Economische groei stelt eisen: niet ‘meer’ meters, maar ‘andere’ meters

door: Bart Banning

afbeelding transport en logistiekVreemde titel denkt u wellicht. Internationaal laten vele economische barometers verbetering zien. Nederland doet het erg goed en bevindt zich in de kopgroep van Europa. Het zou zo maar eens kunnen zijn dat de Nederlandse groei ons positief gaat verrassen. En de sector Transport en Logistiek profiteert volop mee. Dit leidt toch tot stijgende goederenvolumes? Zeker, maar de vraag is: kunnen we het ons nog permitteren enkel te denken in ‘meer’ meters. Of krijgt het denken in ‘andere’ meters voorrang. Een snelgroeiende economie toont namelijk ook de kwetsbaarheden binnen onze sector. Het prangende chauffeurstekort wordt gevoeld, evenals de sterk toegenomen congestie. Vooruitzichten op beide thema’s zijn weinig hoopvol. Beiden krijgen nog eens extra betekenis in het licht van de ambitieuze doelstelling aangaande de Co2-reductie in 2050. De klok tikt. Ik ben positief; we hebben momentum om definitief te veranderen. Ik neem u mee in mijn visie.

Chauffeurstekort wordt nijpend

Deze tendens heeft zich in 2016 zichtbaar versneld; ook de transportsector heeft mensen nodig. Ondanks een werkloosheid van 5,6% blijkt het erg lastig op korte termijn te kunnen voorzien in de bestaande behoefte. Ik noem in dit kader eveneens een tweede trend. Naast de stijgende vraag vanuit een aantrekkende economie blijkt uit onderzoek dat er tegelijkertijd sprake is van een versnelde vergrijzing binnen de sector. Het aandeel 50+ stijgt van 26% in 2010 naar 45% in 2020! In 2017 is zelfs 12% van de chauffeurs 61 of ouder. Vergrijzing heeft impact op de productiviteit (lager) en ziekteverzuim (hoger). Beide zijn factoren die specifiek in de logistieke sector direct in relatie staan met performance en rendement. Ik kan in mijn functie binnen ABN AMRO een paar dagen ziek zijn zonder grote gevolgen, maar bij een ziekmelding van een ingeplande chauffeur ligt dat anders. In de praktijk betekent het dat er een acuut probleem ontstaat dat voor de klant wordt opgelost. Dit kost tijd, capaciteit en dus geld.

Vervoersstromen nemen toe: de zwakste schakel bepaalt de kracht van de keten

Economische groei betekent toenemende vervoersvolumes en behoefte aan transportcapaciteit. Een groot gedeelte (30%) van de logistieke sector is gerelateerd aan de bouwsector, één van de snelst groeiende sectoren, ook in 2017. Tel hierbij op de forse groeiverwachting van enkel al de verzending en distributie van e-commerce pakketten dan wordt de kwetsbaarheid helder. Een gezamenlijk probleem, want ik ben ervan overtuigd dat ook verladers zich al enige tijd zorgen maken over de ‘zekerheid’ van de uitvoering van hun logistieke keten. De ‘waarde’ van logistiek, want de zwakste schakel zou de continuïteit van de keten weleens kunnen belemmeren. Echt, we moeten dus slimmer leren omgaan met bestaande capaciteit.

Factor6 doet er nog eens een schep bovenop

De economische groei heeft ook gevolgen voor de haalbaarheid van de Co2 reductie? In mijn optiek mag er geen tijd verloren worden. De ambitie voor de reductie in 2050 is immers groot; voor elke kilo vracht die vervoerd wordt moet een factor 6 efficiënter worden gewerkt. Sta hier eens bij stil wat dat in de praktijk betekent. Zo’n opgave is niet te realiseren met alleen technologische innovatie. Succesvolle vooruitgang vraagt om sociale en economische vernieuwing. Het momentum is hier en nu: “samenwerking 2.0” dus.

Technologie biedt nieuwe kansen, maar gaat nu nog niet snel genoeg                                                            

Ik twijfel er niet aan: platooning en autonoom rijden gaan er zeker komen. De Nederlandse overheid en het bedrijfsleven nemen in 2017 nieuwe initiatieven om deze technologie serieus naar een volgende fase te brengen. Echter, op dit moment bieden beide innovaties geen serieuze oplossing voor de geschetste, acute problemen. Het moet dus toch anders.

Toenemende druk geeft ruimte voor nieuwe wegen.

Het klink misschien vreemd. Oplopend personeelstekort, congestie en een grote ambitie op gebied van Co2 reductie lijken realistisch gezien haaks te staan op het grijpen van de kansen die de economische groei ons biedt.     Allereerst zijn een aantal bestaande initiatieven succesvol. Ik noem het Sectorplan Transport en Logistiek dat zich primair richt op zij-instromers. Maar ook lokale initiatieven zoals “De Limburgse pool Transport en Logistiek”. Meer recentelijk noem ik SMiLe, een vernieuwend concept dat mij persoonlijk zeer aanspreekt. Het is een oplossing voor het oplopende personeelstekort door een betere beladingsgraad. Ook levert het een verlaging van de Co2 uitstoot tegen lagere overall kosten. De rode draad die hier doorheen loopt is data. De maatschappij digitaliseert in hoog tempo; dat geldt ook voor de verladers en hun logistieke partners. Ik denk dat 2017 een bijzonder positief jaar kan gaan worden. Een jaar waarin (strategische) partnerships meer ruimte gaan claimen.

U staat op het kruispunt en heeft eigenlijk maar één keuze

De economische groei geeft u wind in de rug en dat voelt goed. 2017 kan het jaar zijn waarin alle belanghebbenden in de logistieke keten geforceerd worden om rigoureuze stappen te zetten in de richting van echt vernieuwende en vergaande horizontale en verticale integratie. Dat bedoel ik met “het kruispunt”. Het woord ‘geforceerd’ klinkt vreemd, misschien spreekt “intrinsiek gemotiveerd” u meer aan. Wat ik bedoel is dat we moeten denken in volwaardige ketens waarin bestaande capaciteit veel beter en slimmer benut wordt. In de bouwlogistiek zien we uit recente voorbeelden dat het echt kan! Het chauffeurstekort en de congestie in de binnenstad worden meer draaglijk. En ook levert de bouwketen haar aandeel in de Co2 reductie. Nog maar niet te spreken van het overall beter rendement. Alleen maar winnaars dus!

Samenwerking 2.0 noem ik dat: “the new sharing logistic economy”. Het eco-systeem waarin ieders expertise samenkomt heeft enorme potentie op gebied van rendement en een duurzame toekomst.

Mijn visie: we staan met elkaar op een kruispunt dat eigenlijk maar één afslag kent. Alle ketenpartners zien dat het anders moet en anders kan. Vooruit denken dus!