Energiemonitor augustus – Onrust in de zomer

door: Hans van Cleef

  • Olieprijs opnieuw onder druk als gevolg van focus markt op overaanbod
  • Speculanten gaan opnieuw uit van verdere prijsdalingen…
  • …maar signalen wijzen op verandering in marktfundamenten
080816_Energiemonitor-aug_NL.pdf (208 KB)
Download

Olieprijs opnieuw richting USD 40/bbl

Als gevolg van focus op het overaanbod aan olie in de markt daalde de prijs van een vat Brent olie van USD 52,50 in juni richting USD 40 nu    (-21%). WTI liet met 24% zelfs een iets sterkere daling zien. Naar beneden bijgestelde verwachtingen ten aanzien van de vraag naar olie, geluiden dat tijdelijke productiestoringen zijn opgelost en de verwachting dat Libië en Nigeria de komende tijd meer olie gaan produceren zijn redenen voor dit negatieve sentiment. Ook blijft de markt blijft sterk focussen op berichten dat (Amerikaanse) voorraden ruwe olie erg hoog zijn. Dit gaat om de voorraden benzine en ruwe olie. Dit ondanks het feit dat het voorraadniveau van ruwe olie negen weken op rij daalde, alvorens één week een beperkte stijging te laten zien (figuur 1). Misschien nog belangrijker zijn de voorraden gereed, of beter geraffineerd, product. Daar zien we nog wel een toename, maar deze vlakt af.

De benzinevoorraad is hoog, niet alleen in de VS, maar ook in andere regio’s. Dit zorgt voor onrust onder beleggers over het fenomeen dat de vraag vanuit raffinaderijen weleens zou kunnen. Wij verwachten inderdaad dat de productie van raffinaderijen onder druk zal komen. Niet alleen zozeer omdat de vraag afneemt vanwege (te) hoge voorraden, maar vooral omdat het loonde om onderhoud aan de raffinaderijen uit te stellen als gevolg van de lage olieprijs. Immers, een lage kostprijs leidt tot sterke marges. En omdat oliebedrijven het momenteel niet moeten hebben van winst op de productie, bleef de goed renderende raffinage-tak van dit soort bedrijven langer dan gebruikelijk operationeel. Er komt echter een moment dat het onderhoud evengoed gepleegd moet worden, en die tijd lijkt nu aangebroken. Het wordt daardoor waarschijnlijker dat de voorraden benzine de komende weken minder zullen toenemen.

Toch zien we de activiteit in de VS rondom het aantal boorinstallaties weer iets toenemen (figuur 2). De olieproductie in de VS lijkt momenteel te stabiliseren rond de 8,5 miljoen vaten per dag. De toename van de ‘US rig count’ blijft vooralsnog beperkt tot enkele tientallen, en daarmee is het kwalificeren van het herstel als uitbodemen wellicht iets te voorbarig. Toch lijkt dit een eerste signaal dat bij olieprijzen boven de USD 50/vat de schalieproducenten in de VS ruimte zien om de activiteiten te hervatten. Het in de olieproductie zichtbaar worden van mogelijk effecten van deze toename in booractiviteiten kan echter nog even op zich laten wachten. Schalieolieproducenten kunnen sneller schakelen op olieprijsontwikkelingen dan de producten van ‘conventionele’ oliebronnen. De infrastructuur is sneller aangelegd, en er zijn significant minder investeringen nodig om de productie van schalieolie rendabel te krijgen. De kostprijs van olieproductie is gedaald, en de productie-efficiëntie is gestegen als gevolg van de sterke daling van de olieprijs. Toch verwachten wij niet dat de VS schalie-olieproductie dezelfde snel stijgende trend zal oppakken als van voor 2015 zodra de olieprijs weer structureel boven de USD 50/vat zal komen. Veel investeerders in de sector zullen pas op de plaats maken nu de onzekerheid rondom het rendement van deze investeringen zo is toegenomen.

Short posities weer richting excessief hoog niveau

Als gevolg van het negatieve sentiment in de markt nemen partijen zoals hedgefondsen weer posities in die speculeren op verdere dalingen van de olieprijs (figuur 3). Het aantal uitstaande contracten van deze ‘short-posities’ stijgt snel –  +70% sinds juni – en gaat weer richting een bijzonder hoog niveau. Eerder dit jaar zagen we dat het sluiten van deze posities sterk bijdroeg aan het herstel van de olieprijs. De Brent olieprijs steeg van USD 27/vat in januari, naar USD 52/vat in juni. Al met al kunnen we stellen dat de volatiliteit in de oliemarkt deze periode dus vooral tot stand komt als gevolg van de verandering van de openstaande hoeveelheid ‘short-‘contracten.

Overaanbod staat onder druk

In het maandelijkse rapport van de International Energy Agency (IEA) werd duidelijk dat het mondiale overaanbod van olie aanzienlijk was afgenomen in het tweede kwartaal. Waar het overaanbod in 2015 gemiddeld 1,7 miljoen vaten per dag (mv/d) betrof, was dit al gedaald naar 1,3 mv/d in het eerste kwartaal van 2016. In het tweede kwartaal daalde het mondiale overaanbod naar slechts 0,2 mv/d (figuur 4). Deels kwam deze sterke daling door tijdelijke storingen. De bosbranden in Canada, een staking in de olieproductie in Koeweit en sabotage-gevallen in Nigeria waren reden voor lagere olieproductie. Maar los van deze tijdelijke storingen is er in andere landen ook een duidelijke verandering in de trend.

De olieproductie in de VS is zoals gezegd sterk gedaald door de gevolgen van een lage olieprijs, namelijk aanzienlijk minder investeringen in de sector. Maar ook de productie in bijvoorbeeld Mexico en China staat aanzienlijk onder druk. Doordat de olieprijs niet snel structureel herstelt, productieactiviteiten dus niet altijd rendabel zijn (upstream) en marges bij raffinaderijen ook afnemen (downstream), zullen investeringen in de hele oliesector vooralsnog onder druk blijven. Dit verhoogt het risico op een stabilisatie of zelfs daling van de productiegroei. En hoewel de mondiale groei ook iets afzwakt als gevolg van de economische conditie in diverse regio’s, verwachten organisaties als de IEA en de EIA nog steeds dat de vraag naar olie met meer dan 1 mv/d zal blijven toenemen in 2016 en 2017. Hierdoor kan het mondiale overaanbod bij gelijkblijvende omstandigheden verdampen richting 2017, of zelfs doorschieten in een tekort.

En nu?

Het marktsentiment is momenteel erg negatief. Economische groeiverwachtingen vallen tegen, er zijn twijfels rondom de verwachte renteverhoging in de VS, en het aanbod van olie is nog steeds groter dan de vraag. Olie- en benzinevoorraden zijn hoog. En tot slot zijn er signalen dat landen als Libië en Nigeria de olieproductie verder willen opvoeren. Het is overigens erg onzeker in hoeverre dat laatste zal lukken. De komende weken zullen neerwaartse risico’s voor de olieprijs blijven. De markt is illiquide als gevolg van de vakantieperiode, en positief nieuws lijkt te worden genegeerd. Toch zijn wij overtuigd van de veranderingen in de onderliggende drijfveren. En hoewel dat niet altijd direct zichtbaar is in de huidige vraag/aanbod balans, en daarmee in de olieprijs, verwachten wij nog steeds een herstel van de olieprijs in het vierde kwartaal. Of daarbij ons eindejaarsverwachting van USD 65/vat misschien toch iets te optimistisch is zal moeten blijken.