The Good, the Bad & the Ugly

door: Casper Burgering

“…when you have to shoot, shoot… don’t talk”.

Maar laat ik eerst positief beginnen. De mondiale economische groei trekt volgend jaar aan. In de VS staan veel economische indicatoren op groen, de economie in China stabiliseert en een harde landing van de Chinese economie lijkt niet voor de hand te liggen. Ondertussen groeit de economie van Europa ook door, maar wel in een iets meer gematigd tempo. En in Nederland? Onze open economie profiteert van de aantrekkende mondiale activiteit. De bouw herstelt, de industriële productie groeit bovengemiddeld, de uitvoer floreert en de consument heeft veel vertrouwen.

Ik kan echter ook een heel rijtje risico’s oplepelen die voor onze economie – en ook de mondiale economie – een mogelijke bedreiging vormen. Zo sluimeren er in Europa nog verschillende veenbrandjes. Denk aan de aankomende Brexit, of de recente confrontatie tussen Oost- en West-Europa wat betreft de vluchtingenproblematiek. Of wat te denken van de onenigheid tussen Noord- en Zuid- Europa over het monetaire stimuleringsbeleid van de ECB? In Griekenland gaat het nog steeds niet voor de wind en andere Zuid Europese landen (Italië, Portugal) hebben nog grote moeite om de binnenlandse problemen te bezweren. Maar wat te denken van de brandhaarden van geopolitieke aard, zoals Oekraïne, Syrië/Irak, Zuid Chinese zee. Ook hier is het bluswater nog steeds schaars.

De onruststokers die de mondiale economie kopzorgen opleveren, hebben ook hun weerslag op de mondiale ferro sector. Want de groei van de staalproductie volgt de trend in de mondiale economie nauwgezet. Binnen de ferro sector onderscheid ik een drietal sub sectoren, die elk hun eigen problematiek en dynamiek hebben: cokeskolen-, ijzererts- (beide voor het maken van staal) en de ruw staalsector. En deze drie sub sectoren kan ik onderverdelen in goed, slecht en ronduit lelijk…

The Good…

In de cokeskolensector gaat het goed, althans vanuit het gezichtspunt van de mijnbouwers. Daar gaat het zelfs uitstekend, want de prijzen zijn sinds de start van 2016 al met meer dan 130% toegenomen. Het begon allemaal op het moment dat China besloot om haar cokeskolensector te hervormen, waarbij tot en met juli 10% van de cokeskolen output werd geëlimineerd. Het aanbod daalde stevig en tegelijkertijd nam de vraag toe: wat kan de prijs anders doen dan stijgen? Het bewijs is geleverd dat significante aanbodbeperkingen het landschap in een sector flink kan veranderen. De keerzijde is echter dat de stijgende prijs voor ruwe materialen voor veel staalproducenten minder leuk nieuws is.

The Bad…

Hier komen we de ijzerertssector tegen. Er is voldoende aanbod beschikbaar van de operationele ijzerertsmijnen. Het komt met name uit Australië en Brazilië. Deze landen delven zelfs zoveel ijzererts op jaarbasis dat de vraag naar ertsen het tempo van deze groei niet kan bijhouden. Overproductie is al enige tijd een thema binnen de sector, maar door beperkte discipline van mijnbouwers lukt het maar niet om de markt meer in evenwicht te krijgen. Het probleem is dat de drie grote mijnbouwers (Rio Tinto, Vale en BHP) – met circa 70% van de totale output in handen – bij de huidige relatief lage prijs nog steeds winstgevend zijn. Dus waarom zouden zij hun productie beperken? Ze spelen hoog spel. Bij lage prijzen krijgen de inefficiënte mijnen het moeilijker om het hoofd boven water te houden en dat zal op den duur tot faillissementen en productiebeperkingen leiden.

The Ugly…

Blijft de staalsector over. Al jaren kampt de staalsector met overproductie en dat houdt de prijzen mondiaal in de greep. De hoofdverdachte is China, maar ook hier in Europa wordt er teveel staal geproduceerd zonder dat daar echte eindvraag tegenover staat. China – maar ook Rusland – dumpte zijn overtollig staal op Europese markten en op die van de VS, met prijserosie tot gevolg. Europa – en ook de VS – introduceerde vervolgens importheffingen op dit goedkope staal. Maar daarmee werd het probleem niet direct opgelost. Overaanbod is namelijk een structureel probleem en dat besef begint eindelijk te landen. Vanuit de onlangs gehouden besprekingen van de 20 grootste economieën (de G20) in China ligt een voorstel op tafel om de overbodige capaciteit te beperken. In de afgelopen vijf jaar heeft China geroepen dat ze capaciteit zullen gaan beperken, maar daar is eigenlijk nooit echt iets van terecht gekomen. Nu lijkt er eindelijk iets te gaan gebeuren en beginnen de wijze woorden van Clint Eastwood eindelijk door te dringen: “…when you have to shoot, shoot… don’t talk”. Kortom, het is tijd om de daad bij het woord te voegen. De fusiebesprekingen tussen Baosteel en Wuhan in China en ook tussen Hebei Iron & Steel Group en Shougang Group passen binnen de plannen. Uiteindelijk moet 60% van de totale capaciteit worden ondergebracht bij de top 10 spelers. In dat proces wordt inefficiënte productiecapaciteit beperkt, is de gedachte. Het zijn wellicht pijnlijke ingrepen voor veel belanghebbenden, maar voor de lange termijn gezondheid en houdbaarheid van de sector kan het alleen maar positief uitpakken.

 

Deze column is op 28 oktober 2016 gepubliceerd in het vakblad voor de maakindustrie ‘Vraag & Aanbod’