Ondernemers hebben groeiend vertrouwen in export

door: Casper Burgering

De Nederlandse economie leunt voor een groot deel op de export. De groei van de export is voor Nederland belangrijk voor de groei van de totale economie. En we exporteren veel, heel veel. Er zijn maar zes landen in de wereld die méér goederen exporteren dan Nederland. Steeds meer bedrijven ontdekken het belang van export en zien de handel met het buitenland in hun bedrijfsmodel een groter aandeel krijgen. Het vertrouwen groeit en dat is een goede ontwikkeling. In dit artikel zetten wij enkele feiten op een rij en werpen wij een blik op het verleden, heden en toekomst van de export voor Nederland en haar ondernemers.

Focus op export-december 2016.pdf (173 KB)
Download

Nederland als expert in export

Het blijft indrukwekkend voor zo’n relatief klein land: “Nederland is de zevende exporteur ter wereld”. We zijn een handelsnatie bij uitstek en onze intensieve interactie met het buitenland geeft het open karakter van onze economie vorm. Maar vanuit een ander gezichtspunt kan de export zomaar een veel mindere betekenis krijgen. Want als we de export relateren aan de grootte van de economie, dan komen we niet terug in de mondiale top vijftien van exporterende landen. Bovendien is niet alles goud wat er blinkt in de totale goederenuitvoer. Circa de helft van alle goederen die we jaarlijks exporten, komt boekhoudkundig terecht in de categorie ‘wederuitvoer’ (wat niet meer is dan een doorgeefluikfunctie) en die voegt per saldo weinig toe aan onze economie. Maar mede dankzij de sterke groei van de export door de jaren heen (inclusief de wederuitvoer) kon de groothandel in Nederland groeien en dankt daar nu zijn onmisbare positie in de Nederlandse economie aan. Bovendien heeft onze logistieke sector een impuls gekregen. Deze tak van sport heeft niet alleen grote hoeveelheden goederen verwerkt, maar kon daardoor ook een kwaliteitsslag maken. En daar wordt nu dankbaar gebruik van gemaakt.

Onze infrastructuur behoort tot de beste in de wereld en heeft de ontwikkeling van Nederland als handelsnatie een steun in de rug gegeven. De Rotterdamse haven en Schiphol zijn allebei (nog steeds) een belangrijke schakel in de internationale handels-stromen, mede dankzij een gunstige geografische positie ten opzichte van het Europese achterland.

En nog steeds voert de handel met Europa de boven-toon: circa 70 procent van de totale export (zowel goederen als diensten) gaat naar dit werelddeel. Maar het belang van export naar niet-EU-landen neemt toe. Sterker nog, het aantal bedrijven dat exporteert naar niet-EU-landen groeit jaarlijks, terwijl het aantal bedrijven dat alleen goederen naar landen binnen de EU uitvoert, juist de afgelopen jaren is gedaald. In dit verband gaat het vooral om de goederenexport (van voornamelijk machines & vervoermaterieel, chemische producten, voedingsmiddelen en minerale brandstoffen). Want de dienstenexport (zoals vervoersdiensten, telecommunicatie- & computerdiensten, technische diensten en advies) is veel kleiner van omvang dan de uitvoer van Nederlandse producten en de wederuitvoer. Maar een interessant gegeven is dat het relatieve belang van de export van diensten veel groter is, want aan de dienstenuitvoer verdient Nederland per saldo namelijk het meest.

De export van Nederland gaat vooral naar landen die in de buurt liggen. Duitsland is de belangrijkste afzetmarkt, met een aandeel van meer dan 20 procent in de totale export. Met een aandeel van ongeveer 10 procent komt België op de tweede plaats. Maar als we kijken naar wat we daadwerkelijk met de export verdienen (ofwel de toegevoegde waarde), dan blijken Duitsland en België ineens een stuk minder belangrijk te zijn. Ondanks dat Duitsland en België bij deze benadering nog steeds onze top exportlanden blijven, krijgen het VK en de VS ineens een veel belangrijkere positie. Ook de BRIC-landen (Brazilië, Rusland, India en China) komen daarmee veel hoger uit in de ranglijstjes. En het belang van BRIC-landen moeten we niet onderschatten, want een groot deel van onze uitvoer van (half)fabricaten vindt ook indirect zijn weg (bijv. via Duitsland) naar deze opkomende landen.

Nederland profiteert dus van de internationale handel in meer dan één opzicht. Al met al is de Nederlandse export goed voor bijna een derde van het BBP. En dat onderstreept het belang van de uitvoer voor de economie. Maar hoe staat de Nederlandse export er voor? En wat kunnen we verder nog verwachten?

Export houdt de economie op koers

De export is vaak de kurk waar de Nederlandse economie op drijft. Een groot deel van de economische groei is te danken aan de export en zelfs in tijden van economische neergang is de export vaak in staat om toch nog groei te laten zien (maar niet bijv. gedurende de kredietcrisis 2008-2009). De gemiddelde groei van de export van diensten komt over de afgelopen vijftien jaar uit op 3,9 procent, terwijl de groei van de goederenexport blijft steken op 3,6 procent. Opvallend in de groei van de export is dat sinds 2013 de groei van de dienstenexport een flinke versnelling realiseerde, terwijl de goederenexport stabiel bleef en zijn gemiddelde groeipad volgde. Ondanks het achterblijven van een versnelling van het groeitempo van de goederenexport, blijven de industriële ondernemers relatief gezien tevreden over de buitenlandse orderpositie. De tevredenheidsindex buitenlandse orders staat weliswaar onder de nul (wat aangeeft dat een merendeel nog pessimistisch is over de trends bij buitenlandse orders), maar de opmars van de index getuigt van aansterkend vertrouwen in de export. De index ligt bovendien al enige tijd ruim boven zijn langetermijngemiddelde en sinds eind 2013 is de opgaande trend in de index ronduit bemoedigend. Het zal niet lang meer duren totdat de optimisten over de goederenexport in de meerderheid zijn ten opzichte van de pessimisten. Want in ieder geval zijn de industriële ondernemers voor de komende drie maanden nog positief over de orderontvangst vanuit het buitenland. Dit in tegenstelling tot dienstverleners, waar het sentiment over buitenlandse orders in het tweede en derde kwartaal is afgenomen.

Een tegenvaller is wel dat de omzet van industriële ondernemers alweer enige tijd onder druk staat. Gedurende 2015 liet de omzetgroei al een zeer grillig patroon zien (met diepe dalen en enkele pieken), maar sinds de start van 2016 is de groei van de totale omzet van industriële ondernemers niet meer positief geweest. Achterblijvende binnenlandse vraag en de druk op de afzetprijzen (door dalende grondstofprijzen zoals olie en metalen) zijn hier de oorzaken van. De buitenlandse omzet laat ook relatief gematigde groeicijfers zien, maar is in het verleden vaak genoeg de component geweest die de totale omzetgroei in stand kon houden.

In ieder geval presteert de Nederlandse economie goed in 2017. Zowel de particuliere consumptie, de investeringen als de export dragen bij aan de groei. Het vertrouwen van zowel ondernemers als consumenten is relatief hoog. De belangrijkste risico’s voor Nederland liggen in het buitenland. De referendumuitslag over de Brexit in Groot-Brittannië is hier een voorbeeld van. Aangezien Nederland en het VK hechte handelspartners zijn, zullen de eventuele gevolgen van een Brexit voor Nederland wat zwaarder uitvallen. Maar dat zal op de langere termijn pas merkbaar zijn.

MKB laat de export bloeien

De drijvende kracht achter de export van Nederland is het mkb: goed voor circa 60 procent van de totale exportwaarde en bovendien behoort meer dan 98 procent van de goederenexporterende bedrijven tot het mkb. Groei zal de komende jaren vooral over de grens te vinden zijn, maar niet elk bedrijf heeft de capaciteit om in te zetten op dit groeipotentieel. De echt kleine bedrijven missen vaak het netwerk, het ontbreekt hun aan marktkennis en de organisatie is er veelal niet op ingericht. Maar er zijn nog meer barrières in de praktijk die mkb-bedrijven belemmeren tot export over te gaan. Denk hierbij aan tijdgebrek, taal- en cultuurverschillen en onvoldoende kennis van de wet- en regelgeving in het buitenland. Onbekendheid met de exportmarkt is wellicht het grootste euvel.
De industrie is van oudsher een sector die sterk op de export is gericht, terwijl de export van de zakelijke dienstverlening sterk in ontwikkeling is. De export-intensiteit van de industrie is weliswaar hoger dan die van de dienstensector, maar de kansen voor groei zijn voor beide sectoren hoog. Het is dus aan de ondernemers. Er is nog genoeg potentieel en zij kunnen de toekomst op de exportmarkt met vertrouwen tegemoet zien.