Wie niet waagt, wie niet wind

door: Hans van Cleef

De energiemarkt verandert, en wel op alle fronten tegelijk. Op Prinsjesdag komt ABN AMRO weer met een uitgebreid rapport over de actuele, en toekomstige veranderingen binnen de energiesector. Of beter, over de benodigde energietransitie die Nederland en Europa moeten doormaken om het uiteindelijke doel – verlaging met 80-95% van de CO2-uitstoot in 2050 – te realiseren. Dat rapport gaat vooral in op keuzes die nationaal en internationaal gemaakt dienen te worden  om de energietransitie, of transities, tot een succes te maken. Waarbij aangetekend dat voor wat betreft windenergie er reeds belangrijke keuzes zijn gemaakt.

In het verlengde van deze keuze voor windenergie houdt ABN AMRO op 1 september haar tweede windseminar. Dat is mooi, want windenergie heeft de toekomst, in ieder geval tot 2023. Want tot 2023 is de politieke steun om het windaandeel in de Nederlandse energiemix aanzienlijk te vergroten gegarandeerd. Nu de aanbesteding van de eerste twee delen van het Borssele windpark (twee keer 350 MW) achter de rug is, is de richting bepaald voor de verdere uitbouw van het Nederlands windvermogen op zee. En hoewel het beleid rondom windenergie al in het Nationale Energieakkoord van eind 2013 was uitgestippeld, is de verrassing rondom de daadwerkelijke invulling groot. De beoogde kostenbesparing van 40% waar in het Nationale Energieakkoord nog over werd gesproken, lijkt inmiddels al een feit. Hierbij gaat alle lof richting Minister Kamp van Economische Zaken, die door de aanwijzing van TenneT als enige beheerder van het elektriciteitsnet op zee de kosten heeft kunnen verlagen. Daarnaast werd de aanbesteding gewonnen door DONG Energy – een Deense Energieproducent en -leverancier – die een bijzonder, en zeer onverwacht, laag bod heeft neergelegd waartegen ze het windpark denken te kunnen bouwen. Dit heeft de toon gezet en belooft veel voor de komende jaren.

Om verdere ontwikkeling en kostenbesparingen te realiseren heeft de minister tijdens het Europese voorzitterschap van Nederland een akkoord bereikt met omringende landen met betrekking tot de energieactiviteiten op de Noordzee, vooral op het gebied van planning en aanleg  van windmolens op zee. En na het eerste definitieve bod volgen er de komende jaren nog vier gelijke aanbestedingen waarbij de trend van prijsverlaging mogelijk nog iets kan doorzetten als gevolg van schaalvergroting.

Het mondiale klimaatakkoord wat in december door 195 landen werd ondertekend in Parijs geeft aan dat het besef en de bereidheid om de CO2-uitstoot te moeten verlagen groot is. Het ratificatieproces van het Klimaatakkoord is reeds gaande. Om het akkoord daadwerkelijk uit te voeren moeten minimaal 55 landen, met een gezamenlijke CO2-uitstoot van 55% van de totale mondiale uitstoot, het akkoord onderschrijven en in wetgeving vastleggen. Of dit gaat slagen zal voor een groot deel afhangen van de Verenigde Staten en China, samen goed voor bijna 38% van de mondiale CO2-uistoot. Hoewel Nederland laag in de Europese lijstjes staat met betrekking tot verduurzaming van de energiemix en terugdringen van de CO2-uistoot zal ons land de komende jaren flink in deze lijstjes gaan stijging. De realisatie van 3.500 MW aan offshore wind in slechts zeven jaar tijd – wat het totaal op 4.500 MW zal brengen – is een project van ongekend formaat en toont de grote ambitie van Nederland. De komende jaren zullen in het teken staan van het realiseren van deze doelstellingen, terwijl we samen met de omringende landen zullen streven naar een verdere uitbreiding van de windcapaciteit binnen het Europese energienet. Wind heeft de toekomst, in ieder geval tot 2023. Het is nu aan de sector, en aan de overheden om het momentum vast te houden. Immers, wie niet waagt, wie niet wind.