Energiemonitor juni – Veel spanningen, weinig gevolgen

door: Hans van Cleef

  • Toegenomen spanningen tussen Qatar en enkele andere Golfstaten leiden tot meer risico’s…
  • … maar invloed op olie- en gasprijzen blijft beperkt… op dit moment
  • OPEC verlengde productieverlagingsakkoord, maar kon niet overtuigen
090617-Energiemonitor-juni-NL.pdf (249 KB)
Download

Conflict tussen Qatar en enkele Golfstaten heeft geen invloed op de olieprijs…

De recentelijk toegenomen spanningen tussen Qatar en een coalitie van andere Golfstaten,  onder leiding van Saudi-Arabië,  hebben vooralsnog weinig tot geen invloed op de olieprijs. Het conflict was een gevolg van de beschuldiging van Quatar door Saudi-Arabië over vermeende steun voor extremisme in de regio. Andere landen (Egypte, Bahrein, Jemen en de Verenigde Arabische Emiraten (VAE)) sloten zich aan bij de tegen Qatar opgeworpen sancties. Het gevolg van deze opgelopen spanningen was een korte opleving van de olieprijs, voordat deze weer volledig teniet werd gedaan. De druk op de olieprijs ontstond door toegenomen onrust over het naleven van het productieverlagingsakkoord binnen de OPEC (zie volgend hoofdstuk). Beleggers vrezen dat als Qatar zich niet aan de afspraak zou houden, andere OPEC-leden zich ook niet meer gedwongen zouden voelen om hun productieniveau te beheersen. Dit zou kunnen leiden tot een falen van deze kunstmatige ingreep om de verhouding tussen vraag en aanbod op de oliemarkt in evenwicht te brengen. Wij denken dat dit waarschijnlijk niet zal gebeuren. Qatar is geen grote olieproducent in vergelijking met omringende landen. En zelfs als Qatar zich niet aan de afspraak zou houden om in hun geval de productie met 30 kv/d te verlagen, zal een ander OPEC lid (waarschijnlijk Saudi-Arabië) een klein beetje extra bijdragen.

…en ook niet op de gasprijs

Qatar is de derde gasproducent van de wereld, na Rusland en Iran. Qatar deelt het grootste gasveld met Iran. Dit North-Field is het grootste gasveld in de wereld en produceert 77 miljoen ton LNG, oftewel meer dan 10 miljard kubieke voet aan gas per dag. Volgens RasGas heeft het veld zo’n 900 triljoen kubieke voet aan winbare reserves, ongeveer 10% van de wereldgasreserve. In de laatste tien jaar is de gasexport van Qatar tot recordhoogte gestegen. Dit resulteerde in een grote rijkdom, en maakte Qatar verreweg het rijkste land ter wereld per hoofd van de bevolking (jaarlijks per hoofd van de bevolking een inkomen van USD 129.726 in 2016). Qatar is daarmee een buitenbeetje vergeleken met veel andere landen in de regio. Deze zijn namelijk meer afhankelijk van olie-inkomsten en hebben daarmee van nature sterkere banden met Saudi-Arabië. De natuurlijke band (als gevolg van het gedeelde gasveld) tussen Qatar en Iran en de recente investeringen in Rusland zijn een doorn in het oog van de leiders van Saudi-Arabië.

Het nieuwe conflict lijkt de export van LNG vanuit Qatar niet te raken. Het zou hooguit effect kunnen hebben op de export naar de betrokken landen, zoals de VAE en Egypte. Maar ook daarvan is nog geen sprake. Deze landen zijn erg afhankelijk van dit gas en er zijn nauwelijks alternatieven. Het overgrote deel van de export van LNG zal doorgang kunnen vinden, desnoods via de territoriale wateren van Iran. Daarom is er ook geen prijseffect te zien bij LNG en andere gashubs.

De risicopremie is momenteel verwaarloosbaar om drie redenen:
– De mondiale voorraden zijn erg hoog en er wordt nog steeds dagelijks meer geproduceerd dan geconsumeerd. Dus een productiebeperking hoeft niet per se op korte termijn tot tekorten te leiden.

– De VS zijn tegenwoordig minder afhankelijk van olie-import uit het Midden-Oosten.

– De recente geschiedenis leert dat alle ellende in de regio geen negatieve gevolgen heeft voor de olieproductie. Hierdoor is men nu minder angstig voor mogelijke productiestoornissen. Irak is een mooi voorbeeld van een land in een diepe crisis waar de afgelopen jaren de olieproductie wel is gegroeid van 3 naar 4 miljoen vaten olieproductie per dag.

Uiteraard kunnen dit soort inzichten snel veranderen wanneer het conflict bijvoorbeeld zou escaleren in een gewapende strijd tussen de grootmachten Iran en Saudi-Arabië. Wanneer er angst groeit dat de gas- en/of olieproductie in Qatar of omringende landen negatief beïnvloed kan worden door het conflict zal de markt een risicopremie gaan inprijzen. Momenteel is dit echter nog een risicoscenario met een lage waarschijnlijkheid.

OPEC leverde, maar de markt hoopte op meer

De coalitie van OPEC- en niet-OPEC-producenten besloot eind mei om hun productieverlagingsovereenkomst van 1,8 miljoen vaten per dag (mv/d) met negen maanden te verlengen. Deze uitkomst was het gevolg van diverse scenario-analyses, inclusief een zes-, negen- en twaalfmaands variant en een mogelijke extra productieverlaging. Nigeria en Libië blijven hun uitzonderingspositie behouden waardoor zij hun productie niet hoeven te verlagen. Daarnaast hoeft Iran niet aan capaciteit in te leveren. Met dit akkoord probeert de coalitie om tijd te winnen en stabiliteit te creëren voor de komende negen maanden. Er is nog geen strategie bekend voor na deze periode. Meer details volgen zeer waarschijnlijk op de komende officiële OPEC-vergadering op 30 november.

Gedurende deze negen maanden verwachten de olieproducenten dat de mondiale voorraden van recordhoogtes normaliseren richting het vijfjaars gemiddelde. Daarnaast verwacht men dat het overaanbod van olie zodanig verder zal zijn afgenomen dat er evenwicht komt tussen vraag en aanbod. Door het beëindigen van het overaanbod ergens in de komende maanden verwacht de alliantie een bodem te hebben gelegd onder de olieprijs van ongeveer USD 50/vat.

Zowel tijdens als na het overleg kwam de olieprijs onder druk. Beleggers waren teleurgesteld omdat de OPEC niet met verdergaande maatregelen kwam om de markt te overtuigen. Wij gaan ervan uit dat de OPEC de stabiliteit in de markt probeert terug te brengen, gebaseerd op een zes- tot negenmaands visie. Beleggers daarentegen hebben een veel kortere horizon en kijken naar de huidige gevolgen voor de olieprijzen. Als gevolg van deze verschillen – en het sluiten van speculatieve long-posities – is de olieprijs mogelijk te ver naar beneden doorgeschoten. Investeerders hebben voorafgaand aan het OPEC-besluit posities ingenomen die speculeren op prijsstijgingen (long gaan). Nadat bleek dat de prijs niet steeg, werden deze posities weer tegengesloten. Dat zorgde voor extra prijsdruk op olie. Wij verwachten dat dit een tijdelijk effect zal blijken te zijn. Volgens de olieminister van Saudi-Arabië Khalid Al-Falih zal de groei van de Amerikaanse (schalie-)olieproductie in 2017 niet groot genoeg zijn om de OPEC-strategie teniet te doen.

Wij verwachten dat zowel Brent als WTI wordt verhandeld rond USD 50/vat aan het eind van juni. Dit is in lijn met de huidige koersen. Onze eindejaarsverwachting gaat uit van een verdere stijging van de olieprijs richting USD 60/vat. Op dit moment is er nog geen aanleiding om deze visie aan te passen. Argumenten die hierbij meespelen zijn:

  • De groei van Amerikaanse voorraden begint langzaamaan te stagneren.
  • Wij verwachten niet dat de olieproductie in de VS in hetzelfde tempo zal blijven doorgroeien op weg naar 2018 als in de afgelopen maanden.
  • De mondiale vraag naar olie blijft stabiel toenemen met ongeveer 1,3 miljoen vaten extra vraag per dag in 2017 en 2018.
  • Investeringen in de sector blijven onder druk staan. Dit zal het aanbod op termijn negatief kunnen beïnvloeden.