Decentrale overheden presenteren duurzame investeringsagenda

door: Eric Zwaart

 

Om de overgang naar een energieneutraal en klimaatbestending en circulair Nederland te versnellen, slaan gemeenten, provincies en waterschappen de handen ineen. In een onlangs gepresenteerde gezamenlijke investeringsagenda ‘Naar een duurzaam Nederland’ geven zij aan hoe zij, elk vanuit hun eigen rol, de regie willen nemen in deze ingrijpende en tegelijkertijd kansrijke opgave. Deze agenda is bovendien een uitnodiging aan het Rijk, bedrijven en andere maatschappelijke partners om de gezamenlijke inzet te versterken. In dit blog een samenvatting van de doelen, aanpak en visie van ABN AMRO en haar ambities op dit gebied.

Concrete doelstellingen

  1. Wat direct opvalt, is de concreetheid van de inzet door decentrale overheden in het voorstel. Daarnaast is er het commitment gericht op het bereiken van de volgende resultaten: Realiseren van energiebesparende en alternatieve warmtevoorziening in de gebouwde omgeving. Elke gemeente heeft in 2020 een planning voor aardgasvrije wijken. Het eigen maatschappelijk vastgoed is in 2040 energieneutraal.
  2. Opwekken en inpassen van duurzame energie. Kansrijke gebieden voor de inpassing van grootschalige opwekking worden in beeld gebracht. Provincies ontwikkelen energielandschappen waarmede de potentie voor hernieuwbare energie worden benut. Waterschappen hebben de ambitie om in 2025 versneld energieneutraal te zijn
  3. Realiseren van CO2-arme mobiliteit, industrie en landbouw. Decentrale overheden fungeren als launching customer voor innovaties in openbaar vervoer en de weginfrastructuur.
  4. Klimaatbestendig inrichten en beheren. Decentrale overheden investeren op korte termijn om te zorgen dat Nederland zich tijdig aanpast aan de (versnelde) klimaatverandering, zodat potentiële schade (wateroverlast, watertekort, verzilting, bodemdaling en hittestress) kan worden voorkomen. Daarnaast is het stimuleren van klimaatadaptatie door burgers en bedrijven een speerpunt.
  5. Afremmen van en aanpassen aan bodemdaling. Wateroverlast wordt versterkt door bodemdaling. Dit vraagt om ruimtelijk beleid waar kansen voor koppeling met andere functies, zoals aangepaste bebouwing en natuur, worden benut. Hiervoor wordt een kennisagenda opgesteld.
  6. Decentrale overheden nemen het initiatief om regionale strategieën en uitvoeringsprogramma’s te ontwikkelen voor de realisatie van een circulaire economie. Circulair bouwen heeft daarbij een prioriteit. In 2020 kopen decentrale overheden duurzaam in. De volgende stap is circulaire inkoop. Provincies stimuleren innovatie en het arbeidspotentieel met (revolverende) fondsen. Gemeenten en waterschappen zetten in 2050 het nog resterende afval en afvalwater waar mogelijk om in waardevolle grondstoffen.

Werk maken van nieuwe kansen

Het initiatief is bijzonder en opvallend. Meestal is het de centrale overheid die bedenkt hoe zij decentrale overheden wil betrekken bij de noodzakelijke uitvoering van een taak of regeling. Nu is het omgekeerd. Het zijn vooral de gevoelde urgentie om direct aan de slag te gaan en de kansen die decentrale overheden voor zichzelf zien waarom dit voorstel is gepresenteerd. Woorden moeten vooral daden worden. Het is tijd de mouwen op te stropen en werk te maken van de kansen die er liggen. Een belangrijk uitgangspunt in het voorstel vormt het schaalniveau dat nodig is voor een effectieve aanpak. De meeste maatregelen die nodig zijn, worden voor een groot deel op regionaal of lokaal niveau gerealiseerd. Op dat niveau moeten de opgaven en innovaties ook slim fysiek-ruimtelijk ingepast en verbonden worden met andere opgaven, zoals vestigingsklimaat, stedelijke vernieuwing, landschap en mobiliteit. Gemeenten, provincies en waterschappen zijn in staat deze verbindingen te leggen en uitvoeringskracht en kennisontwikkeling te organiseren. Zodat ‘werk met werk’ gemaakt kan worden. In diverse regio’s wordt met zogenoemde proeftuinen al geëxperimenteerd met interbestuurlijke samenwerking.

Een investeringsstrategie gericht op versnelling en co-creatie

De gezamenlijke inhoudelijk aanpak bestaat op hoofdlijnen slechts uit twee focuspunten en enkele ruimte biedende randvoorwaarden.

  1. Toekomstbestendig inzetten van reguliere investeringsuitgaven en inkoop Decentrale overheden besteden jaarlijks 28 miljard aan investeringen, inkoop, onderhoud en aanbestedingen hoofdzakelijk in het fysieke domein. Vanaf 2018 wordt waar mogelijk gekozen voor energieneutrale, klimaatbestendige en circulaire oplossingen en toepassingen. Ook het aanbrengen van synergie en gerichtheid van investeringen gaat bijdragen aan de gestelde resultaatsdoelen.
  2. Versnellen, intensiveren en investeren Uitvoeringskracht en financiële arrangementen vormen de inzet voor de versnelling in de energietransitie. Focus komt te liggen op gebiedsgerichte voorfinanciering bij transitie naar emissieloos mobiliteitssysteem en onrendabele toppen bij herstructureringsopgaven. Het Rijk wordt gevraagd een transitiefonds voor cofinanciering ter beschikking te stellen. Het intensiveren heeft verband met de klimaatadaptatie. Investeren zal nodig zijn in kennis, innovatie en opschaling van de circulaire economie. Voor het bouwen van grondstoffenfabrieken wordt het Rijk om een eenmalige sinvesterings impulsgevraagd.
  3. Randvoorwaarden Om de benodigde (extra) investeringen te kunnen doen en om ‘werk met werk’ mogelijk te maken, worden in het voorstel randvoorwaarden genoemd. Deze gaan vooral over de financiële ruimte voor eigen investeringen (EMU-tekortruimte), het wegnemen van (fiscale) belemmeringen en meer flexibiteit in fiscale prikkels(zoals OZB naar energielabel)

Ingrijpende veranderingen

De overgang naar een energieneutrale en klimaatbestendig Nederland met een circulaire economie brengt ingrijpende veranderingen met zich mee. Dit vraagt om een grote inspanning van burgers, organisaties, bedrijven en overheid. Ook ABN AMRO wil de overgang naar een duurzamere maatschappij versnellen. Zij draagt hieraan een steentje bij door haar kantoren klaar te stomen voor de toekomst. Zoals de start van de bouw van een compleet circulair paviljoen: niet alleen bouwt ABN AMRO deze ontmoetingsplaats volledig op basis van circulaire principes, het Paviljoen wordt straks hét trefpunt voor circulaire ‘movers en shakers’. Mensen met verschillende opleidingsniveaus en uiteenlopende achtergronden gaan er in gesprek over een duurzamere invulling van de economie. Publiek en privaat gaan elkaar hier ontmoeten. We zien de circulaire, groene, gezonde en innovatieve omgeving als een perfecte testcase, waarin we circulaire productieketens en duurzame financieringsmogelijkheden uitproberen. Als alles volgens plan verloopt, opent het Paviljoen deze zomer zijn deuren.

Circulaire economie als hét thema van de toekomst

ABN AMRO beschouwt de circulaire economie als een leidend thema voor de toekomst van de Nederland. Door circulair te ondernemen, gaat geen grondstof verloren. Daarmee wordt alle waarde uit bestaande materialen gehaald en wordt het milieu ontzien. Daarvoor zijn wel grote investeringen nodig. Bijvoorbeeld om innovatieve technologie voor hergebruik van grondstoffen te ontwikkelen. Ook gelden andere businessmodellen en dat vraagt een andere visie op financieren. ABN AMRO kan door haar specialistische kennis onder andere helpen bij innovatieve financiering. Wij pakken de handschoen graag op om samen te werken met deze ambitieuze partijen en op die manier met elkaar tot nieuwe oplossingen te komen die mogelijk niet alleen voor deze gemeenten en provincies interessant zijn, maar ook voor bedrijven en consumenten.

Public Sector Clients houdt zich bezig met de financiering van de publieke sector (overheid, onderwijsinstellingen, ziekenhuizen en zorginstellingen). Met de duurzaamheidsstrategie van ABN AMRO als uitgangspunt heeft de afdeling uitgewerkt hoe zij haar klanten kan adviseren over verduurzaming.