Energiemonitor april – Wikken en wegen

door: Hans van Cleef

  • De olieprijzen zitten nog steeds gevangen tussen tegenstrijdige signalen
  • Marktspeculatie zorgt voor volatiliteit: prijsstijging wordt verwacht, maar overtuiging neemt wel af
  • De komende weken zal OPEC een besluit nemen ten aanzien van wel of geen verlenging productieverlagingsakkoord
120417-Energiemonitor-april-NL.pdf (254 KB)
Download

Marktspeculanten bouwen speculatieve long posities af

Hoewel de olieprijs op het eerste gezicht niet veel lijkt te bewegen, deed zich begin maart wel een korte stevige prijsdaling voor. De voornaamste reden was dat op dat moment er vanuit de markt niet meer gereageerd werd op pogingen door de OPEC om de prijs verder te ondersteunen. Dit zorgde, in combinatie met de hoge voorraden in de VS en de stijgende productie, voor toename van de onzekerheid onder beleggers die juist anticipeerden op deze prijsstijgingen (long posities). Door deze toegenomen onzekerheid sloten met name de hedgefondsen een groot deel van hun speculatieve long posities. Dit veroorzaakte de plotselinge prijsdaling.

Als we naar de huidige positioneringen van zowel hedgefondsen als speculatieve beleggers kijken, zien we dat er nog steeds een bovengemiddelde netto long positie over is (zie bovenstaande grafieken). Wel is er een duidelijke verandering waar te nemen. Waar hedgefondsen hun posities de afgelopen weken aanzienlijk hebben verlaagd, geloven de speculatieve beleggers nog steeds sterk in een prijsstijging. Hedgefondsen hebben het aantal long contracten sinds medio februari met bijna 92.000 verlaagd. In dezelfde periode nam het aantal short contracten (speculerend op prijsdalingen) juist toe met ruim 77.000. Er zijn dus hedgefondsen die niet langer zinspelen op prijsstijgingen, maar juist op prijsdalingen.

Speculatieve beleggers, vertegenwoordigd in de non-commercial posities, hebben ook hun aantal long contracten verlaagd en hun ‘shorts’ verhoogd, maar deze beweging is aanzienlijk minder sterk. De netto positie (long -/- short) geeft dus aan dat deze speculanten over het algemeen nog steeds uitgaan van een verdere prijsstijging in de loop van het jaar. Dit zorgt er overigens wel voor dat er mogelijk extra prijsdruk kan ontstaan op het moment dat deze visie niet uitkomt, en deze beleggers hun posities gaan aanpassen.

OPEC in tweestrijd tussen hogere olieprijs of herstel marktaandeel

Het productieverlagings-akkoord van enkele OPEC-leden, aangevuld met een productieverlaging door enkele niet-OPEC-landen, loopt eind juni af. Het volgende OPEC-overleg in Wenen is op 25 mei. Dan zal naar verwachting het officiële besluit worden genomen over verlenging van het akkoord. Maar in de loop van april en mei zullen OPEC-leden elkaar ook al treffen. Tijdens die informele bijeenkomsten zal de toekomst van het akkoord zeer waarschijnlijk ook aan de orde komen. Signalen zullen de markt bereiken waaruit mogelijk kan worden opgemaakt aan welke optie de OPEC zit te denken. Wij verwachten een verlenging van het productiebeperkings-akkoord. Zeker als niet-OPEC landen – zoals Rusland – aan boord blijven, en ook hun productie niet onbeperkt maar laten toenemen, stevent de markt af op evenwicht tussen vraag en aanbod. Dit zou een hogere olieprijs in de tweede helft van het jaar rechtvaardigen.

De grote vraag is dus wat de OPEC zal gaan doen. Aan de ene kant lijkt het logisch om aan te nemen dat de OPEC dit akkoord zal gaan verlengen om een sterke prijsdaling te voorkomen. Vooruitlopend op het akkoord is de olieprijs immers opgelopen in de loop van 2016 als gevolg van marktverwachtingen. Mocht de OPEC de maatregel eind juni gaan terugdraaien, dan zal de markt een nieuwe situatie van een langer aanhoudend overaanbod gaan inprijzen. Dan zal, met andere woorden, de olieprijs opnieuw sterk onder druk kunnen komen te staan.

Aan de andere kant is het risico toegenomen dat de OPEC het akkoord toch niet zal verlengen, ondanks het mogelijke negatieve gevolg voor de olieprijs. De olieprijs is de afgelopen weken minder opgelopen dan wellicht gehoopt. En de olieprijsstijging die we wel hebben gezien – vooruitlopend op het akkoord – heeft er direct voor gezorgd dat de olieproductie in de VS momenteel een stevig herstel doormaakt. De hogere productie in de VS – en de in het verlengde daarvan hoog blijvende voorraden ruwe olie – zorgen voor een verschuiving van het marktaandeel en creëren tevens een plafond voor de olieprijs.

Niveau  Amerikaanse voorraden houdt de gemoederen bezig

De wekelijkse voorraadcijfers uit de VS houden de gemoederen in de markt flink bezig. Het EIA laat zien dat de voorraad ruwe olie op recordhoogte staat. Om de markt te in balans te brengen zou niet alleen de olieproductie omlaag moeten, maar ook de voorraad. Maar met het huidige hoge voorraadniveau, in combinatie met de stijgende olieproductie, lijkt evenwicht steeds verder weg. Opvallend was de reactie na de wekelijkse American Petroleum Institute (API) cijfers van 4 april. Deze cijfers lieten een onverwacht sterke daling van de olievoorraden zien. Aangezien de markt nog steeds gepositioneerd is voor verdere prijsstijgingen was de reactie op de olieprijs sterk. Die steeg op dat moment een paar procentpunten.

Toch moeten we niet teveel waarde hechten aan één verrassend cijfer en meer de lange-termijntrend in de gaten houden. Deze trend geeft aan dat voorraden nog steeds bovengemiddeld groot zijn en dat er nog geen structurele verandering heeft plaatsgevonden.

Belangrijkste drijfveren voor olie in het tweede kwartaal

Al met al lijkt het opwaarts potentieel voor olieprijzen beperkt op korte termijn. Toch staat onze verwachting voor Brent én WTI vooralsnog op USD 60/bbl voor eind 2017, en er is (nog) geen reden om dat aan te passen. Gedurende de komende maanden verwachten wij dat de olieprijs gevangen zal blijven tussen opwaartse druk als gevolg van OPEC-productiebeperkingen en neerwaartse druk door hogere productie in de VS. De aandacht zal dus gevestigd blijven op het aanbod van olie en niet zozeer op de vraag. De vraagzijde laat een gestage matige groei zien als gevolg van aanhoudende economische groei.

De komende weken zal steeds duidelijker worden hoe de OPEC in de wedstrijd zit en of zij dus haar beleid zal doorzetten, of opnieuw gaan aanpassen ten behoeve van het terugwinnen van marktaandeel. Onzekerheid hierover kan zorgen voor grotere schommelingen van de olieprijs. Ook de OPEC is daarom gebaat bij een helder en duidelijk signaal naar de markt. De voornaamste uitdaging hierbij is het spreken met één mond door alle OPEC-leden en de aan het akkoord deelnemende niet-OPEC-landen, met name Rusland. De invloed van wekelijkse voorraadcijfers kan groot zijn, met name als deze data een daling van de voorraden (ruwe olie, en/of voorraad benzine) aangeven. Zolang de markt nog steeds een bovengemiddelde netto longpositie heeft, zullen prijsopdrijvende argumenten mogelijk een grotere invloed op de prijs hebben dan tegengestelde signalen.

Voor het einde van het tweede kwartaal verwachten wij een olieprijs (Brent én WTI) van USD 50/vat. Een herstel van de olieprijs valt nog steeds te verwachten in de tweede helft van het jaar. Dit is met name gebaseerd op een verzwakking van de dollar en (de verwachting van) het afnemen van het overaanbod aan olie (zowel qua productie als voorraden). Voor de langere termijn kan er steun worden verwacht als gevolg van het gebrek aan investeringen in de oliesector.

Het grootste risico voor het bovengenoemde basisscenario is een verandering van het beleid van de OPEC. Mocht de OPEC alsnog besluiten om in te zetten op het herwinnen van marktaandeel dan treedt het risico-scenario in werking waarbij een grote druk op de olieprijzen – vergelijkbaar met die van 2014/15 – niet ondenkbaar is.