Krijgt offshore wind, de wind in de rug?

door: Lisa McDermott

Precies een jaar geleden, toen we bezig waren met de voorbereidingen van het eerste internationale seminar van ABN AMRO over offshore wind, was de aanstaande aanbesteding voor offshore windpark Borssele in Nederland een actueel thema. Iedereen hield zich toen bezig met de vragen: ‘’Wordt de eerste door het Ministerie van Economische Zaken zo zorgvuldig voorbereide Borssele-aanbesteding een succes?’’ en ‘’Wat zou er voor nodig zijn om de ultieme winnaar te worden?’’. Een jaar later neigen de antwoorden naar: ‘’Ja’’ en ‘’Een biedprijs van EUR 72,7 per MWh.’’

De overheid nam in 2013 eindelijk een aantal stappen om te voldoen aan de EU-doelstelling dat in 2020 14% van het nationale stroomverbruik moet worden opgewekt uit hernieuwbare bronnen. Ze kondigden toen aan dat een aanvullende 3,5GW (700MW gedurende een periode van vijf jaar) zou moeten worden opgewekt via een nieuw te bouwen offshore windpark voor de Nederlandse kust, waarvoor een budget van maximaal EUR 18 miljard beschikbaar werd gesteld. Een belangrijke voorwaarde hierbij was echter dat de kosten van de realisatie van deze soort hernieuwbare energie in 2023 met 40% moesten zijn gedaald. Om dit te stimuleren werd een dalende prijsregulering opgelegd voor het niveau van de voor 15 jaar geldende subsidie die door particuliere partijen in de vijf jaar van de geplande aanbestedingen kon worden geclaimd, van EUR 124 per MWh voor de eerste twee sites in Borssele tot EUR 100 per MWh voor de laatste aanbestedingsronde in 2019.

De resultaten van de eerste aanbestedingsronde zijn in juli door het Ministerie van Economische Zaken bekendgemaakt. Hoewel men al wel verwacht had dat de biedingen zeer concurrerend zouden zijn (er gingen geruchten dat de laagste van de 38 ontvangen biedingen zelfs onder de EUR 90 MWh-grens zou uitkomen), was niemand voorbereid op de schok die de Deense energiereus DONG Energy de markt toebracht. Met een “knock-out”-bieding van net iets meer dan EUR 72 per MWh ging DONG er niet alleen met de volledige capaciteit van 700 MW van door, maar verpletterde ook de verwachtingen van de gehele sector voor wat betreft de prijs waarvoor een windpark gebouwd kan worden.

Ten tijde van het tweede windseminar, waarbij de aftrap wordt gedaan door de Voorzitter van de Raad van Bestuur van ABN AMRO, Gerrit Zalm, spelen er op de markt weer hele andere vragen: ‘’Hoe kan offshore windenergie voor zo’n lage prijs worden opgewekt?”, ‘’Wat betekent dit voor de waardeketen voor de bouw van windparken en hun tariefmodellen?’’, ‘’Is dit specifiek voor Nederland, of gaat de rest van Europa volgen?”. En over een onderwerp waar banken meer mee te maken hebben: ‘’Wat zijn de gevolgen voor de financiering van offshore windprojecten?’’ DONG heeft de bieding alleen uitgebracht en is, conform hun traditionele financieringsmodel voor investeringen, niet van plan een schuld bij derden aan te gaan voor de realisatie van deze twee eerste Nederlandse windparken. Maar hoe lang kunnen ze dit alleen blijven doen? En is de rest van de markt in staat om dit bij te houden?

Op 1 september 2016 gaan we samen met vertegenwoordigers van het Ministerie van Economische Zaken en de belangrijkste spelers uit alle hoeken van de Europese offshore windindustrie, proberen deze en andere vragen te beantwoorden en tevens proberen te voorspellen wat er op stapel staat voor deze zich snel ontwikkelende sector.