Macro Weekly – Nog steeds op bekend terrein

door: Han de Jong

  • Dreiging van populisme beïnvloedt beleidsmakers in Europa
  • BBP-groei in eurozone volgens verwachting
  • Detailhandelsverkopen VS ontwikkelen zich heel sterk
  • Inflatieangst neemt toe in VS, maar feitelijke inflatie is nog steeds laag
  • Renteverhoging door Fed in december al ingeprijsd
Macro-Weekly-21-november-2016.pdf (121 KB)
Download

Tijdens zijn afscheidstournee door Europa heeft president Obama de Duitse kiezers schijnbaar geadviseerd om volgend jaar september op Angela Merkel te stemmen. Dit gaf me een beetje een enigszins ongemakkelijk gevoel, want  eerder dit jaar adviseerde hij de Britse kiezers om tegen Brexit te stemmen en in de VS moedigde hij de kiezers aan voor Hilary Clinton te stemmen… De wereldeconomie gedraagt zich ondertussen zoals wij hadden verwacht. Dit geldt ook voor de centrale bankiers. Voorlopig voelt alles dus nog steeds vertrouwd. Maar het Brexit-proces en de inauguratie van Donald Trump als de volgende president van de Verenigde Staten betekenen wel dat er verandering op komst is. Het referendum in Italië, de presidentsverkiezingen in Oostenrijk, de Tweede Kamerverkiezing in Nederland, de presidents- en parlementsverkiezingen in Frankrijk en de verkiezingen voor een nieuwe Bondsdag in Duitsland kunnen tussen nu en eind 2017 het politieke landschap ingrijpend veranderen.

Al deze verkiezingen lijken nu al invloed te hebben op de beleidsmakers. De Europese Commissie, de bewaker van alle begrotingsovereenkomsten in de eurozone, pleit voor een meer verruimende aanpak. De Commissie zegt niet dat de begrotingsregels genegeerd moeten worden, maar geeft wel blijk van enige frustratie door te stellen dat het systeem asymmetrisch is. De Commissie is van mening dat zij beschikt over de middelen om begrotingsdiscipline af te dwingen bij lidstaten met een te hoog tekort, maar dat ze alleen kan adviseren en geen expansief beleid kan afdwingen wanneer zij dat wenselijk vindt. De Commissie heeft wel een punt. De huidige regels zijn gericht op individuele lidstaten en zijn bedoeld om ervoor te zorgen dat geen enkel land een tekort heeft dat als te groot wordt beschouwd. Een visie op hoe het begrotingsbeleid er in zijn algemeenheid uit zou moeten zien, ontbreekt echter. Die constatering is naar mijn mening juist en is vooral relevant onder de huidige omstandigheden. Hoewel de ECB in theorie het monetaire beleid veel agressiever kan maken, zijn de meeste economen het er feitelijk over eens dat de grenzen van het monetaire beleid bereikt zijn. Dat is geen heel groot probleem nu de economie zich redelijk ontwikkelt. Maar op een bepaald moment breekt er een nieuwe neergaande fase aan. Hopelijk en waarschijnlijk niet al te snel, maar het is nu wel tijd om na te denken over instrumenten die dan kunnen worden ingezet om de economie uit een recessie te trekken. Als de ECB haar beleid dan eventueel nog niet heeft genormaliseerd, hebben we een andere beleidsinstrumenten nodig. Bovendien is het begrotingsbeleid in zijn huidige opzet een strak keurslijf. Beleidsmakers moeten nadenken over wat ze hieraan kunnen doen.

Economie eurozone doet het goed

Intussen doet de economie van de eurozone het goed. De BBP-groei is in het derde kwartaal uitgekomen op 0,3% k-o-k. Dit is gelijk aan het voorgaande kwartaal, na een groei van 0,5% in het eerste kwartaal. De groei in Duitsland en Frankrijk stelde met slechts 0,2% k-o-k teleur. Portugal voerde de ranglijst aan, met een groei van 0,8% k-o-k, op de voet gevolgd door Spanje, Slowakije en Nederland met 0,7%. De Griekse economie groeide met 0,5%, waarmee de groei op jaarbasis uitkomt op 1,2%. Dat is niet indrukwekkend, maar wel het hoogste groeicijfer sinds 2008.

De Duitse ZEW-index voor het economisch sentiment liet in een welkome verbetering zien van de verwachtingencomponent. De Duitse producentenprijsinflatie (PPI) bedroeg in oktober -0,4% j-o-j, het hoogste (minst negatieve) cijfer sinds 2013. Dit wijst erop dat hogere energieprijzen en basiseffecten de deflatie beperken en ervoor zorgen dat er enige inflatie in de pijplijn zit. Dit is echter niet iets om ons zorgen over te maken en zal zich op korte termijn waarschijnlijk niet vertalen in een grotere algemene inflatiedruk.

weekly-nl1

VS: woning- en arbeidsmarkt heel goed, productie verwerkende industrie matig

De cijfers die in de afgelopen dagen in de VS bekend zijn gemaakt, bevestigen het bekende beeld: een solide woning- en arbeidsmarkt, een krachtige consumptie en niet te veel inflatie. Het aantal in aanbouw genomen woningen nam in oktober met maar liefst 25,5% m-o-m toe, na een daling van 9,5 % in september. De ontwikkeling van de bouwvergunningen was minder volatiel. Het aantal afgegeven vergunningen steeg met 0,3% m-o-m, na een toename van 6,3% in september. De industriële productie en de productie in de verwerkende industrie bleven zwak. De industriële productie bleef in oktober gelijk terwijl de productie van de verwerkende industrie met 0,2% toenam. Het aantal eerste aanvragen van werkloosheidsuitkeringen daalde in de tweede week van november naar 235.000. Dit is het laagste cijfer in heel lange tijd en geeft aan dat de arbeidsmarkt nog steeds krapper wordt.

Sterke ontwikkeling detailhandelsverkopen, weinig tekenen van inflatie

De cijfers over de detailhandelsverkopen in de VS stalen de afgelopen dagen de show, met een stijging van 0,8% m-o-m in oktober na een toename van 1,0% in september. Binnen de verschillende subsegmenten was eveneens sprake van een zeer krachtige ontwikkeling. Dit voedt de inflatieverwachtingen. De zogenaamde vijfjaars break-even inflatie is opgelopen van een laagtepunt van 1,3% medio dit jaar naar de huidige 1,8%. Op grond van wat er bekend is over de begrotingsplannen van Donald Trump, is men bang dat de inflatie wellicht sterk versnelt. Voorlopig blijft de inflatie echter verrassend laag. Tot op zekere hoogte is dit tegen de verwachtingen in, omdat veel commentatoren al enige tijd zeggen dat de versnellende loongroei tot hogere inflatie moet leiden. De kerninflatie bedroeg in oktober 2,1% j-o-j, het laagste niveau van dit jaar. Met name relevant is dat de kerninflatie aan het begin van het jaar opliep maar ondanks een sterkere loonstijging opmerkelijk stabiel is gebleven. Dit betekent ofwel dat de hogere loonkosten worden geabsorbeerd via lagere winstmarges, ofwel dat de sterkste loonstijgingen zich voordoen binnen de sectoren met de sterkste productiviteitsgroei. De waarheid ligt waarschijnlijk in het midden. Wij denken dat de inflatie volgend jaar geleidelijk oploopt.
weekly-nl2weekly-nl3

Naar verwachting komt de Fed dan in actie. Tijdens haar verklaring voor het Congres maakte Fed-voorzitster Yellen ook inderdaad duidelijk dat een renteverhoging in december eigenlijk al is ingebakken. Wij zeggen dit al heel lang en inmiddels is dit grotendeels in de koersen verdisconteerd. Wij verwachten dat de Fed het beleid volgend jaar verder verkrapt, iets sterker dan de markt nu rekening verwacht.

weekly-nl4