Brazilië Focus – Herstel voorbij voordat het begint

door: Marijke Zewuster

  • Economische groei was in eerste kwartaal positief, maar het risico van vertraging is toegenomen
  • We verlagen onze groeiraming voor 2017 naar 0,5%, waarbij de risico’s nog steeds negatief zijn
  • Verlaging van beleidsrente gaat door
  • Corruptieschandelen breiden zich verder uit, maar President Temer blijft hoogstwaarschijnlijk tot verkiezingen in 2018 aan de macht
170626-Brazilië-Focus-2.pdf (238 KB)
Download

Van Lava Jato tot Carne Fraca

Met de afzetting van Dilma Rousseff als president in augustus 2016 vanwege overtreding van de begrotingswetten kwam er nog geen einde aan de politieke onzekerheid in Brazilië. Het tegendeel is waar: de politieke onrust is in de aflopen maanden tot een nieuw hoogtepunt gestegen. De steun voor president Temer is verder gedaald van 20% in maart naar minder dan 10% nu. Hiermee treedt hij in de voetsporen van Rousseff in de laatste maanden voor haar afzetting. Door het nieuwe schandaal Carne Fraca (zwak vlees) rond JBS, het grootste vleesverpakkingsbedrijf van het land, is de politiek opnieuw in een kwaad daglicht komen te staan, met inbegrip van president Temer. Naar verluidt zou Temer gesproken hebben met Joesley Batista – een van de twee broers die eigenaar van JBS zijn – over de betaling van zwijggeld aan Eduardo Cunha, de voormalige voorzitter van het Braziliaanse Huis van Afgevaardigden. Voor zijn rol in het Lava Jato corruptieschandaal rond staatsoliemaatschappij Petrobas is Cunha veroordeeld tot een gevangenisstraf. Ook zouden de broers Batista in het kader van een schikking met justitie geluidsopnames hebben overhandigd van gesprekken die diverse andere toonaangevende politici in diskrediet brengen, onder wie voormalig presidentskandidaat Aecio Neves (PSDB en een van de machtigste bondgenoten van Temer) en voormalig minister van Financiën Guido Mantega.

Temer blijft naar verwachting president tot de verkiezingen van oktober 2018

De populariteit van Temer is sterk gedaald, maar zeer waarschijnlijk dient hij zijn huidige termijn als president uit tot oktober volgend jaar. Het hoogste kiestribunaal in Brazilië (TSE) besloot op 10 juni met vier stemmen tegen drie om de verkiezingen van 2014 niet ongeldig te verklaren. Het TSE heeft onderzocht of tijdens de verkiezingscampagne van president Dilma Rousseff en toenmalig vicepresident Temer in 2014 illegale financiële bijdragen in de campagnekas terechtkwamen. Had het tribunaal anders beslist, dan zou Temer hebben moeten aftreden.

Er zijn nog drie andere mogelijkheden voor een vervroegd einde van het presidentschap van Temer. Ten eerste zou hij zelf kunnen besluiten om af te treden of wordt hij hiertoe mogelijk gedwongen door zijn coalitiepartners. De tweede mogelijkheid is dat hij wordt afgezet. En ten derde kan het Hooggerechtshof een officieel onderzoek instellen naar hem. Voor de tweede en derde mogelijkheid is een tweederdemeerderheid in het Congres vereist om het proces op te starten. De huidige coalitiepartners hebben in principe voldoende zetels om dit te blokkeren. Beide processen zijn bovendien langdurig en kostbaar en lopen mogelijk langer door dan oktober 2018, wanneer de volgende verkiezingen worden gehouden. In alle drie de opties ziet het ernaar uit dat de centrumrechtse coalitie van PSDB en PMDB bij een aftreden van Temer meer te verliezen dan te winnen heeft. Maar zeg nooit nooit in de Braziliaanse politiek. Mocht Temer toch aftreden – hetzij vrijwillig hetzij via een afzettingsprocedure of vervolging – dan blijft de huidige coalitie vermoedelijk gewoon aan de macht en benoemen de coalitiepartners een waarnemend president. Het ligt dan ook in de lijn der verwachting dat de bezuinigingen worden voortgezet, al zal het hervormingsproces wel vertragen. Dit verklaart vermoedelijk ook waarom de marktreactie tot nu toe vrij beperkt is.

  

Aan het economisch front waren de BBP-cijfers voor K1 veelbelovend…

De BBP-groei in het eerste kwartaal leek sterk (1% k-o-k en -0,4% j-o-j), gesteund door goede resultaten voor de agrarische sector na het zeer slechte resultaat van vorig jaar. De andere sectoren bleven echter zwak. Aan de vraagzijde was de externe sector de enige groeiaanjager; de particuliere consumptie en de investeringen krompen verder, zij het minder snel. De exportgroei kende een breed draagvlak: landbouw (sojabonen) en mijnbouw (ijzererts) waren sterk en de uitvoer van auto’s was ook goed. De eerste cijfers voor het tweede kwartaal zijn ook vrij positief. De detailhandelsverkopen stegen in april met 1,9% j-o-j, de eerste positieve score sinds maart 2015. De hoge werkloosheid daalde marginaal van 13,7% in maart naar 13,6% in april. De PMI voor de verwerkende industrie kwam in april voor het eerst sinds januari 2015 boven 50 en steeg in mei verder naar 52. De totale industriële productie blijft echter zwak, hoewel het tempo van de teruggang gestaag is afgenomen. In april was de industriële productie 4,5% j-o-j lager. Het 12-maands voortschrijdend gemiddelde is wel verbeterd van -6,6% over heel 2016 naar -3,4% j-o-j in april.

Bezuinigen blijft essentieel

Hoewel een sterke externe positie nog steeds een belangrijke schokbreker is, blijven bezuinigingen essentieel om de kredietwaardigheid op het huidige niveau (Ba2/BB) te houden en een verdere aantasting van het vertrouwen tegen te gaan. Dit zou kunnen leiden tot een nog sterkere depreciatie van de Braziliaanse real en de huidige daling van de inflatie weer ongedaan maken, waardoor er ook minder ruimte is om het monetaire beleid te versoepelen. Zolang president Temer, of in ieder geval de huidige coalitie, aan de macht blijft, is de verwachting dat het bezuinigingsbeleid wordt voortgezet. Wel zal het tempo van de hervormingen worden teruggeschroefd. Reeds goedgekeurde maatregelen, zoals de bestedingsbeperking, zullen er ook toe bijdragen dat het begrotingstekort niet te ver oploopt. Dit is belangrijk, want het nominaal tekort bedroeg eind vorig jaar rond 10% van het BBP en de staatsschuld circa 70% van het BBP.

Het feit dat de coalitie moeilijke maanden te wachten staan, bleek uit de recente verwerping van het wetsvoorstel voor de arbeidsmarkt door een commissie van de Braziliaanse senaat. De regering heeft er niettemin alle vertrouwen in dat het wetsvoorstel later in een plenaire sessie wordt goedgekeurd. De hervorming van de arbeidsmarkt is geen constitutionele hervorming zodat een gewone meerderheid voldoende is. Voor de hervorming van de sociale zekerheid is wel een tweederdemeerderheid vereist en die lijkt op dit moment verre van haalbaar. Deze plannen zullen daarom naar verwachting worden uitgesteld tot na de verkiezingen.

  

Verdere daling van inflatie biedt ruimte voor verdere renteverlagingen

De inflatie daalde in april tot 4,1% j-o-j en lag voor het eerst sinds eind 2009 onder het middenpunt van de doelstelling (bandbreedte van 2 procentpunt rond 4,5%). In mei is de inflatie nog verder afgezwakt tot 3,6%. Een verdere daling in de komende maanden is goed mogelijk, maar we verwachten dat de inflatie aan het einde van het jaar iets onder 4% ligt. Dit scenario biedt de centrale bank ruimte om de gewenste versoepeling van het monetaire beleid op volle kracht door te zetten. Zo kan het basistarief (Selic) worden verlaagd van de huidige 10,25% naar waarschijnlijk 8,5% à 9%. In dit basisscenario daalt de Braziliaanse real slechts geleidelijk tegenover de Amerikaanse dollar naar circa 3,40 in het derde kwartaal (met mogelijke kortstondige uitschieters naar 3,50) om vervolgens op te veren tot 3,30 aan het einde van het jaar. De stijgende rentes op Amerikaanse staatsobligaties zijn nadelig voor de real. Daar staat echter tegenover dat de licht stijgende grondstoffenprijzen en de sterke externe positie de koers van de real steunen.

Groeivooruitzichten voor 2017 en 2018 zijn echter verlaagd

Op grond van de cijfers over de eerste helft van 2017 leek de economie op schema te liggen voor een groei van circa 1%. De economische cijfers wijzen tot nu toe dit jaar op een herstel en de verwachte renteverlagingen zullen de groei eveneens steunen. Toch hebben we onze groeiraming voor 2017 verlaagd naar 0,5%. De reden hiervoor is dat door de politieke onrust de investeringen zeer waarschijnlijk nog niet aantrekken, terwijl de consumptieve groei nog altijd wordt geremd door de hoge werkloosheid en het proces van schuldafbouw. Onze groeiraming voor 2018 hebben we ook naar beneden bijgesteld, van 3% naar 2,5%. Een concurrerende munt, lagere rentes, stijgende grondstoffenprijzen en uiteindelijk een toenemend vertrouwen zullen het herstel steunen, maar de politieke onrust staat een sterke opleving in de weg. We verwachten dat volgend jaar de onzekerheid aanhoudt en de volatiliteit bij tijd en wijle opflakkert in de aanloop naar de verkiezingen. Gezien de onzekerheden waarmee al deze factoren zijn omgeven, neigen de risico’s voor onze groeiramingen nog steeds naar de negatieve kant.