Focus VK – Uitslag verkiezingen VK verhoogt Brexit-risico’s

door: Nick Kounis , Aline Schuiling , Georgette Boele

In deze publicatie: Geen werkbare meerderheid in parlement na verlies van Conservatieven in Britse parlementsverkiezingen. Conservatieven zijn nu waarschijnlijk afhankelijk van steun van de DUP. Instabiele Britse regering moet Brexit-onderhandelingen gaan voeren, waardoor het proces nog complexer lijkt te worden en het risico van een ‘no-deal’ scenario toeneemt. Pond verliest mogelijk verder terrein als markten ‘no-deal’ gaan inprijzen.

Uitslag-verkiezingen-VK-verhoogt-Brexit-risicos-9-June-2017.pdf (212 KB)
Download

Geen werkbare meerderheid, waarschijnlijk nu coalitie van Conservatieven en DUP

Na de verkiezingen van gisteren zijn de Conservatieven hun absolute meerderheid in het Lagerhuis kwijt. Nu de meeste stemmen geteld zijn, lijken de Conservatieven uit te komen op 319 van de 650 zetels. Om een meerderheidsregering te vormen, zijn er dus formeel 326 zetels nodig. In de praktijk is een iets kleiner aantal (322) wellicht voldoende, omdat Sinn Fein haar 7 zetels waarschijnlijk niet zal innemen.

De Labour-partij won meer zetels (261) dan verwacht, maar maakt geen enkele kans op het regeringspluche. De potentiële coalitiepartner van Labour, de Schotse Nationalisten (SNP), behoorde tot de verliezers en heeft nog maar 35 zetels. De Liberaal Democraten (12) hebben een coalitie of akkoord met welke partij dan ook uitgesloten.

Om een regering te vormen, moeten de Conservatieven nu waarschijnlijk voor steun aankloppen bij de Democratic Unionist Party (DUP – 10 zetels). Dit kan gestalte gegeven worden via hetzij een formele coalitieregering hetzij een minderheidsregering met gedoogsteun van de DUP.

Instabiele regering moet gaan onderhandelen over Brexit

In beide gevallen moet een instabiele Britse regering de onderhandelingen over Brexit gaan voeren. Deze onderhandelingen beginnen officieel over elf dagen, maar een uitstel is heel goed mogelijk. De regering kan al vallen wanneer slechts een relatief klein aantal parlementsleden tegen de regeringsplannen stemt. De DUP is voorstander van Brexit, maar hecht wel aan een ‘frictieloze grens’ tussen de Ierse Republiek en Noord-Ierland. Hierdoor wordt de immigratie vanuit de EU naar het Verenigd Koninkrijk moeilijk te controleren.

Daarbij komt dat conservatieve parlementsleden die voorstander zijn van hetzij een zachte Brexit hetzij een harde Brexit mogelijk een luis in de pels van de regering worden. Een toekomstige conservatieve regering of coalitie onder leiding van de Conservatieven zal daarom heel voorzichtig te werk moeten gaan in de onderhandelingen. Het kan dan ook niet worden uitgesloten dat op enig moment opnieuw verkiezingen uitgeschreven moeten worden.

Brexit-onderhandelingen worden complexer, ‘no-deal’ risico neemt toe

Een akkoord over Brexit moet door het parlement goedgekeurd worden. De regering heeft dus de steun nodig van alle conservatieve parlementsleden die pro-Brexit zijn, en ook van de DUP. Hierdoor is een harde Brexit (waarbij de handel en het vrij verkeer van personen aanzienlijk worden beperkt) minder waarschijnlijk geworden. Het alternatief is echter dat er geen constructief akkoord komt of mogelijk zelfs helemaal geen akkoord. Kortom, het onderhandelingsproces lijkt alleen maar complexer te zijn geworden. In deze situatie is het niet vreemd dat het proces traag verloopt en mogelijk zelfs stagneert. Door de verkiezingsuitslag is dus per saldo het ‘no-deal’ risico toegenomen. Dit scenario zou eventueel afgewend kunnen worden door de onderhandelingsperiode te verlengen en overgangsregelingen in te bouwen.

Britse pond verliest terrein en verdere daling ligt in het verschiet bij ‘no-deal’

Na de verkiezingsuitslag verloor het Britse pond (GBP) 2% tegenover de Amerikaanse dollar (USD), omdat de kans op een ‘no-deal’ scenario is toegenomen en een langere periode van politieke onzekerheid aanbreekt. Door het toegenomen ‘no-deal’ risico zijn de negatieve risico’s voor het pond toegenomen. Als de financiële markten dit scenario gaan inprijzen, kan de GBP/USD dalen tot 1,20 en de EUR/GBP stijgen tot boven 0,93. Mocht de regering een duidelijke en breed gedragen strategie hebben, dan zullen de markten het ‘no-deal’ risico mogelijk deels weer uitprijzen. In dat geval verwachten we dat de GBP/USD rond 1.25 – 1,26 stabiliseert en dat de EUR/GBP al voor 0,90 het hoogtepunt bereikt. Al met al blijven we bij ons standpunt dat het pond goedkoop is op basis van de waarderingsmaatstaven voor de lange termijn.