Energiemonitor mei – Minder pompen of verliezen

door: Hans van Cleef

  • OPEC-vergadering in aantocht: duivels dilemma vereist actie
  • Visie olieprijs onveranderd, maar overtuiging is wel iets afgenomen
  • Beweeglijkheid gasprijzen neemt af richting het zomerseizoen
110517-Energiemonitor-mei-NL.pdf (242 KB)
Download

OPEC staat schaak

Op 25 mei komen de ministers van de OPEC-leden bij elkaar in Wenen voor hun officiële halfjaarlijkse bijeenkomst. Tijdens dit overleg moet er een besluit worden genomen over het niveau van de olieproductie voor de komende maanden. Tijdens het vorige overleg werd besloten het productieplafond met 1,2 miljoen vaten per dag (mv/d) te verlagen. Daarnaast hebben enkele niet-OPEC-producenten de productie  met 0,6 mv/d verlaagd. Dit besluit zou ervoor moeten zorgen dat het olieaanbod in de markt beter afgestemd is op de mondiale vraag. Door een afname van het overaanbod hoopte de OPEC te bereiken dat de olieprijs verder op zou lopen. Een hogere olieprijs zou niet alleen welkom zijn voor de olieproducenten, maar ook door de overheden die hun begrotingen hebben gebaseerd op een olieprijs die aanzienlijk hoger ligt dan de huidige spotprijzen.

Maar zoals te zien is in bovenstaande grafiek leidde het akkoord niet tot een extra prijsstijging, anders dan de prijsstijging uit het vierde kwartaal van vorig jaar die werd veroorzaakt door anticipatie op het aanstaande akkoord. Het lagere productieplafond zorgde daarmee voor een stabilisatie van de olieprijs op een hoger niveau dan begin 2016. Een verdere prijsstijging bleef uit omdat de Amerikaanse olieproductie weer op gang kwam. Daarmee is de productieverlaging van de OPEC-leden teniet gedaan. Daarmee eindigt het productie-akkoord van de OPEC vooralsnog vooral met een verschuiving van het marktaandeel. En dat zorgt ervoor dat de OPEC nu voor een duivels dilemma staat: kiezen voor het ondersteunen van de olieprijs, of toch voor het handhaven van hun marktaandeel.

Van twee naar drie scenario’s

OPEC-leden – en dan met name de olieminister van Saudi-Arabië – en de niet-OPEC-leden die met het productieplafond meedoen, beginnen zich meer en meer te roeren nu de OPEC-vergadering eraan komt. De verbale- interventiestrategie heeft vorig jaar goed gewerkt. Om het effect niet weg te laten ebben, heeft de OPEC in samenwerking met diverse niet-OPEC-landen (en dan vooral Rusland) in januari ook daadwerkelijk de productie moeten verlagen. Actie was nodig na de veelvuldige aankondigingen. De verwachting was in eerste instantie dat de olieproducenten nu weer moesten kiezen tussen twee scenario’s: wel of niet verlengen. Maar ook het wel verlengen van het productieplafond hoeft niet per se te leiden tot een hogere olieprijs. Dit vereist een derde scenario. Ook nu gaat de markt ervan uit dat het akkoord over het lagere productieplafond zal worden verlengd. Dat is een aanname van de markt die door de opmerkingen van diverse olieministers wordt gevoed. Dit zorgt ervoor dat de coalitie van olieproducerende landen eind van deze maand moet kiezen uit de volgende drie scenario’s:

  1. Het akkoord wordt verlengd in lijn met de marktverwachting. Als het akkoord voor zes maanden – en liefst langer – wordt verlengd, zullen vraag en aanbod steeds verder naar elkaar toegroeien in de loop van 2017/18. Het probleem is echter dat dit scenario reeds in de prijs zit verwerkt. De olieprijs zal dan niet veel hoger stijgen dan USD 50/bbl in de komende maanden. Dat is een olieprijs die lager ligt dan de meeste olieproducenten graag zouden zien. Toch lijkt ons dit het meest waarschijnlijke scenario.
  2. Een alternatief scenario draait rond het verder opdrijven van de olieprijs. Om dit te bewerkstelligen zal de OPEC/niet-OPEC coalitie de markt moeten verrassen met een lager dan verwacht productieplafond. Daarmee zouden ze speculanten op het verkeerde been zetten, wat zal leiden tot het inprijzen van de verwachting dat het overaanbod op korte termijn snel zal verdampen. De OPEC is immers in staat de productie sneller te verlagen dan de Amerikaanse olieproducenten in staat zijn de productie op te voeren. Een dempend effect kan echter komen van de hoge voorraden van ruwe olie en bewerkte producten. Om een blijvend hoge olieprijs te krijgen, zullen ook de voorraden structureel op een lager niveau moeten komen.
  3. Het laatste scenario is het alsnog loslaten van het productieplafond om een verdere verschuiving van het marktaandeel te voorkomen. Gezien de geluiden vanuit de OPEC lijkt dit scenario niet heel waarschijnlijk. Het zou ook niet in lijn met zijn met haar missie om de prijs te stabiliseren. Kleine kanttekening is wel dat zo’n scenario eind 2014 ook niet heel waarschijnlijk leek, maar wel realiteit werd dankzij een poging van de OPEC om de Amerikaanse schalieolieproducenten uit de markt te drukken. Geheel ondenkbaar is het daarom niet.

Olieprijsverwachting onveranderd, maar…

Wij verwachten een gematigd herstel van de olieprijs. Dit is gebaseerd op de visie dat de markt langzaam maar zeker richting evenwicht beweegt, wat een iets hogere olieprijs zou rechtvaardigen (zie tabel 1). De onzekerheid over het productieakkoord heeft ook zijn weerslag op de olieprijsverwachtingen. Wij vinden het te vroeg om onze visie neerwaarts bij te stellen. Immers, bij scenario één, en zeker bij scenario twee, denken wij dat een verdere olieprijsstijging in de loop van de tweede helft van dit jaar nog steeds waarschijnlijk is. Maar door de toegenomen kans op scenario drie – hernieuwde inzet op behoud van het OPEC-marktaandeel – is onze overtuiging wel iets minder stellig geworden. Wij handhaven vooralsnog onze verwachtingen en volgen de markt op de voet om te zien of ze nog steeds sporen met onze afwegingen.

De gasprijzen stabiliseren met het zomerseizoen in aantocht

Na de piek van begin februari is de prijs van Title Transfer Facility aardgas (TTF) gedaald. De sterke (seizoen)vraag naar gas ten behoeve van verwarming is afgenomen. De afgelopen weken was de prijs van deze Nederlandse virtuele marktplaats voor gas zelfs stabiel binnen een nauwe bandbreedte van ruwweg EUR 15-16,50/MWh. De aankondiging dat minister Kamp de opdracht heeft gegeven om vanaf oktober minder gas te produceren uit het Groningenveld heeft deze keer niet tot een grote prijsstijging geleid. De minister volgt daarmee het advies van het Staatstoezicht op de Mijnen om met deze productieverlaging aardbevingen in het winningsgebied verder tegen te gaan. De productie wordt met 10% verlaagd: van 24 miljard kuub per jaar naar 21,6 miljard kuub per jaar.

Ook de prijs van Henry Hub natural gas (VS) heeft rustiger vaarwater bereikt en beweegt zich binnen een smalle bandbreedte van USD 3-3,35/mmBtu. Het herstel van de olie- en gassector in de VS heeft nog niet geleid tot heel veel extra aanbod van aardgas, wat de prijs negatief zou beïnvloeden. Toch is het aantal boorinstallaties dat zich specifiek richt op gas sinds september 2016 meer dan verdubbeld tot 173. Wij verwachten nog steeds in de komende maanden een negatief effect op de Henry Hub gasprijs als gevolg van meer aanbod, in combinatie met minder vraag.