Visie op Azië – Minder tegenwind

door: Arjen van Dijkhuizen

  • Groei opkomend Azië blijft rond 6% in tweede kwartaal
  • Verbeterd marktsentiment en stimulerend beleid compenseren zwakte handel
  • We verwachten dat regionale groei geleidelijk blijft vertragen in 2016-17
  • Risico’s blijven: China, hoge schulden, renteverhoging Fed, geopolitiek.
160901-Visie-op-Azië.pdf (226 KB)
Download

Regionale groei blijft in tweede kwartaal rond 6%, mede dankzij stabilisatie China …,

Sinds eind 2014 blijft de economische groei in opkomend Azië opmerkelijk stabiel (rond 6%), hoewel het regionale gemiddelde sterke onderlinge verschillen maskeert. In deze periode wordt de geleidelijke groeivertraging van de grootste economie (China) gecompenseerd door een versnelling in de op één na grootste (India). China was in 2015 en begin 2016 een bron van mondiale marktonrust, alhoewel de groei er heel geleidelijk afkoelt en in het tweede kwartaal niet verder vertraagde (6,7%). Deze economische stabilisatie is mede te danken aan de combinatie van stimulerend begrotingsbeleid, die met name in de onroerendgoedsector doorwerkte, en accommoderend monetair en wisselkoersbeleid. Dit beleid compenseert voor de negatieve effecten van overcapaciteit en hoge schulden.

160901-VoA1  160901-VoA2

… hoewel de groei van India terugviel …,

In India zwakte de groei af tot 7,1% in het tweede kwartaal, na een sterke stijging tot bijna 8% een kwartaal eerder. Het onderliggende verhaal blijft volgens ons positief. India blijft de snelste groeier in de regio. India is minder gevoelig voor de mondiale conjunctuur dan de meeste andere landen in Azië. Tegen deze achtergrond profiteert India van inhaaleffecten. Verder is het bedrijfsklimaat dankzij het beleid van de regering-Modi aan het verbeteren. Begin augustus werd de wet ter invoering van een uniforme belasting op goederen en diensten ingevoerd. Daarmee komt de vorming van een interne markt een stap dichterbij. Onlangs werd Urjit Patel benoemd als nieuwe centralebankpresident. Hij volgt de succes-volle Raghuram Rajan op. Deze heeft in zijn driejarige ambtstermijn, die startte tijdens de ook voor India roerige taper tantrum episode, een geloofwaardig monetair beleid gevoerd. Met de benoeming van Patel, de meest voorzichtige van de kandidaten, is de kans het grootst dat deze geloofwaardigheid ook na het vertrek van Rajan gewaarborgd blijft.

… en deze in de rest van Azië juist versnelde

Het groeibeeld voor de rest van opkomend Azië bleek in de loop van dit jaar vrij robuust. Dat was deels te danken aan de stabilisatie in China. Ook zorgde het stimulerende beleid in veel landen voor compensatie van de aanhoudend zwakke handel. In het tweede kwartaal is de groei in Taiwan en Hongkong – die vaak als indicatief voor de wereldeconomie worden gezien – toegenomen, terwijl deze in Singapore nauwelijks veranderde. Ook in Zuid-Korea, Indonesië, Thailand en de Filippijnen versnelde de groei. Naast India was Maleisië het enige land in opkomend Azië waar de groei juist vertraagde ten opzichte van het eerste kwartaal.

Regionale inkoopmanagersindex vertoont stijgende lijn

De regionale inkoopmanagersindex (PMI) voor de verwerkende industrie is duidelijk verbeterd ten opzichte van de niveaus die eind vorig jaar werden bereikt. China’s ‘officiële’ PMI-cijfer van NBS steeg tot 50,4, het hoogste niveau sinds oktober 2014. Mede hierdoor bereikte de regionale index het hoogste niveau in twintig maanden. Toch blijven de onderlinge verschillen groot. Momenteel bevindt de PMI-index zich boven het neutrale niveau van 50 in India, Vietnam, Taiwan, China (NBS) en Indonesië. Daarentegen is deze duidelijk lager dan 50 in Zuid-Korea en Maleisië, en ook in Hongkong en Singapore (die het augustus-cijfer nog moeten publiceren). De uitkomsten voor Taiwan en Zuid-Korea, beiden afhankelijk van de mondiale conjunctuur, verschilden opvallend in augustus. De PMI van Taiwan bereikte een 18-maands hoogtepunt van 51,8, terwijl die van Zuid-Korea daalde tot het laagste niveau van de afgelopen twaalf maanden (48,6). Op de achtergrond speelt hier ongetwijfeld ook mee dat de Zuid-Koreaanse scheepsbouwsector momenteel door een moeilijke fase gaat.

Verbetering marktsentiment en stimulerend beleid …

De regionale groei profiteert ook van een verbeterd marktsentiment ten aanzien van opkomende markten inclusief opkomend Azië. Dankzij een afnemende vrees voor China, de verwachting dat de Fed de beleidsrente slechts geleidelijk zal verhogen en de rustige manier waarop de markten hebben gereageerd op de Brexit-stemming in het VK, is de stemming verbeterd en is kapitaal teruggekeerd. Ook stimulerend beleid heeft aan de versoepeling van financiële condities bijgedragen. Omdat de inflatie in veel landen laag blijft, is er voldoende ruimte voor monetaire stimulansen. Hoewel beleidsrentes in opkomend Azië nog lang niet negatief zijn en kwantitatieve verruiming vooralsnog niet nodig is gebleken, is een verschuiving van monetaire stimulering naar prikkels via de begroting zichtbaar. Zo’n verschuiving is eerder bepleit door het IMF en de G20, dat China momenteel voorzit. Zo blijven de overheidsuitgaven een belangrijke groeipijler in onder meer China, India, Zuid-Korea en Indonesië.

… compenseren voor negatieve effecten van aanhoudend zwakke (wereld)handel

Voor de Aziatische economieën komt de tegenwind nog steeds van de zwakke (wereld)-handel. Volgens CPB-data namen de uitvoervolumes in Azië in maart 2015 sterk af (deels een gevolg van de timing van het Chinese Nieuwjaar) en sindsdien hebben deze geen materieel herstel laten zien. Vooral de uitvoer naar China, Japan en de EU bleef zwak. Het momentum van de uitvoer is volgens het CPB recentelijk verslechterd. De Aziatische invoervolumes stagneren de laatste jaren, waarbij die van China zijn afgenomen. Toch wijzen de momentum-indicatoren van het CBP op enig herstel in de laatste maanden. Al met al blijft de zwakke (wereld)handel een negatieve factor voor de regionale groei. Dat geldt vooral voor de landen die relatief sterk afhankelijk zijn van de mondiale conjunctuur, zoals bijvoorbeeld Zuid-Korea, Hong Kong, Singapore en Taiwan.

160901-VoA3  160901-VoA4

Groei opkomend Azië blijft geleidelijk vertragen, effecten van Brexit beperkt

We verwachten nog steeds dat de regionale groei van opkomend Azië geleidelijk blijft vertragen, van 6,4% in 2014 en 6,1% in 2015 naar 6,0% in 2016 en 5,7% in 2017. Zoals we in een rapport van begin juli schreven, verwachten we dat de invloed van de Brexit op opkomend Azië beperkt blijft. Voor enkele landen (niet voor China en India) hadden we onze groeiramingen voor 2016-2017 al verlaagd na de Brexit-stemming in het VK, waarbij we verder keken dan de directe handelsrelaties met het VK en de eurozone. Sindsdien hebben we onze groeiramingen ongewijzigd gelaten, met uitzondering van een opwaartse herziening voor de Filippijnen. We gaan er hierbij vanuit dat de Chinese autoriteiten erin blijven slagen om een harde landing te voorkomen: we verwachten dat de Chinese groei afkoelt van 6,9% in 2015 naar 6,5% in 2016 en 6% in 2017. Met 7,5% in 2016-17 blijft India de snelste groeier. Voor de sterk op handel gerichte landen Hongkong en Singapore verwachten we een groeivertraging in 2016 gevolgd door een bescheiden herstel in 2017; voor Taiwan zien we het herstel al in dit jaar plaatsvinden. Voor Zuid-Korea, Indonesië en Thailand verwachten we dat de groei dit jaar vergelijkbaar blijft met die in 2015. We ramen voor Maleisië in 2016-17 een groei van 4% tegenover 5% in 2015.

160901-VoA5

Regionale inflatie stabiel op 2,7%, kerninflatie loopt op maar blijft relatief laag …

Onze regionale inflatie-index steeg in februari naar een 18-maands hoogtepunt van 3%,
gestimuleerd door het herstel van de grondstofprijzen. Omdat dit herstel in de afgelopen maanden haperde, is de regionale inflatie weer wat afgenomen, tot 2,7%. Ook hier blijven de onderlinge verschillen tussen landen groot. In India is de inflatie opgelopen tot 6%, maar in Singapore is nog steeds sprake van deflatie. Door ontwikkelingen in China (waar de deflatie van productentenprijzen sterk afneemt) en India, is de kerninflatie in de regio opgelopen tot het hoogste punt in 1,5 jaar, al blijft deze in historisch opzicht laag.

… waardoor er ruimte blijft voor monetaire verruiming

Wat het monetaire beleid betreft heeft China de belangrijkste beleidsrente sinds oktober 2015 ongewijzigd gelaten, na een verlaging met 165 bp in het daaraan vooraf gaande jaar. Maar de centrale bank heeft begin 2016 de reservevereisten voor banken verlaagd en andere maatregelen genomen om de liquiditeit in het bankwezen te waarborgen. De Indiase centrale bank heeft de beleidsrente tussen december 2014 en april 2016 met 150 bp verlaagd. Sinds april is deze echter constant gehouden, omdat de inflatie is opgelopen en de koers is verlegd naar versterking van het monetaire transmissiemechanisme. Dit jaar zijn er ook renteverlagingen geweest in Zuid-Korea, Indonesië (waar de centrale bank in augustus een nieuwe benchmarkrente introduceerde en de rentecorridor versmalde), Taiwan, Maleisië en de Filippijnen. Daarnaast versoepelde Singapore het wisselkoers-regime. Vooruitkijkend zien we nog wel ruimte voor verdere monetaire verruiming in China, Indonesië en Singapore, en mogelijk in meer landen.

160901-VoA6  160901-VoA7

Risico’s blijven aanwezig

Hoewel opkomend Azië in ons basisscenario economisch robuust blijft, zijn er verschillende risico’s – ook al genoemd in eerdere publicaties – die dit beeld kunnen doorkruisen:
1) Het belangrijkste risico blijft een harde landing in China (niet ons basisscenario). Deze zou tot sterke effecten leiden op handel, financiële sectoren en financiële markten inclusief de grondstoffenmarkten. Bedenk dat zelfs de geleidelijke groeivertraging en transitie van het Chinese groeimodel al tot een sterke afname van de invoer heeft geleid, die andere Aziatische landen en de grondstoffenmarkten hebben gevoeld. Ook bewegingen in de Chinese yuan zullen doorwerken op andere Aziatische valuta’s.
2) Een ander belangrijk risico vloeit voort uit de hoge schuldniveaus, met name in China (en Japan), maar ook in Zuid-Korea, Hong Kong en Singapore, en in minder mate in Maleisië en Thailand. India kent veel lagere schuldniveaus: daar wordt het bankwezen echter geconfronteerd met een relatief grote portefeuille slechte leningen, die de kredietverlening drukt. De hoge schulden in Azië, en de maatregelen die genomen worden om deze te beteugelen, hebben nu al een negatief effect op de groei. Een risicoverminderende factor is wel dat de in vreemde valuta luidende schuld in Azië over het algemeen gering is. Daardoor wordt een vanuit het buitenland veroorzaakte liquiditeitscrisis minder waarschijnlijk. Toch kan de schuldenberg, zeker indien deze inadequaat wordt beheerd, in de toekomst een bedreiging vormen voor het bankwezen en de economische groei.
3) Verwachtingen op de financiële markten dat de Fed de beleidsrente slechts geleidelijk zal verhogen, hebben in de afgelopen maanden bijgedragen aan een verbetering van het marktsentiment ten aanzien van opkomende markten inclusief opkomend Azië. Een plotselinge verandering in deze verwachtingen en/of het sterk oplopen van de kapitaalmarktrentes in de welvarende landen – of andere schokken, bijvoorbeeld in relatie tot China – kunnen echter tot het einde van deze search for yield leiden en een nieuwe kapitaaluitstroom veroorzaken.

Naast bovengenoemde macro-economische risico’s kunnen (geo)politieke risico’s uiteraard ook van invloed zijn op de economische vooruitzichten.