Groei Nederlandse economie zet komende jaren door

door: Nico Klene

  • De Nederlandse economie doet het dit jaar duidelijk beter dan gedacht. In de eerste drie kwartalen groeide de economie steeds met 0,7% ten opzichte van het voorgaande kwartaal. De economische groei zet door en kan in 2016 iets boven 2% uitkomen. Dat is flink meer dan we eerder voorzagen.
  • We gaan ervan uit dat de mondiale groei in 2017 aantrekt. Diverse ‘barometers’ wijzen daarop. Dat is positief voor de Nederlandse uitvoer. Verder zal ook het (verwachte) stimulerende beleid van de nieuwe Amerikaanse president en vooral de sterkere dollar gunstig uitpakken voor de uitvoer – vooral in 2018.
  • De groei van de binnenlandse bestedingen zwakt de komende jaren echter licht af. Dat komt vooral door de woninginvesteringen.
  • Al met al groeit de economie in 2017 naar verwachting met 1¾% en in 2018 met bijna 2%. De raming voor 2017 is iets verhoogd.
  • Dankzij de economische groei neemt de werkloosheid gestaag verder af.
  • Ook de overheidsfinanciën profiteren sterk van de groei. Het tekort neemt rap af en een overschot komt in zicht.
Ned-economie-in-zicht-nov16-1.pdf (631 KB)
Download

Nederlandse economie doet het goed

De economie doet het dit jaar beter dan gedacht. De economische groei kan daardoor in 2016 iets boven 2% uitkomen. Ook voor 2017 en 2018 is het beeld positief. Dat heeft te maken met de aantrekkende groei van de wereldeconomie. We denken dat de nieuwe Amerikaanse president een stimulerend beleid gaat voeren en dat de dollar duurder wordt. Mede daardoor kan de groei in de eurozone op peil blijven.

Flinke economische groei in eerste drie kwartalen

Het bruto binnenlands product (BBP) is dit jaar drie kwartalen op rij met 0,7% gestegen ten opzichte van het voorgaande kwartaal (k-o-k). Het onlangs gepubliceerde groei¬cijfer van het derde kwartaal viel hoger uit dan verwacht, terwijl bovendien het cijfer van het tweede kwartaal wat naar boven is herzien. Alle bestedingscomponenten droegen bij aan de verdere groei: de consumptie van gezinnen en de overheid, de investeringen en de uitvoer.

graf-1

Groei in de zomer vooral door woninginvesteringen en gezinsconsumptie …

De meeste bestedingen stegen ten opzichte van het voorgaande kwartaal. Vooral de investeringen in woningen deden het opnieuw goed (+7% k-o-k) en namen zelfs meer toe dan in het tweede kwartaal. Dat heeft te maken met het krachtige herstel van de woningmarkt. Het aantal verkochte (bestaande) woningen steeg in het derde kwartaal met 20% ten opzichte van de vergelijkbare periode van 2015 (j-o-j). Dat is een iets kleinere stijging dan in de voorgaande twee kwartalen. Tegelijkertijd trok de stijging van de huizenprijzen aan naar gemiddeld 5,7% j-o-j.

Nadat de investeringen in woningen in 2015 met ruim 25% waren gestegen, lieten ze in de eerste drie kwartalen van dit jaar een verdere stijging zien met bijna 20%. Ondanks dit krachtige herstel zijn de woninginvesteringen nog niet terug op het peil van vóór de ‘Grote Recessie’ van 2009 (zie grafiek links).

graf-23
Ook de consumptie van gezinnen ging flink omhoog. Dat is niet echt een verrassing als we kijken naar de forse koopkrachtverbetering dit jaar. Eigenlijk was de magere groei in het tweede kwartaal opmerkelijk.

De lagere en daarna weer hogere groei van de consumptie spoort overigens met de terugval in het consumentenvertrouwen in het eerste kwartaal. In de loop van de zomer is het consumentenvertrouwen echter weer flink verbeterd. Zowel het consumenten¬vertrouwen als de zogeheten ‘koopbereidheid’ ligt op het hoogste niveau sinds de zomer van 2007.

graf-4

… terwijl de bedrijfsinvesteringen een stapje terug deden …

De investeringen zijn in de zomer verder toegenomen. Dat kwam door de investeringen in woningen en die van de overheid. Het bedrijfsleven daarentegen investeerde minder. Met name werd minder besteed aan transportmiddelen. De bedrijfsinvesteringen hebben zich trouwens goed hersteld van de sterke terugval tijdens de beide recessies: eind 2015 lag de investeringsquote weer boven het niveau van voor de ‘Grote Recessie’.

… maar de uitvoer nam ook toe

De uitvoer deed het ook goed. Zowel de uitvoer van goederen als die van diensten steeg in het zomerkwartaal. In het voorjaar was de uitvoer van diensten nog gedaald. Een vergelijkbaar beeld zien we bij de invoer. De totale invoer van goederen en diensten is echter iets minder gestegen dan de uitvoer.

Vooruitzichten: economische groei dit jaar iets boven 2%

Wij verwachten dat de economische groei aanhoudt. De groei van de wereldhandel is weliswaar nog steeds mager, maar er zijn aanwijzingen dat die groei wat aantrekt. Diverse economische ‘barometers’ laten namelijk de laatste tijd een verbetering zien.

Ook in Nederland laten de ‘barometers’ van de economie weer een stijging zien, na de terugval in de zomer als gevolg van het Brexit-referendum in het VK. Dat vormt een aanwijzing dat de groei doorzet.

graf-5

De forse koopkrachtverbetering van dit jaar geeft een impuls aan de gezins-consumptie. Daarnaast zorgt de stijging van het aantal werkende personen voor een toename van het totale beschikbaar gezinsinkomen. Vermoedelijk wordt een deel van de inkomensverbetering pas in 2017 uitgegeven. Ook dit wijst erop dat de Nederlandse economie blijft groeien. Door de sterke groeicijfers in de voorbije kwartalen zal de gemiddelde BBP-groei dit jaar duidelijk hoger uitvallen dan we dachten. De gemiddelde groei zou op iets meer dan 2% kunnen uitkomen (in plaats van 1½%).

Ook in 2017 en 2018 houdt groei aan

We gaan ervan uit dat de mondiale groei in 2017 wat aantrekt. Dat is positief voor de Nederlandse uitvoer. Aan de andere kant levert de flinke waardedaling van het Britse pond een concurrentienadeel op voor ons land (en andere landen in de eurozone). Dat remt de uitvoergroei af.

Verder verwachten we dat de nieuwe Amerikaanse president een expansief begrotingsbeleid gaat voeren. Dat zal in de loop van 2017 en in 2018 een impuls aan de economie geven – vooral in de VS, maar ook een beetje in Europa. Belangrijker is echter de ontwikkeling van de Amerikaanse dollar. We hebben al gezien dat de munt wat sterker is geworden. Die beweging zal de komende kwartalen aanhouden. We gaan er namelijk van uit dat de rente in de VS méér zal worden verhoogd dan we tot voor kort aannamen. Dat heeft te maken met de sterkere BBP-groei en de wat hogere inflatie in de VS die we nu voorzien. In de eurozone zal het monetair beleid echter juist nog iets ruimer worden. Door de tegengestelde richting van het monetair beleid in de VS en de eurozone zal de dollar sterker worden ten opzichte van de euro. In de loop van 2017 zou de koers door pariteit (1:1) kunnen gaan. De goedkopere euro is een stimulans voor de uitvoer van de eurozonelanden – en dus ook voor Nederland. Met enige vertraging – dat wil zeggen in 2018 – zal dat positieve effect zichtbaar worden in de uitvoercijfers. Daardoor kan de uitvoer in 2018 sterker toenemen dan in 2017.

De groei van de binnenlandse bestedingen zwakt wat af. Dat komt vooral door de investeringen: de (explosieve) groei van de woninginvesteringen zal afnemen. De groei van de bedrijfsinvesteringen kan echter aanhouden, mede vanwege de goede afzet¬perspectieven voor het bedrijfsleven. Verder is het goed denkbaar dat het toekomstige kabinet de verbetering van de overheidsfinanciën zal gebruiken om de bestedingen wat op te voeren.

Al met al kan de BBP-groei in 2017-2018 op peil blijven. In 2017 zal de groei in Nederland met 1¾% iets lager uitvallen dan dit jaar. Deze raming is trouwens iets verhoogd (was 1½%). Vervolgens kan de groei in 2018 weer wat oplopen naar bijna 2% – vooral dankzij de sterkere uitvoer. Dit spoort met het patroon van de groei in de eurozone.

Risico’s

Er liggen diverse risico’s op de loer voor dit vrij gunstige scenario. Denk aan politieke onzekerheden vanwege het naderende referendum in Italië en verkiezingen in diverse landen van de eurozone, waaronder Nederland. Deze kunnen leiden tot deuken in het vertrouwen van beleggers, bedrijven en consumenten. Verder is het nog onduidelijk wat de gevolgen kunnen zijn van het Brexit-besluit. En gaat Trump straks inderdaad protectionistische matregelen nemen en handelsverdragen opzeggen? Dat zou schadelijk zijn voor de mondiale economische groei.

Verdere verbetering arbeidsmarkt

De gunstige economische ontwikkeling zien we terug op de arbeidsmarkt. In de eerste tien maanden van 2016 zijn ruim 150.000 personen méér aan het werk gekomen. De werkloosheid kon daardoor dalen – met iets meer dan 85.000 (naar ruim 500.000). Dit zijn er minder dan het aantal dat aan de slag ging. Het betekent dat ook nog eens ruim 65.000 mensen zijn toegetreden tot de arbeids¬markt . Denk bij deze toetreders of herintreders aan personen die met hun opleiding klaar zijn, of aan mensen die inmiddels weer meer kans op een baan denken te maken.

graf-6

De daling van de werkloosheid is harder verlopen dan verwacht. Vooral sinds het voorjaar zien we dat. En de daling lijkt door te zetten. Daar zijn diverse aanwijzingen voor. Ten eerste houdt de groei van de bedrijvigheid aan. Mede daardoor is het aantal openstaande vacatures in het derde kwartaal verder toegenomen. Ook de vacature-indicator van het CBS is nog altijd positief, al zijn de meest recente cijfers wel een beetje minder gunstig dan in juni-juli. Verder blijft het aantal verleende ontslag¬vergunningen dalen.

Vanwege de snellere daling van de werkloosheid – mede dankzij de sterkere economische groei – hebben we onze ramingen voor 2016 en 2017 verlaagd. En ook in 2018 zal de daling van de werkloosheid aanhouden. Er is echter een factor die de afname wat zal afremmen. Door de gunstige economische ontwikkeling zullen steeds meer personen op de arbeidsmarkt (terug)komen omdat ze denken meer kans te maken op werk. Maar niet alle nieuwkomers zullen meteen een baan vinden. Als het niet lukt, worden ze als werkloos geteld.

Inflatieraming verlaagd, maar inflatie gaat wel oplopen

De inflatie is dit jaar afgezwakt tot onder 0% in juli om daarna weer iets op te lopen naar 0,4% in oktober. Deze stijging is vooral te danken aan het feit dat de daling van de olieprijs (jaar-op-jaar) is afgenomen. Daardoor is het neerwaartse effect op de inflatie minder geworden. Sterker: in oktober was de olieprijs na lange tijd weer hóger dan twaalf maanden eerder. Het voor Europese doeleinden geharmoniseerde inflatiecijfer (HICP) lag in oktober eveneens op 0,4% – iets onder het eurozonecijfer.

graf-7

Nu de olieprijs eindelijk weer hoger is dan een jaar geleden drukt deze de inflatie niet meer. Integendeel, de olieprijs zal de inflatie juist wat gaan opdrijven. Daardoor valt het prijsstijgingstempo in 2017 flink hoger uit dan dit jaar. De stijging van de olieprijs verloopt echter wat langzamer dan we hadden verwacht; in de afgelopen weken is de prijs zelfs gedaald. We denken dat het overaanbod van olie wat langer zal voortduren. Daarom zijn de ramingen van de olieprijs in 2016 en 2017 wat verlaagd. Als gevolg daarvan zal ook de inflatie wat lager uitvallen. De duurdere dollar zal in de loop van 2017, maar vooral in 2018 de inflatie wat opstuwen.

Overheidsfinanciën verbeteren sterk: overschot in zicht

Dankzij de ombuigingen waartoe al eerder was besloten, en dankzij de economische groei loopt het tekort van de overheid snel terug – zelfs ondanks de lagere gasbaten vanwege de verminderde gaswinning in Groningen. Volgens (voorlopige) cijfers van het CBS zou het tekort van de overheid al in het tweede kwartaal onder de 1% van het BBP gedoken zijn. Omdat de uitgaven en ontvangsten van de overheid door het jaar heen een wisselend patroon kunnen laten zien, kan aan dit cijfer geen stellige conclusie worden verbonden. Maar de neerwaartse trend is duidelijk zichtbaar.

Vanwege de gerealiseerde daling van het tekort en de hogere economische groei hebben we onze ramingen voor het EMU-tekort en de overheidsschuld in 2016 en 2017 flink verlaagd. En in 2018 zullen beide verder dalen. Het tekort zal naar verwachting omslaan in een klein overschot.

graf-8