Visie op Azië – Groei stabiel op 6%, risico’s China en Fed blijven

door: Arjen van Dijkhuizen

In deze publicatie: Groei stabiel op 6%; India compenseert vertraging China en andere landen. Zwakke wereldhandel zorgt nog altijd voor tegenwind. Financiële condities soepeler, maar dat kan veranderen bij hogere rente in VS. Correctie grondstoffenprijzen leidt tot het oplopen van de inflatie. Belangrijkste risico’s: harde landing China, hoge schulden, renteverhoging Fed, wereldhandel, geopolitieke kwesties.

 

160601-Visie-op-Azië.pdf (488 KB)
Download

Regionale groei blijft in 1e kwartaal 6%; India compenseert vertraging China …

De groei in opkomend Azië bleef in het eerste kwartaal van 2016 stabiel op 6%. Een groei-versnelling in India compenseerde de vertraging in China en in enkele andere landen. Hoewel de vrees voor een harde landing van China vooral medio 2015 en begin 2016 weer de kop opstak, houdt ons basisscenario van een geleidelijke groeivertraging tot op heden stand. Dankzij budgettaire en ook andere stimuleringsmaatregelen laat de vastgoedsector herstel zien. Dit heeft tegenwicht geboden aan de teruggang in de zware industrie en de financiële sector. De reële BBP-groei van China zwakte in het eerste kwartaal af tot 6,7, een marginale vertraging ten opzichte van de 6,8% en 6,9% in de twee voorgaande kwartalen. Daarentegen versnelde de groei in India naar 7,9%, het hoogste cijfer in anderhalf jaar, waarmee de status van dat land als snelstgroeiende reus werd bevestigd. Deze versnelling werd gedragen door de binnenlandse bestedingen, waarbij het aantrekken van de consumptie de verzwakking van de overheidsinvesteringen compenseerde.

 

Azië Jun16 Grafiek 1 Azië Jun16 Grafiek 2

… en afkoeling in enkele sterk op handel gerichte landen

De zwakke wereldhandel blijft voor tegenwind zorgen. De invoervolumes van opkomend Azië stijgen de laatste maanden weer, maar de uitvoervolumes zijn op jaarbasis verder gedaald door de zwakke mondiale vraag. Volgens de Direction of Trade Statistics van het IMF (die enkele maanden achterlopen) bleef in 2015 vooral de uitvoer van opkomend Azië naar Japan zwak. De uitvoer naar China herstelde zich eind 2015, terwijl de uitvoer naar de VS toen begon af te zwakken. In het eerste kwartaal droeg de zwakke wereldhandel bij aan een groeiterugval in de sterk op handel gerichte Aziatische economieën. Taiwan, sterk afhankelijk van de mondiale elektronica-cyclus, liet in het eerste kwartaal opnieuw een krimp zien. In Hongkong zwakte de groei af tot het laagste tempo sinds de financiële crisis en ook in Zuid-Korea, Maleisië en Vietnam vertraagde de groei. Daarentegen vond (behalve in India) in de Filipijnen en Thailand verrassend genoeg juist een groeiversnelling plaats. In Singapore en Indonesië bleef de groei ongeveer gelijk aan die in het voorafgaande kwartaal.

PMI’s verwerkende industrie blijven zwak

In maart steeg de regionale PMI-index voor de verwerkende industrie naar de hoogste stand sinds begin 2015 (dankzij een verbetering in China, India, Korea, Indonesië en Taiwan). Daarna viel de index echter weer terug tot beneden het neutrale niveau van 50. Verschillen tussen landen blijven groot. De index ligt in India, Indonesië en Vietnam boven de neutrale grens van 50, maar in Taiwan, Hongkong en Maleisië juist fors daaronder. De diensten-sector doet het beter: de PMI voor de dienstensector ligt in China en India ruim boven 50.

Geleidelijke regionale groeivertraging houdt aan in 2016 en 2017

Wij verwachten dat de zeer geleidelijke vertraging in opkomend Azië aanhoudt en dat de groei afzwakt van 6,1% in 2015 naar 6,0% in 2016 en 5,8% in 2017. Hierbij veronderstellen we dat de Chinese autoriteiten een zachte landing kunnen regisseren. Wij gaan ervan uit dat de groei in China afkoelt van 6,9% in 2015 naar 6,5% in 2016 en 6% in 2017. Ook voor Hongkong en Maleisië voorzien we een groeivertraging. India blijft naar verwachting sneller groeien dan China, met een groei die rond 7,5% blijft liggen in 2016-17. We verwachten dat ook in Indonesië (rond 5%), Singapore (2%), Zuid-Korea (2,5%), Taiwan (1%) en Thailand (3%) de groei dit jaar ongeveer gelijk blijft. In vergelijking met onze vorige Visie op Azië hebben wij onze groeiramingen voor 2016 verlaagd voor de sterk op de handel gerichte economieën Hongkong, Singapore, Taiwan en Zuid-Korea.

Azië Jun16 Tabel

Financiële condities zijn verruimd, maar dit kan weer veranderen

Na een duidelijke verkrapping in 2015, toen de markten renteverhogingen door de Fed inprijsden en er werd gevreesd voor een harde landing van China, zijn de financiële condities in Azië in de loop van dit jaar verruimd. De verwachtingen rond renteverhogingen door de Fed werden naar beneden bijgesteld. Hierdoor gaf de Amerikaanse dollar tijdelijk terrein prijs. Bovendien is de vrees voor een harde landing van China in vergelijking met begin 2016 afgenomen. Daarnaast speelt ook het stimulerende beleid in China, waar de kredietverlening sterker blijft groeien dan het BBP, en in andere landen een rol. Sinds kort prijzen de markten echter weer de mogelijkheid in dat de Fed de rente in 2016 verder verhoogt. Hierdoor zullen de financiële condities in Azië mogelijk weer krapper worden.

Azië Jun16 Grafiek 3  Azië Jun16 Grafiek 4

 

Aziatische valuta’s reageren op rentebeleid Fed en depreciatie yuan

Vanaf medio 2015 kwamen de Aziatische valuta’s onder neerwaartse druk, als gevolg van de onverwachte depreciatie van de Chinese yuan ten opzichte van de Amerikaanse dollar (waarbij China is overgestapt op een wisselkoersregime op basis van een valutamandje) en de verwachtingen dat de Fed de rente zou gaan verhogen. Begin 2016 hebben wij onze voorspellingen voor diverse Aziatische valuta’s aangepast. In de afgelopen maanden herstelden de Aziatische valuta’s zich echter weer vis-à-vis de dollar, gesteund door de stabilisatie van de Chinese yuan, terwijl een nieuwe renteverhoging door de Fed werd uitgeprijsd. De Amerikaanse macrocijfers zijn recentelijk echter verbeterd, de inflatie in de VS loopt inmiddels op en Fed-bestuursleden hebben zich in restrictievere bewoordingen uitgelaten. Voor de markten is dit reden geweest om een grotere kans dat de Fed dit jaar één of meer rentestappen zet, te gaan inprijzen. Wij verwachten dat de depreciatie van de yuan tegenover de dollar dit jaar relatief bescheiden blijft. Onze eindejaarsraming van 6,70 impliceert dat de yuan in de rest van dit jaar nog circa 2% inlevert tegenover de dollar.

Azië Jun16 Grafiek 5   Azië Jun16 Grafiek 6

Inflatie in de regio trekt licht aan door herstel van grondstoffenprijzen

De regionale inflatie is gedaald van 5,2% j-o-j in november 2013 naar 2 à 2,5% in 2015. Deze daling kwam vooral door een forse, langdurige daling van grondstofprijzen. Sinds begin dit jaar lopen deze echter weer op. De regionale inflatie-index is in de afgelopen maanden dan ook gestegen tot circa 3%. Er zijn echter grote verschillen tussen landen: de inflatie blijft relatief hoog in India (circa 5,5%) en Indonesië (3,5% – 4,5%), maar negatief in Singapore. De kerninflatie loopt inmiddels ook weer op, vooral door ontwikkelingen in India. Ook China neemt de deflatiedruk af: de daling van de producentenprijzen is afgenomen van -6,0% j-o-j eind 2015 naar -3,4% j-o-j in april 2016.

Monetaire verruiming is nog steeds in zwang…

De dalende grondstoffenprijzen hebben de inflatie omlaag geduwd. In veel welvarende landen wordt een zeer accommoderend beleid gevoerd. Dit alles heeft ook in opkomend Azië geleid tot monetaire verruiming. Sinds medio 2014 is de rente verlaagd en/of is het monetaire beleid anderszins versoepeld in China, India, Zuid-Korea, Indonesië, Singapore, Taiwan en Thailand. Nu de beleidsrentes zijn verlaagd en de inflatie in verschillende landen weer opveert, wordt de ruimte om de monetaire teugels verder te laten vieren, geleidelijk krapper. Bij dit alles speelt ook de verwachting dat de Fed binnen afzienbare termijn de beleidsrente gaat verhogen een rol. Toch zien we in landen als China, Indonesië, Singapore en Taiwan nog wel wat ruimte voor enige versoepeling van het monetaire beleid.

Azië Jun16 Grafiek 7  Azië Jun16 Grafiek 8

… maar het accent verschuift geleidelijk naar budgettaire stimulering

Wel verwachten we een geleidelijke verschuiving van monetaire naar budgettaire stimulering. Dit sluit ook aan bij geluiden die de G20, waarvan China nu voorzitter is, en het IMF eerder dit jaar lieten horen. De Chinese autoriteiten zijn gevoeliger geworden voor de wijze en timing van monetaire verruiming vanwege de onzekerheden rondom de wissel-koers en de kapitaaluitstroom. Mede gelet op het aantrekken van de kredietgroei begin dit jaar, hebben we onze verwachtingen voor een verdere verlaging van de beleids-rente in China neerwaarts bijgesteld. Sinds medio 2015 is China een expansiever begrotingsbeleid gaan voeren door de infrastructurele uitgaven te verhogen en de belastingen te verlagen. Wij verwachten dat het begrotingstekort dit jaar oploopt naar 4% van het BBP. Ook voor andere grote economieën, zoals Zuid-Korea en Indonesië, verwachten we dat het stimulerend begrotingsbeleid wordt voortgezet. Dit weerspiegelt dat in de meeste Aziatische landen de overheidsfinanciën nog altijd vrij gezond zijn, al kennen China, India, Maleisië en Vietnam wel een relatief hoog begrotingstekort (3,5% – 4% van het BBP).

Harde landing China nog altijd belangrijkste risico

Een harde landing van China is niet ons basisscenario, maar blijft wel het grootste risico voor opkomend Azië. Een scherpe vertraging van de Chinese economie houdt een fors besmettingsgevaar in voor de rest van Azië, via de handel, financiële sector en financiële markten (inclusief grondstoffen). Bedenk dat de geleidelijke groeivertraging van China in de afgelopen jaren al een sterk effect had op de rest van Azië. De transitie van de Chinese economie van industrie en investeringen naar consumptie en diensten heeft een belangrijke rol gespeeld in de daling van grondstofprijzen, al creëert deze transitie ook kansen. Een risico dat hiermee samenhangt, is een scherpe yuandepreciatie van de yuan (niet ons basis-scenario) tegen een achtergrond van kapitaaluitstroom. Dit kan besmetting veroorzaken naar andere Aziatische valuta´s. De negatieve effecten op de financiële stabiliteit wegen daarbij mogelijk zwaarder dan de positieve effecten op de buitenlandse concurrentiekracht.

 

Hoge schulden vormen ook risico, maar aandeel vreemde valuta is vrij gering

Verschillende Aziatische landen hebben een hoge staatsschuld. Dit geldt vooral voor China (en zeker voor Japan) maar ook voor Korea, Hongkong, Singapore en in mindere mate voor Maleisië en Thailand. Overigens is voor de meeste landen de schuld luidende in vreemde valuta’s veel geringer. Indonesië vormt in dit opzicht een uitzondering: hier vormt de schuld in vreemde valuta’s juist een relatief groot deel van de totale schuld. Zeker in het geval van China (en Japan) is de schuldenberg in het algemeen meer een binnenlands, lange-termijn-probleem en is een liquiditeitscrisis op de korte termijn als gevolg van externe factoren minder waarschijnlijk. Echter, indien het schuldvraagstuk niet adequaat wordt beheerst, vormt dit een bedreiging voor het bankenstelsel en de groeivooruitzichten.

Azië Jun16 Grafiek 9  Azië Jun16 Grafiek 10

Renteverhoging Fed kan leiden tot hernieuwde kapitaaluitstroom en valutadruk

Recentelijk zijn de markten renteverhogingen door de Fed in 2016 sterker gaan inprijzen. Hierdoor heeft de dollar weer terrein gewonnen en komt de kapitaaluitstroom naar opkomende markten mogelijk weer onder druk. Tijdens de reductie van monetaire stimulus (tapering) door de Fed in 2013 bleken de externe financiën een belangrijke maatstaf voor de mate waarin opkomende landen werden geraakt door de omslag in het marktsentiment. Drie jaar later zijn deze kwetsbaarheden afgenomen. Zo is het lopende-rekeningtekort van India en Indonesië, die in 2013 nog tot de kwetsbare landen behoorden, gedaald, terwijl andere landen een overschot op de lopende rekening hebben. De Aziatische landen beschikken overwegend over forse valutareserves. De dekking van de (kortlopende) buitenlandse schuld door valutareserves is voor Maleisië relatief laag. Indonesië heeft een relatief hoge schuld/exportratio en een relatief hoog deel van de schuld dat in vreemde valuta’s luidt.

Overige risico´s: mondiale groei, wereldhandel en geopolitieke kwesties

Een eventueel teleurstellende groei in welvarende landen, samenhangend met een tegenvallende versnelling van de mondiale (industriële) productie, en het eventuele uitblijven van een herstel in andere opkomende landen vormen een bedreiging voor een opleving van de wereldhandel. Dit zou de exportgerichte Aziatische economieën treffen. Tot slot kunnen ook (geo)politieke spanningen – bijvoorbeeld claims op territoriale wateren of onrust op het Koreaanse schiereiland – de economische vooruitzichten schaden.