Het nut van leegstaande kantoren

door: Madeline Buijs

Duurzaamheid en de gebouwde omgeving. Het was lange tijd een speeltje van de voorlopers in de bouwsector. Maar daar is met nieuwe wetgeving abrupt een einde aan gekomen. In 2023 moeten alle kantoren in Nederland minimaal energielabel C hebben. In 2030 wordt dit nog verder aangescherpt en is een energielabel A verplicht. Heeft een kantoor dit label niet? Jammer voor de eigenaar, maar dan mag het kantoor niet meer gebruikt worden. Dat lijkt me een sterke prikkel voor eigenaren om te starten met het verduurzamen van hun panden. Zeker ook omdat huurders de voorkeur zullen geven aan een duurzaam pand met een goed leefklimaat. Er is ook kritiek: NVM Business heeft aangegeven dat zij bezorgd zijn dat op minder aantrekkelijke kantoorlocaties de kosten van verduurzaming niet in de huurprijs verrekend kunnen worden.

Ik zie echter een groter probleem dan het rendement van het verduurzamen van kantoren. Er blijft namelijk een deel van de kantorenvoorraad over die niet verduurzaamd wordt. En dat zijn nu juist de kantoren waar de afgelopen jaren zoveel om te doen is geweest: de langdurig leegstaande kantoren. Eigenaren van deze panden zullen geen moeite doen om deze panden te verduurzamen, want er zijn geen huurders voor te vinden. Het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) heeft berekend dat het om 1 miljoen m2 gaat die niet verduurzaamd wordt, met name kantoren die langs snelwegen staan. En nu dreigt voor deze panden eeuwigdurende leegstand.

De oplossing? Sloop deze panden. Het zal een flinke dobber zijn voor eigenaren en andere betrokken partijen, maar een andere oplossing voor het probleem zie ik niet. En nu het begrip circulariteit steeds meer aan draagvlak wint, kan het materiaal van deze gesloopte kantoren hergebruikt worden. Dan hebben deze panden in hun nadagen toch nog nut.

Deze column verscheen eerder in Stedebouw & Architectuur #1 2017