Niet alleen kommer en kwel in de utiliteitsbouw

door: Madeline Buijs

De utiliteitsbouw heeft het al een paar jaar moeilijk. Voor de crisis werden er veel utiliteitsgebouwen, vooral kantoren, gebouwd. Een flink deel van de gebouwen staat op dit moment leeg. Daardoor worden op dit moment maar beperkt nieuwe utiliteitsgebouwen gebouwd. Voor de crisis kende de utiliteitsbouw zijn conjuncturele op- en neergangen, maar sinds de crisis lijkt er alleen nog maar sprake te zijn van een neergang. De vraag is wanneer dit gaat veranderen en welke onderdelen van de utiliteitsbouw als eerste verbetering laten zien. De utiliteitsbouw is namelijk een branche die gekenmerkt wordt door een grote verscheidenheid en het gaat niet overal slecht.

Bouw-branche-update-utiliteitsbouw-sep-2016.pdf (812 KB)
Download

Dat het nog niet goed gaat met de utiliteitsbouw blijkt uit de investeringen in gebouwen. De investeringen daalden in 2015 met 0,6% en in het eerste halfjaar van 2016 met 0,5% j-o-j. In woningen en de infrastructuur werd veel meer geïnvesteerd. Vooral de nieuwbouw deed het slecht. De bouwhausse voor de crisis heeft er feitelijk voor gezorgd dat er voor leegstand is gebouwd. Dit zorgt op dit moment voor een gebrek aan nieuwbouw. Er wordt werk gemaakt van de aanpak van leegstand door transformatie van gebouwen. Vooral kantoren en zorggebouwen worden getransformeerd tot woningen. Dit is ook noodzakelijk want door veranderende vraag naar gebouwen is niet de verwachting dat al de leegstaande gebouwen ooit nog allemaal bewoond worden.

De vooruitzichten voor de utiliteitsbouw zijn niet rooskleurig als we naar de totale markt kijken. Wel is er een opvallend verschil zichtbaar tussen de ontwikkeling van de orderportefeuille van utiliteitsbouwers en de afgegeven vergunningen. De vergunningen die voor utiliteitsgebouwen zijn afgegeven daalden de afgelopen jaren flink, zowel in aantal als in waarde. Wel zijn de eerste verbeteringen zichtbaar. In het eerste halfjaar van 2016 daalden de vergunningen voor nieuwe utiliteitsgebouwen minder hard, terwijl de afgegeven vergunningen voor renovatiewerkzaamheden licht stegen. In tegenstelling tot de vergunningen, laat de orderportefeuille van utiliteitsbouwers een positievere ontwikkeling zien. In juni 2016 is er (afgezien van mei 2016) sinds 2000 niet zo’n hoge orderportefeuille van utiliteitsbouwers gemeten. Het kan dat transformaties van utiliteitsgebouwen naar woningen in de vergunningen worden toegerekend aan woningbouwers, terwijl utiliteitsbouwers het werk uitvoeren en het daarom te zien is in de orderportefeuille van utiliteitsbouwers. Of er staan veel verbouwingen van gebouwen op stapel waar geen vergunning voor hoeft te worden aangevraagd. Als laatste is het mogelijk dat er veel utiliteitsbouwers failliet zijn gegaan, waardoor een kleine groep bouwbedrijven de werkzaamheden voor hun rekening neemt. Er is dan nog minder werk in de markt, maar de individuele bouwers hebben wel meer werk.

Nationaal gezien daalden de vergunningen voor de totale utiliteitsbouw. Als we kijken naar de regionale ontwikkelingen, zijn er genoeg regio’s waar de afgegeven vergunningen voor utiliteitsgebouwen wel stegen. In (delen van) de Randstad werden in 2015 meer vergunningen voor utiliteitsgebouwen afgegeven, maar ook in delen van Friesland en Drenthe, de Achterhoek en Twente. Ook werden er meer vergunningen afgegeven voor agrarische en industriële gebouwen. Het gaat dus niet overal slecht.