Klein maar fijn

door: Madeline Buijs

Onlangs was ik op de Dutch Design Week (DDW) in Eindhoven waar aandacht werd besteed aan tiny houses. De tiny house beweging krijgt steeds meer voet aan de grond in Nederland. Deze beweging kijkt verder dan het bouwen van kleine woningen, de filosofie van leven zonder overtollige ballast staat centraal. We zijn de fase van early adopters voorbij. Ook maatschappelijke vraagstukken kunnen door grootschaliger gebruik van tiny houses worden opgelost. Zo  waren er op de DDW concepten te zien van tiny houses voor het huisvesten van asielzoekers.

Dat er behoefte is aan tiny houses, is gezien de demografische ontwikkelingen logisch. Vooral het aantal alleenstaanden groeit. Zij hebben minder behoefte aan grote woningen en kunnen deze woningen ook moeilijk financieren. Ook zijn tiny houses meestal makkelijk te verplaatsen wat  bijdraagt aan de flexibiliteit die veel mensen zoeken. De meeste kleinere woningen bevinden zich in de Randstad, maar ook in Nijmegen en Wageningen. Dit zijn voornamelijk studentenkamers- en woningen. Terwijl de doelgroep veel breder is.

Er worden wel steeds kleinere woningen gebouwd. Het aantal woningen met een oppervlakte tussen de 15 en 50 m2 steeg sinds 2012 het sterkst van alle typen woningen. Maar dat is vaker uit noodzaak dan uit deugd. De bouw van kleine woningen beweegt namelijk mee met de conjunctuur. Sinds de crisis is uitgebroken in de bouw neemt de gemiddelde inhoud van koopwoningen waar vergunningen voor worden afgegeven niet meer toe, terwijl dat voor de crisis wel gebeurde. Bij huurwoningen is zelfs een duidelijke afname in inhoud te zien. Als het slechter gaat met de economie, is de bouw van kleinere woningen enkel nog haalbaar. Ze zijn betaalbaar voor kopers en goedkoper om te bouwen waardoor bouwers nog wat marge kunnen behalen. De belangrijkste vraag die wat mij betreft beantwoord moet worden: hoe gaan we het bouwen van kleinere woningen loskoppelen van de conjunctuur? Een eerste stap is het bouwen van tiny houses in bestemmingsplannen op te nemen.

Deze column verscheen eerder in Cobouw op 3 november 2016