Brussel flirt met creatieve industrie

door: Jeroen Hofhuis

Binnen de Europese Unie zijn drie miljoen bedrijven en twaalf miljoen mensen actief in de creatieve industrie, waartoe ook de cultuursector behoort. De Europese Commissie krijgt steeds meer oog voor deze groeiende sector. Daarbij ligt de focus op innovatie en ondernemerschap. Daarnaast probeert Brussel de impact van de creatieve industrie op andere sectoren te becijferen. Dit bleek op een bijeenkomst van de Federatie Dutch Creative Industries tijdens de Dutch Design Week in Eindhoven. 

Kroonjuwelen

Jean-Claude Juncker, president van de Europese Commissie,  formuleerde het in zijn recente State of the Union 2016 als volgt: ‘Artiesten en kunstenaars zijn onze kroonjuwelen. Het scheppen van content is geen hobby. Het is een beroep.’ Het is opmerkelijk dat Juncker in dit opzicht een geheel andere koers vaart dan José Manuel Barroso. De voormalige voorzitter van de Europese Commissie legde het accent meer op technische innovatie. Speciale aandacht van Brussel heeft het strategisch belang van de creatieve inbreng in andere sectoren. Toch is dit nog lastig in kaart te brengen. Ontwerp & design zit soms ‘verstopt’ in andere industrieën. Denk bijvoorbeeld aan embedded creativity bij Philips in Eindhoven.

Verborgen waarden

Volgens het Brusselse onderzoeksbureau KEA zijn ze bij Eurostat, het statistisch bureau van de Europese Unie, druk doende om de creatieve industrie scherper in beeld te krijgen, in het bijzonder de verborgen onderdelen die nu nog vaak onzichtbaar blijven. Inmiddels is het Creative Europe Programma (2014-2020) in volle vaart gekomen. Dit programma is, met een budget van anderhalf miljard Euro, het belangrijkste instrument van de EU om audiovisuele en culturele initiatieven te stimuleren. En daarmee ook economische groei en werkgelegenheid. Helaas kost het entrepreneurs wegens bureaucratische rompslomp nog veel moeite om toegang te krijgen tot dit soort Europese stimulerings– en ontwikkelingsfondsen.

Knelpunten

Toegang tot fondsen is een van de knelpunten voor Europees industriebeleid gericht op de creatieve sector. Andere hoofdbrekens zijn bescherming van intellectuele eigendom, een dreigende versnippering van de sector en barrières voor co-creatie met andere spelers.

Maar er is hoop. De creatieve industrie wordt niet alleen in Nederland, door visionaire vermogensfondsen, maar ook in Europa steeds serieuzer genomen. Om toekomstig industriebeleid prudent vorm te geven, wordt zowel in Nederland als in Brussel geïnvesteerd in betere statistieken en actuele data. Intussen ontwikkelt de Dutch Design Week zich als een toonaangevend Europees r&d platform voor makers in de creatieve industrie. Wie wil weten wat nu hip is, moet naar Milaan, maar wie wil weten wat over vijf jaar en vogue is, komt uit in Eindhoven.