De toekomst van het onderwijs

door: Eric Zwaart

Het einde van een onderwijstijdperk

Het onderwijsbeleid is gericht op opbrengstgericht werken in het funderend onderwijs met veel nadruk op examenresultaten. In het middelbaar en hoger onderwijs zijn financiële prikkels ingevoerd voor de student, die is gericht op snel en efficiënt afstuderen. De overdreven nadruk op examenresultaten en rendement wordt gevoed door de prestatiebekosting van onderwijsinstellingen. Hierdoor ontstaat er een druk om hoog op de lijstjes te willen staan, waardoor scholen risico’s mijden en selecteren op potentieel succesvolle leerlingen. Dit gaat ten koste van andere leerlingen en werkte ongelijkheid in de hand, stelde de Onderwijsinspectie kort geleden vast. Nederland is op dit gebied inmiddels koploper en het aantal goede leerlingen dat onvoldoende uitgedaagd wordt neemt toe. Onderwijs is met dit beleid in de jaren afgedreven van haar kerntaak: “Hoe halen we het beste uit (jonge) mensen?”

De wereld verandert ingrijpend en het onderwijs moet mee

Scholen staan voor steeds grotere uitdagingen en hebben hierop niet altijd voldoende antwoord. Een voorbeeld is de grote diversiteit van de leerlingen en hun afnemende motivatie om hun studie te voltooien. Ook de groeiende behoefte voor meer regie over het leerproces en de vraag naar onderwijs op maat spelen een belangrijke rol. Ook de elkaar snel opvolgende technologische vernieuwingen missen hun uitwerking niet. We leven in een snel veranderende samenleving waarin we ieder talent nodig hebben. Nederland doet het goed, maar niet goed genoeg, zegt Andreas Schleicher, directeur van de OESO. De OESO stelt in het onlangs verschenen Skills Strategy rapport vast dat 35 tot 60 procent van alle banen in de komende jaren onder invloed van automatisering verdwijnt of verandert. Mensen zijn niet voorbereid op de nieuwe functies die technologie voortbrengt. Er dreigt een ‘vaardighedenkloof’. Het klassieke beeld dat we vanuit het onderwijs zo hoog mogelijk opleiden voor één beroep een leven lang is achterhaald. Steeds meer mensen zullen verschillende banen hebben gehad, voordat zij met pensioen gaan. Dit betekent dat de aanbieders van het onderwijs zich flexibeler moeten opstellen om de behoefte aan onderwijs vraaggestuurd in te invullen. Het onlangs gepresenteerde plan Hagoort heeft de discussie voor een kanteling in het hoger onderwijs op gang gebracht met stellingen als:
“We geven iemand een belbundel, waarom geen onderwijsbundel?” “De publieke taak van het onderwijs zou niet moeten ophouden bij je 23ste”

De toekomst is gisteren begonnen!

De geschetste ingrijpende veranderingen op de arbeidsmarkt en in de technologie vragen om een nieuwe visie op het onderwijs en de opleidingsbehoefte. De mens en het (blijven) leren moeten weer centraal komen te staan. In zijn boek Verandering van een Tijdperk noemt prof. Jan Rotmans zes uitgangspunten voor een succesvolle kanteling in het onderwijs 3.0. De leraar en leerling centraal, persoonsgerichte ontwikkelingsruimte voor de professional, balans tussen kennis en competenties, uitdagend, stimulerend en motiverend.

Op het eerste gezicht lijken deze uitgangspunten als vanzelfsprekend totdat duidelijk is welke transformatie hiermee gepaard gaat:
• Van zakelijk naar menselijk
• Van gestandaardiseerd naar persoonlijk
• Van verstard naar ruimte biedend
• Van rendement naar kwaliteiten
• Van diploma naar iedereen tot volle bloei
• Van bureaucratisch naar flexibel

Op deze manier kan er meer focus komen op het einddoel. Of dat nu ontwikkelingsgericht is op een volgende opleiding of toeleiding naar een baan/ondernemerschap passend bij het uitstroomniveau. Als dit het antwoord is op de vraag: Waartoe dient het onderwijs? Dan reken ik het goed.