China Focus – Groei piekt in eerste kwartaal

door: Arjen van Dijkhuizen

  • Groei trekt verder aan in eerste kwartaal en bereikt 6,9% j-o-j
  • Toch verwachten we gedurende 2017 hervatting geleidelijke groeivertraging
  • Invoer en uitvoer laten een sterk herstel zien
  • Risico van een grootschalige, schadelijke handelsoorlog is afgenomen
  • VS heeft China geen wisselkoersmanipulator genoemd
  • Deviezenreserves stijgen opnieuw, nu kapitaaluitstroom tot staan is gebracht

 

170418-China-Focus.pdf (401 KB)
Download

Reële BBP-groei neemt verder toe in eerste kwartaal …

China’s recente macrocijfers waren beter dan verwacht. De economische groei liet over het eerste kwartaal een verdere stijging zien en bereikte met 6,9% j-o-j het hoogste niveau in anderhalf jaar. Dit herstel werd mogelijk gemaakt door het aantrekken van de mondiale economie en de wereldhandel. Ook blijkt de vastgoedsector vooralsnog goed bestand tegen gerichte verkrappende maatregelen. De groeiversnelling was mede te danken aan de industrie en de bouw: de groei van deze sectoren versnelde naar 6,4% j-o-j (vorige kwartaal: 6,1%). Bloomberg’s alternatieve groeiraming voor de eerste drie maanden van 2017 bedroeg 7,1% j-o-j; de raming voor maart bereikte een vierjaars hoogtepunt van 7,6%. Al met al is de kans toegenomen dat de groei dit jaar sterker uitkomt dan onze voorspelling van 6,5%. Wel gaan we ervan uit dat de groei in het eerste kwartaal heeft gepiekt en in de loop van dit jaar weer geleidelijk gaat vertragen. Nu de groei duidelijk uitkomt boven de beleidsdoelstelling (deze bedraagt ‘ongeveer 6,5%’), kunnen de autoriteiten zich meer richten op het beheersen van langere-termijn risico’s. We verwachten dat ze doorgaan met hun voorzichtige, gerichte verkrapping van het beleid.

 

… en macro-economische data voor maart laten over het algemeen verbetering zien

De macro-economische data over de maand maart waren over het algemeen sterk. De groei van de industriële productie versnelde naar 7,6% j-o-j, het hoogste niveau sinds december 2014. De investeringsgroei steeg naar een tienmaands hoogtepunt van 9,2%    j-o-j in maart, waarbij de divergentie tussen de groei van de private en de staatsgeleide investeringen verder afnam. De groei van de detailhandelsverkopen liep op tot 10,9% j-o-j. De eerder deze maand gepubliceerde inkoopmanagersindices (PMI’s) laten een wat gemengder beeld zien. De ‘officiële’ PMI voor de verwerkende industrie van NBS bereikte een vijfjaars hoogtepunt van 51,8. De PMI voor de dienstensector van NBS steeg met bijna een vol punt tot 55,1, het hoogste niveau sinds mei 2014. Daarentegen viel Caixin’s PMI voor de verwerkende industrie terug naar 51,2 (februari: 51,7), terwijl die voor de dienstensector daalde naar 52,2 (februari: 52,6). De PMI’s van NBS leggen meer de nadruk op de grotere staatsbedrijven, terwijl die van Caixin juist sterker gericht zijn op het midden- en kleinbedrijf.

 

 

 

Invoer en uitvoer tonen sterk herstel in het eerste kwartaal

Het herstel van de Chinese invoer en uitvoer gaat hand in hand met het aantrekken van de groei van de wereldeconomie en de wereldhandel. De Chinese handelscijfers zijn erg volatiel, vooral in de periodes rond de Chinese nieuwjaarvieringen. Als we echter door seizoensgerelateerde en andere verstoringen heen kijken, zien we een duidelijke verbeterende trend. In het eerste kwartaal steeg de Chinese goedereninvoer in dollars met 24% j-o-j. Dat sterke groeicijfer weerspiegelt in hoge mate basiseffecten: in het eerste kwartaal van 2016 drukten lagere invoerprijzen (onder andere voor grondstoffen) fors op de waarde van de goedereninvoer. Daarnaast spelen ook de sterkere binnenlandse vraag en de versnelling van de wereldhandel een rol. Ondertussen blijft de invoer van grondstoffen – gemeten in volumetermen – overeind: deze liet in maart een duidelijk herstel zien van de met het Chinese nieuwjaar samenhangende terugval in februari. De invoergroei overtreft nog altijd de reële BBP-groei voor grondstoffen zoals ijzererts, kopererts en olie. Ondertussen steeg de Chinese goederenuitvoer in dollars in het eerste kwartaal met 8%. Dat kwam ten dele ook door basiseffecten (waaronder prijseffecten), maar heeft ook te maken met het aantrekken van de buitenlandse vraag en de verzwakking van de yuan. We verwachten dat de groei van de in- en uitvoer in de loop van het jaar zal afzwakken in vergelijking met de sterke groeicijfers van het eerste kwartaal.

Risico handelsoorlog afgenomen; VS noemt China geen wisselkoersmanipulator

We denken dat het risico van een grootschalige, schadelijke handelsoorlog tussen China en de VS is afgenomen, in elk geval op de korte termijn. Ten eerste heeft de VS China nog niet geclassificeerd als wisselkoersmanipulator. Vorige week gaf Trump publiekelijk te kennen dat hij China niet langer als zodanig kwalificeert (tijdens zijn verkiezingscampagne beloofde hij dat op zijn eerste dag in functie te zullen doen). Zijn ommezwaai heeft ook een geopolitieke achtergrond: Trump heeft China nodig om de druk op Noord-Korea op te voeren (hij Twitterde openlijk hierover vorige week). Ook in het halfjaarlijkse rapport van de Treasury, dat op Goede Vrijdag verscheen, werd China niet als wisselkoersmanipulator ingedeeld. Volgens de methodologie van de Treasury ‘voldoet’ China maar aan één van de drie criteria daarvoor. Het heeft wel een omvangrijk bilateraal handelsoverschot met de VS. Maar China heeft geen lopende-rekeningoverschot groter dan 3% van het BBP en intervenieert ook niet eenzijdig om de munt te verzwakken. Toch blijft China – samen met Japan, Zuid-Korea, Taiwan, Duitsland en Zwitserland – op de watchlist van de Treasury staan. De VS zal het wisselkoersbeleid van China dan ook kritisch blijven volgen.

 

 

 

Ontmoeting Trump-Xi Jinping leidt tot 100-dagen plan voor buitenlandse handel

Eerder al vond op 6-7 april een ontmoeting plaats tussen Trump en de Chinese president Xi Jinping in Palm Beach, Florida. Deze ontmoeting resulteerde niet in een gezamenlijke persbericht, noch in een gezamenlijke persconferentie. Toch is de algehele indruk dat de ontmoeting bijdroeg aan het verbeteren van de relaties tussen de beide wereldleiders. Verder kwamen de VS en China een 100-dagen plan voor de buitenlandse handel overeen. Dit plan moet eraan bijdragen het bilaterale handelstekort van de VS met China (bijna USD 350 miljard in 2016) te verkleinen. Naar verluidt zal China bepaalde restricties op de invoer van Amerikaans vlees en energie versoepelen, evenals regels voor Amerikaanse investeringen in de Chinese financiële sector. Ook deze plannen helpen mee aan het verkleinen van de kans op een schadelijke handelsoorlog.

 

Deviezenreserves stijgen voor tweede maand op rij, nu kapitaaluitstroom is geluwd

In maart stegen de Chinese deviezenreserves voor de tweede maand op rij, met USD 4 miljard tot USD 3009 miljard (na een stijging met USD 7 miljard in februari). Hoewel waarderingseffecten als gevolg van wisselkoersmutaties nog steeds een belangrijke rol spelen, is de belangrijkste boodschap dat de deviezenreserves niet langer dalen. Dat wijst erop dat de aanscherping van kapitaalrestricties door de centrale bank en de verhoging van enkele beleidsrentes effectieve middelen waren om de kapitaaluitstroom te beperken. Hetzelfde geldt voor het beleid gericht op de stabilisatie van de bilaterale koers van de yuan ten opzichte van de dollar (de yuan is in 2017 met circa 6% geapprecieerd ten opzichte van de dollar). Volgens Bloomberg had China in februari zelfs te maken met een kapitaalinstroom van bijna USD 24 miljard, voor het eerst sinds januari 2015. Vooruitkijkend kunnen we hernieuwde periodes van kapitaaluitstroom niet uitsluiten, bijvoorbeeld samenhangend met renteverhogingen door de Fed. We blijven er echter vanuit gaan dat de autoriteiten de regie blijven behouden en een scherpe depreciatie van de yuan ten opzichte van de dollar weten te voorkomen. Genomen maatregelen ter ondersteuning van de kapitaalinstroom (bijvoorbeeld het openstellen van valutaderivaten-markten en de interbancaire obligatiemarkt voor buitenlandse beleggers) helpen ook om de netto-kapitaaluitstroom in toom te houden.

 

Producentenprijsinflatie daalt maar blijft hoog; voedselprijzen houden CPI laag

De producentenprijsinflatie (PPI) is in het afgelopen half jaar sterk tegenomen, gedreven door een herstel van de grondstofprijzen, de reductie van overcapaciteit, de zwakkere yuan en het aantrekken van de binnenlandse vraag. Toch daalde de PPI in maart iets, naar 7,6% j-o-j (februari: 7,8%). Nu sterke basiseffecten langzaam uitwerken, verwachten we dat de PPI heeft gepiekt en in de loop van 2017 geleidelijk zal afzwakken. De consumentenprijsinflatie (CPI) bleef in maart laag (0,9% j-o-j) en blijft onder druk staan door een daling van de voedselprijzen (-4,4% j-o-j). Gecorrigeerd voor voedsel steeg de CPI naar 2,3% j-o-j in maart. We verwachten dat de hoge PPI in de loop van dit jaar enigszins zal doorwerken in de CPI. Toch denken we dat de invloed van de voedselprijzen zich nog enige tijd laat gelden, mede vanwege basiseffecten. We hebben onze inflatieraming voor 2017 dan ook neerwaarts aangepast, van 2,5% naar 2%. Ondertussen is de kerninflatie licht opgelopen naar 2% j-o-j (februari: 1,8%), maar deze blijft ook op een redelijk laag niveau.

 

 

 

Centrale bank gaat naar verwachting door met voorzichtige, gerichte verkrapping

Hoewel de inflatie nog altijd duidelijk boven de doelstelling van 3% blijft, is de centrale bank (PBoC) doorgegaan met haar beleid van gerichte, voorzichtige verkrapping. Zo heeft de centrale bank de beleidsrentes op haar openmarkt- en leenfaciliteiten eerder dit jaar verhoogd. Deze verkrapping is vooral ingegeven door zorgen over overmatige schuld-opbouw en mogelijke zeepbellen. Inflatie- en wisselkoersoverwegingen en externe factoren (zoals de renteverhogingen door de Fed) spelen echter ook een rol. De PBoC wil marktpartijen met een sterke hefboom aanpakken en schaduwbankieren beperken, maar streeft ook naar het terugbrengen van de kredietgroei. Er zijn tekenen dat dat enigszins begint te lukken. Toch wil de PBoC de handrem niet agressief aantrekken. Dat blijkt ook wel uit het feit dat ze doorgaat met het verschaffen van additionele liquiditeiten aan het bankwezen als de omstandigheden daartoe aanleiding geven. Al met al verwachten we dat de centrale bank doorgaat met haar voorzichtige, gerichte beleid van verkrapping, maar het belangrijkste beleidstarief (one-year lending rate) vooralsnog ongewijzigd laat.

Ter afsluiting

De economische groei is in het eerste kwartaal duidelijk uitgekomen boven de jaar-doelstelling van ‘ongeveer 6,5%’. Dit betekent dat Beijing meer ruimte heeft om aandacht te besteden aan de langere-termijn risico’s voor de financiële stabiliteit en door kan gaan met anticyclisch verkrappend beleid. In dit politiek belangrijke jaar verwachten we echter niet dat Beijing agressief gaat verkrappen en een sterke groeivertraging zal tolereren. Al met al denken we dat de groei in het eerste kwartaal heeft gepiekt en in de loop van het jaar weer een geleidelijke vertraging zal laten zien. De kans is echter wel toegenomen dat de groei dit jaar hoger uitkomt dan onze raming van 6,5%. De hoge en toenemende schuld van China blijft een lange-termijn risico vormen voor de Chinese groei. Dat geldt  ook voor risico’s samenhangend met het langdurige transitieproces. Ook externe risico’s blijven relevant, al is de kans op een schadelijke handelsoorlog met de VS dus afgenomen.