van de wereldhandel een stuk lager. Sinds 2012 groeit de wereldhandel met gemiddeld 2% j-o-j per maand.

Sector-update-reshoring-en-transportsector_juni-2017.pdf (202 KB)
Download

Waarom valt groei wereldhandel terug?

De Europese Centrale Bank (ECB) heeft onderzoek gedaan naar de tegenvallende groei van de wereldhandel. De belangrijkste reden is dat de economische activiteit is verschoven naar landen met een minder grote handelsintensiteit (handel in verhouding tot het bbp). Een andere belangrijke oorzaak die de ECB noemt, is de veranderende productieketen. De productieketen is in de periode 1996-2008 zeer gefragmenteerd. Eén van de bekendste voorbeelden van fragmentarische productie is de tennisbal. Mark Johnson van de Warwick Business School heeft uitgezocht dat de tennisbal die op Wimbledon gebruikt wordt 81.385 kilometer aflegt tijdens de productie. Dit terwijl het hoofdkantoor van de producent van deze tennisballen op slechts 250 kilometer van Wimbledon ligt. De onderdelen van de tennisbal vliegen tussen 11 landen en vier continenten om uiteindelijk in de Filipijnen in elkaar gezet te worden.

De ECB geeft aan dat vanaf 2008 de productieketen minder gefragmenteerd is geworden, wat gevolgen heeft voor de wereldhandel. Er worden daardoor steeds minder intermediaire- en finale goederen verscheept. Een belangrijke reden hiervoor is reshoring. Dit houdt in dat bedrijven die voorheen hun producten op verschillende plekken ter wereld lieten maken, hun producten weer dichter bij huis gaan produceren. Ook in Nederland worden met enige regelmaat voorbeelden genoemd van bedrijven die hun productie veelal vanuit China terughalen naar Europa. En dan met name naar Oost-Europa waar het nog relatief goedkoop produceren is.

Invoer vanuit China groeit minder hard

In de periode april 2016-maart 2017 steeg de totale invoerwaarde in Nederland met 2,8%. De invoer vanuit Azië steeg in deze periode met 5,7%. De invoer vanuit China (inclusief Hongkong) steekt hier wat bleekjes bij af. De invoer steeg met 1,9% in deze periode. Als er veel bedrijven zijn die hun productie terug naar Europa halen, dan zou de import vanuit China terug moeten lopen of minder hard moeten groeien. Zeker gezien de belangrijke positie van de Rotterdamse haven, zou dit in Nederland merkbaar moeten zijn. De invoerwaarde stijgt al vanaf begin 2015 minder hard. Maar ook de totale invoerwaarde stabiliseert. Deze ontwikkeling geeft daarom nog geen duidelijk bewijs van reshoring.

Ook de type producten die minder worden ingevoerd, geven geen aanleiding om te veronderstellen dat er sprake is van grootschalige reshoring. Als we namelijk wat dieper de cijfers induiken dan zien we dat de grootste daling te zien is bij kantoormachines, schoenen en dames- en meisjeskleding. Wat opvalt is dat deze producten vooral minder uit China komen, maar juist meer uit Europa. Al deze goederen worden per (zee)schip vervoerd. Het kan daarom zijn dat deze goederen vaker via de haven van Hamburg of Antwerpen naar Nederland zijn vervoerd.

Handel met Oost-Europa floreert

De voorbeelden over reshoring gaan zoals gezegd over het terughalen van de productie naar Oost-Europa. Als we naar de totale invoer vanuit Oost-Europa kijken, steeg die in de periode april 2016-maart 2017 met 3,9% j-o-j, terwijl de invoerwaarde vanuit China maar met 1,9% j-o-j steeg. De handel met Oost-Europa neemt dus harder toe. Ook de invoer vanuit Oost-Europa van kantoormachines, schoenen en dames- en meisjeskleding nam in 2016 flink toe. De invoer uit Oost-Europa van kantoormachines is wel beperkt. In 2016 werd EUR 88 miljoen aan kantoormachines ingevoerd, terwijl voor EUR 2,2 miljard uit China werd ingevoerd. Ook de invoer van schoenen is beperkt. Alleen dames- en meisjeskleding wordt relatief veel in Oost-Europa geproduceerd en dat is de afgelopen jaren ook toegenomen. Vooral in Polen wordt meer kleding geproduceerd. Dit zou te maken kunnen hebben met reshoring. Al wordt er al langere tijd veel dames- en meisjeskleding in Polen geproduceerd. Ook hier is dus geen sprake van een duidelijke trend.

Wat zijn de gevolgen voor de Nederlandse transportsector?

Op dit moment zijn de gevolgen van reshoring voor de transportsector beperkt. Er zijn nog geen duidelijke aanwijzingen voor grootschalige reshoring. De vraag is ook of de gevolgen groot zullen zijn wanneer veel productie naar Nederland of Europa wordt teruggehaald. Vooral de internationale zeevracht zal hinder van reshoring ondervinden, maar hierin zijn niet veel Nederlandse bedrijven actief. De Nederlandse transportsector kan juist profiteren van reshoring. Doordat producten dichter bij huis worden geproduceerd, zullen meer producten via de binnenvaart en het weg- en spoorvervoer worden vervoerd. Ook short sea shipping kan hiervan profiteren. Daarom is reshoring eerder kans dan een bedreiging voor de Nederlandse transportsector.