FX Weekly – Brexit en olie

door: Georgette Boele

  • De Brexit-onderhandehandelingen zijn begonnen…
  • …en het pond is iets onder druk gekomen…
  • …maar het pond is gevoeliger op commentaar van de Bank of England
  • Lagere olieprijs raakt de olievaluta’s verschillend
  • De Canadese dollar en de Noorse kroon houden goed stand…
  • …en we verwachten dat ze dit jaar en volgend jaar zullen stijgen
170623-FX-Weekly.pdf (63 KB)
Download

De Brexit-onderhandelingen zijn begonnen en het pond ligt iets onder druk

De belangrijkste ontwikkelingen deze week voor de valutamarkt zijn de start van de Brexit-onderhandelingen en de scherpe daling in de olieprijs. Om te beginnen met de start van de Brexit-onderhandelingen. Het feit dat de onderhandelingen nu echt zijn begonnen heeft het pond iets onder druk gezet. Maar dit heeft niet geleid tot grote zwakte in het pond. Wat meer invloed had op het koersverloop van het pond was het commentaar van beleidsmakers van de Bank of England. Op dinsdag hintte voorzitter Mark Carney dat de Bank of England niet in allerijl het monetaire beleid zal verkrappen. Hij wil eerst zien hoe de economie reageert op de realiteit van Brexit-onderhandelingen. Het pond daalde als gevolg van dit commentaar. Een dag later klonk beleidsmaker Andrew Haldane juist minder verruimingsgezind en dat steunde het pond weer wat.

Volgende week komen er belangrijke macro-economische cijfers uit van het VK zoals de definitieve raming van eerste kwartaal BBP en het consumentenvertrouwen. Verder zit Mark Carney in een ECB forum in Sintra (Portugal) van 26 tot 28 juni. De markt zal de cijfers en zijn commentaar nauwgezet volgen. We verwachten dat de Bank of England dit jaar en volgende jaar de beleidsrente niet zal veranderen in verband met de onzekerheid over de Brexit. Op korte termijn kan het pond iets in waarde dalen richten 1,25-1,26 maar dit niveau zou de onderkant moeten zijn. Hetzelfde geld voor EUR/GBP waarvoor we verwachten dat een mogelijke opwaartse trend rond 0,90 zijn momentum verliest. We blijven van mening dat het pond goedkoop is op de huidige niveaus met in achtneming van de langere termijn vooruitzichten.

Lagere olieprijs raakte olievaluta’s verschillend

Sinds 25 mei jl. is de olieprijs (Brent) met bijna 17% gedaald. Dit is over het algemeen slecht nieuws voor valuta’s van olie-exporterende landen dus je zou verwachten dat deze valuta’s ook aanzienlijk zijn gedaald. Dit is verre van het geval. De Russische roebel en de Colombiaanse peso zijn het hardst onderuit gegaan met ongeveer 4%. De Noorse kroon is met zo’n 1% gedaald ten opzichte van de Amerikaanse dollar. Verrassend genoeg zijn de Mexicaanse peso en Canadese dollar juist gestegen met ongeveer 2%. Waarom is er zo’n groot verschil tussen de bewegingen van de olievaluta’s? De verwachtingen over het monetaire beleid en de sterkte van de economie spelen ook een belangrijke rol op het gedrag van een deze valuta’s. De Canadese centrale bank heeft recent hints gegeven dat als de economische groei zich meer over de economie verspreid dat dat het monetaire beleid minder verruimend kan worden. Dit, en veel sterkere detailhandelsverkopen deze week, hebben de Canadese dollar gesteund. Daarbij komt dat de speculatieve short posities op de futures market extreem groot zijn. Dus weinig positief nieuws kan een relatief groot positieve invloed hebben op de Canadese dollar.

De Noorse centrale bank gaf gisteren signalen af dat het niet langer nodig is om de beleidsrente te verlagen. Hierdoor herstelde de Noorse kroon. In Rusland is de centrale bank verruimingsgezind, dus daar had de lagere olieprijs een meer negatieve invloed op de valuta. In het geval van Mexico, is de centrale bank nog steeds aan het verkrappen. Bovendien is de economie is meer afhankelijk van de verwerkende industrie dan van de olie-industrie. Vooruitkijkend zien we de Canadese dollar, Noorse kroon en de Russische roebel dit jaar en volgend jaar stijgen. Dit is een combinatie van een door ons verwacht herstel van de olieprijs, een lagere Amerikaanse dollar en in het geval van Canada en Noorwegen relatief sterke economische fundamenten.