FX Weekly – Nieuwe ramingen G10-valuta’s

door: Georgette Boele

  • Ondanks gewijzigde visie op dollar en hogere ramingen EUR/USD …
  • … verwachten we dat USD/JPY de komende maanden oploopt
  • Het Britse pond stabiliseert tegenover de dollar …
  • … maar verliest terrein op de euro vanaf het vierde kwartaal 2017
  • Nieuwe ramingen voor CHF weerspiegelen onze dollarvisie …
  • … en veerkracht van CHF tegenover de euro op de korte termijn
  • Ramingen voor Scandinavische valuta’s zijn niet gewijzigd
  • Risico voor dollarblok blijft op korte termijn negatief, ondanks gewijzigde visie op USD
170301-Major-FX-NL.pdf (608 KB)
Download

Inleiding

Vorige week hebben we onze visie op de Amerikaanse dollar en onze ramingen voor de dollar tegenover de euro aangepast. Hoewel we vlagen van rugwind niet uitsluiten, achten we een hernieuwde krachtige rally van de dollar niet waarschijnlijk. Aan de opmars van de dollar is volgens ons feitelijk een einde gekomen, gegeven de afnemende steun van het reëel rendement en de onzekere politieke situatie aan beide zijden van de Atlantische Oceaan (niet alleen in Europa). Het meeste positieve nieuws – de verwachte economische groei in de VS en de naderende renteverhogingen door de Amerikaanse centrale bank (Federal Reserve) – is inmiddels verwerkt in de koers van de dollar. Onze nieuwe raming voor de EUR/USD voor K2 en K3 is 1,05 (was 0,95). In het vierde kwartaal begint de markt in te prijzen dat de ECB haar monetaire verruiming vermindert. Vanaf dat moment zal de EUR/USD volgens ons oplopen richting 1,10. Dit is ook onze nieuwe eindejaarsvoorspelling (was 1,00). Voor 2018 verwachten wij dat de dollar over de hele linie zal verzwakken. Tegen die tijd zijn de positieve effecten voor de Amerikaanse economie en de renteverhogingen door de Fed volledig verwerkt en gaan centrale banken in andere landen hun verruimende beleid waarschijnlijk beëindigen en een restrictievere monetaire koers varen. Onze nieuwe eindejaarsprognose voor 2018 voor de EUR/USD is 1,20 (was 1,10). Meer hierover kunt u lezen in onze FX Weekly – De dollarrally is voorbij  . Als gevolg hiervan hebben wij ook onze ramingen voor andere belangrijke valuta’s aangepast. Hieronder lichten we deze wijzigingen nader toe.

Japanse yen daalt op de korte termijn tegenover dollar

We hebben onze ramingen voor de dollar ten opzichte van de euro dus naar beneden bijgesteld, maar op de Japanse yen (JPY) kan de dollar in de komende maanden eerst nog terrein winnen. De USD/JPY beweegt zich parallel met de 10-jaars reële spread (op basis van inflatieverwachtingen). Deze spread wordt naar verwachting in de komende maanden groter in het voordeel van de dollar als gevolg van de lichte stijging van het rendement op Amerikaanse 10-jaars staatsobligaties (Treasuries) en een iets hogere inflatie in Japan. Waarschijnlijk loopt de USD/JPY op tot boven 115. Veel hoger dan 117 zal de koers echter niet stijgen en bovendien zal de terreinwinst van de dollar vermoedelijk van korte duur zijn. Op wat langere termijn verwachten we de USD/JPY daalt in lijn met de zwakte van de dollar en de verwachtingen omtrent de vermindering van de monetaire verruiming door de Japanse centrale bank (BoJ).

Britse pond stabiliseert tegenover dollar

We verwachten niet langer dat het Britse pond (GBP) nog verder afglijdt tegenover de dollar. De GBP/USD blijft waarschijnlijk hangen rond 1,25. Dit weerspiegelt deels onze gewijzigde visie op de dollar. Bovendien zijn naar onze mening de verwachtingen omtrent een harde Brexit al grotendeels in de koers verwerkt. Tussen november 2015 en juli 2016 was er sprake van een sterke negatieve correlatie tussen het pond en zijn country default swap (CDS). Als de CDS steeg, daalde het pond ten opzichte van de euro (zie linkergrafiek hieronder). Ondanks het Brexit-besluit is de CDS-spread gestabiliseerd, net als de verkoopgolf van het Britse pond. Daarbij komt dat het pond is ondergewaardeerd op dit moment, vooral tegenover de dollar. Op basis van koopkrachtpariteit komt de reële waarde van de GBP/USD uit op 1,45 en van de EUR/GBP op 0,83.

Wij denken echter dat het pond op wat langere termijn in waarde zal dalen ten opzichte van de euro. Onze nieuwe voorspelling is 0,88 voor eind 2017 en 0,89 voor eind 2018. De politieke onzekerheid in de eurozone heeft de koers van de euro tegenover het pond gedrukt.   Als deze politieke onzekerheid afneemt, zal dit de euro vermoedelijk een steun in de rug geven. Bovendien prijzen de financiële markten nu één renteverhoging door de Britse centrale bank (BoE) gedurende onze prognoseperiode in. Wij verwachten niet dat de BoE de rente dit jaar of volgend jaar verhoogt. Als wij het bij het rechte eind hebben, dan komt het pond onder druk, zeker als vanaf het vierde kwartaal van 2017 de verwachting toeneemt dat de ECB haar monetaire verruiming gaat terugschroeven.

SNB remt Zwitserse frank af

Wij hebben onze ramingen voor de Zwitserse frank (CHF) iets aangepast, hoofdzakelijk als uitvloeisel van onze gewijzigde visie op de dollar. Daarnaast denken we nu dat de EUR/CHF zich de komende kwartalen rond 1,07 blijft bewegen. De Zwitserse frank profiteert vermoedelijk van de politieke onzekerheid in de eurozone. We verwachten dat de Zwitserse centrale bank (SNB) een sterkere frank probeert te vermijden vanwege de lage totale inflatie en zelfs negatieve kerninflatie en de sterke afhankelijkheid van de Zwitserse BBP-groei van de netto export. De valutareserves van de SNB zullen dan ook vermoedelijk verder toenemen. Wij denken dat de SNB blijft interveniëren op de valutamarkt zolang de consumentenprijsindex (CPI) niet duidelijk stijgt en de netto export de grootste bijdrage aan de groei van de Zwitserse economie levert. Zodra de politieke onzekerheid in de eurozone afneemt en de euro vanaf het vierde kwartaal van 2017 steun in de rug krijgt van de verwachting dat de ECB haar monetaire verruiming gaat terugschroeven, zal de euro ook ten opzichte van de Zwitserse frank terrein winnen. We verwachten dat de SNB achterblijft bij de ECB, tenzij de inflatie in Zwitserland sterk versnelt, maar dit laatste lijkt ons niet waarschijnlijk.

In de koers van de Noorse kroon zit weinig rek naar boven

Onze ramingen voor de Noorse kroon (NOK), de Zweedse kroon (SEK) en de Deense kroon (DKK) ten opzichte van de euro hebben we niet gewijzigd. In de afgelopen maanden is de inflatie in Noorwegen drastisch afgenomen. Het rendement op 10-jaars Noorse staatsobligaties is gestegen. Hierdoor is het Noorse 10-jaars reëel rendement sterker gestegen dan het Duitse 10-jaars reëel rendement. Dit bood krachtige steun aan de Noorse kroon tegenover de euro.

Voor de Noorse kroon is ook de stijging van de olieprijzen een factor van betekenis geweest. De hogere olieprijzen hebben, via de positieve bijdrage van de investeringen in vaste activa aan het BBP, de economische groei een impuls gegeven. De Noorse economie is duidelijk aangetrokken en het draagvlak heeft zich ook verbreed. Naar onze mening heeft de Noorse centrale bank ruimte om de rente dit jaar twee keer met 25 bp te verhogen. Een belangrijke voorwaarde hiervoor is dat de inflatiedruk weer toeneemt. Onze visie ten aanzien van de renteverhogingen is nog niet volledig ingeprijsd door de financiële markten, zodat vanuit deze hoek steun voor de Noorse kroon mag worden verwacht. Op de korte termijn verwachten we echter dat lagere olieprijzen kunnen leiden tot winstneming op de kroon. In de koers van de kroon zit op de korte termijn dan ook weinig rek naar boven, maar in de tweede helft van het jaar zal de munt volgens ons weer aan kracht winnen.

Zweedse kroon: geduld is een schone zaak

In Zweden is de binnenlandse economie sterk gegroeid ondanks de negatieve bijdrage van de netto export, maar is de inflatiedruk afgenomen. De Zweedse centrale bank (Riksbank) heeft laten weten dat zij in 2017 een verruimende beleidskoers blijft varen, en heeft gedreigd in te grijpen op de valutamarkten als een sterke Zweedse kroon zich vertaalt in een lagere inflatie. Naar onze mening is het huidige monetaire beleid te verruimend voor de Zweedse economie, en dan vooral voor de oververhitte woningmarkt. Wij verwachten dat de Riksbank haar communicatiebeleid in de tweede helft van 2017 wijzigt en dat dit resulteert in een aanzienlijk sterkere Zweedse kroon. Voor 2018 voorzien we dat de rente in totaal met 50 bp wordt verhoogd. Al met al hebben we onze ramingen voor de Scandinavische valuta’s tegenover de euro niet aangepast.

Risico voor dollarblok blijft op korte termijn negatief, ondanks gewijzigde visie op USD

Wij hebben onze ramingen voor het dollarblok aangepast. Hierdoor zijn deze nu minder negatief, maar dat wil niet zeggen dat wij nu positief zijn over het dollarblok. Integendeel, op de korte termijn zien we negatieve risico’s, al worden deze getemperd door onze gewijzigd visie op de Amerikaanse dollar (USD). Om te beginnen voorzien onze analisten van metalen een scherpe daling van de ijzerertsprijzen in de komende kwartalen. De koers van de Australische dollar (AUD) zal dan ook vermoedelijk naar beneden gaan, want de AUD en de ijzerertsprijzen laten doorgaans een parallelle beweging zien.

Daarnaast verwachten wij dat de olieprijzen in de komende kwartalen dalen. Dit is ongunstig voor de Canadese dollar (CAD). De futuresmarkt laat zien dat de netto speculatieve longposities in de AUD en de CAD omvangrijk zijn. Als de ijzererts- en olieprijzen gaan dalen, kunnen deze valuta’s hard onderuit gaan doordat beleggers hun posities gaan afwikkelen. Wij denken dat deze valuta’s tegen het einde van dit jaar weer opveren en volgend jaar de opgaande lijn doortrekken, gesteund door de verwachting dat de monetaire teugels in deze landen worden aangehaald, terwijl de renteverhogingen door de Federal Reserve dan al tot uitdrukking komen in de koers van de USD. Bovendien zijn we ook positiever over de grondstoffenprijzen in 2018.